Bernoulli

Dirk van Delfts artikel in W&O van 15 juni is een lezenswaardige opwekking tot een bezoek aan het Groninger Universiteitsmuseum om daar de tentoonstelling 'Een complexe familie; Bernoulli & Zn. in wiskunde en natuurkunde sinds 1695' te bezichtigen.

Van Delft noemt in zijn artikel Johann Bernoulli, met Zernike, de bekendste hoogleraar op het gebied van de bètawetenschappen die Groningen heeft voortgebracht. Hier mis ik echter Jacobus Cornelius Kapteyn (1851-1922), een van Nederlands grote astronomen, die in 1878 in Groningen werd benoemd tot hoogleraar sterrenkunde en theoretische mechanica. Kapteyn verwierf internationale faam met zijn ontdekking van de twee sterstromen en zijn Plan of Selected Areas. Voor wat betreft de sterstromen, ontdekte Kapteyn dat als men van een bepaald hemelgebied de beweging van de sterren volgt, deze niet volkomen willekeurig in alle richtingen is verdeeld. Beschouwt men de sterbewegingen, dan zijn er twee hoofdrichtingen waarneembaar, die onderling tegengesteld gericht zijn. Kapteyns Plan of Selected Areas behelsde een nauwkeurige analyse van 206, regelmatig over de hemel verdeelde, gebieden die elk op een fotografische plaat zouden moeten worden opgenomen. Deze gebieden vormden de Selected Areas, waarvan alle toen waarneembare gegevens werden verzameld, van de zwakste tot de helderste sterren. Dit plan werd in internationale samenwerking tussen verschillende sterrenwachten uitgevoerd. De resultaten van dit plan leidden tot opstelling van een model voor de verdeling van sterren in de ruimte, dat als 'the Kapteyn universe' bekendheid kreeg.

Kortom: het door Van Delft genoemde Groningse duo Bernoulli/Zernike, dient te worden uitgebreid tot het trio Bernouilli/Kapteyn/Zernike.

    • J.H.J. Oelering Arnhem