De grote stad

GROTE STEDEN hebben grote wensen. Direct na de Tweede-Kamerverkiezingen van vorig jaar, nog voordat de eerste kabinets-informateur zelfs zijn werk was begonnen, hadden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hun verlangens, vervat in een 'Deltaplan' voor de grote steden, al op zijn bureau gedeponeerd. Het woord 'meer' was daarin het sleutelwoord.

Zonder succes was de actie van de grote steden niet. In het regeerakkoord werden zij apart genoemd en bovendien kwam er in de persoon van Kohnstamm een project-staatssecretaris voor de grote steden. Het verwijt van oppositiepartij CDA dat de nieuwe ministersploeg een Randstad-kabinet representeert, leek het bewijs dat de grote steden een voorkeursbehandeling krijgen. Heel bijzonder is dit overigens niet. Grote steden zijn al langer de algemeen erkende trekpaarden van de economie. Tegelijk hebben dezelfde steden meer dan gemiddeld te maken met problemen die worden veroorzaakt door armoede en werkloosheid.

MET DE ONDERTEKENING gisteren van het convenant tussen een delegatie van het kabinet en vertegenwoordigers van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag zijn afspraken vastgelegd om werkgelegenheid, economie, veiligheid en leefbaarheid in de vier grote steden te verbeteren. In totaal is 2,7 miljard gulden gereserveerd voor activiteiten om dit te bereiken. Het merendeel van dit bedrag is bestemd voor de vier groten, de rest gaat naar 15 andere steden.

Er kunnen veel vraagtekens gezet worden bij de convenant-aanpak waar tijdens de voorbereiding modieuze termen als 'van onderop', 'resultaat-gericht' en 'ontkokering' wel erg veel gebezigd werden. Maar tussen de letterbrij door zijn ook duidelijke doelstellingen te ontwaren. De grote steden zullen zich moeten inzetten voor een uitbreiding van de werkgelegenheid in het midden- en kleinbedrijf, en hebben zich gecommitteerd aan een concrete verbetering van de onderwijsresultaten. Er zijn exacte streefcijfers afgesproken waarmee het aantal jongeren, dat met de politie in aanraking komt, moet verminderen.

De kans op verzanden van het beleid in goede bedoelingen is hierdoor kleiner geworden. Het niet halen van de doelstelling vergt verantwoording. Vergeleken met de vrijblijvendheid van het sociale vernieuwingsbeleid is dit een verbetering. Of deze aanpak werkt zal vanzelfsprekend moeten blijken. Een belangrijk deel van de rijksbijdrage gaat bij voorbeeld op aan de zogeheten Melkert-banen, die het gevaar van een enorme werkgelegenheidsbureaucratie in zich dragen. Het gaat er echter juist om dat alle partijen nu creatief en onorthodox te werk gaan om de afspraken linksom dan wel rechtsom te realiseren.

MET HET TOEKENNEN van een boven-proportioneel bedrag aan vier grote steden, is hun bijzondere positie onderstreept. Het kabinet heeft er hier goed aan gedaan zich niet te laten leiden door het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid. Maar de behandeling die zij nu hebben gekregen betekent wel een speciale verantwoordelijkheid. Zij moeten nu aantonen de problemen ook verder zelf aan te kunnen.