Atmosfeersonde van Galileo gaat zijn eigen weg

Vandaag moet de atmosfeersonde van Galileo aan zijn eigen weg naar Jupiter beginnen.

Galileo is de Amerikaanse ruimtesonde die nu nog 80 miljoen kilometer van Jupiter is verwijderd en in december in een baan om deze reuzenplaneet moet komen, om de planeet en zijn satellieten lange tijd achtereen te bestuderen. De kegelvormige 'Lander' die hij heeft meegevoerd moet echter rechtstreeks de atmosfeer van deze gasreus binnendringen, om tijdens een soort 'kamikaze-afdaling' allerlei metingen te verrichten. Over precies een week zal de huidige baan van het Galileo-moederschip iets worden gewijzigd, opdat het straks niet óók in de Jupiter-atmosfeer duikt.

Galileo, die in oktober 1989 werd gelanceerd, heeft een ingewikkelde baan gevolgd. Hij vloog eerst langs Venus (februari 1990) en vervolgens tweemaal langs de aarde (december 1990 en december 1992). Door deze passages nam hij zoveel gravitatie-energie van deze planeten over, dat hij voldoende snelheid won om in zes jaar bij Jupiter te komen. Tijdens de tocht naar Jupiter werden - voor het eerst - twee planetoïden van nabij gefotografeerd, Gaspra en Ida (waarbij een satelliet werd ontdekt), en in juli vorig jaar bestudeerde Galileo de inslagen van komeet Shoemaker-Levy 9 op Jupiter.

Als alles volgens plan is verlopen, zijn vanmorgen in de ruimtesonde drie boutverbindingen verbroken en hebben drukveren de 339 kg zware atmosfeersonde een duwtje van 30 cm per seconde gegeven. De atmosfeersonde wordt tijdens zijn eenzame tocht naar Jupiter in een soort winterslaap gehouden en pas zes uur voor aankomst gereactiveerd. Het ruim 100 kg zware, kegelvormige hitteschild beschermt de instrumenten tegen de enorme wrijvingswarmte. Na de afremming wordt het hitteschild afgeworpen en daalt de sonde verder aan een parachute. Na ongeveer 75 minuten zullen zijn batterijen op zijn en valt het radiocontact weg.

De metingen van de atmosfeersonde worden eerst doorgezonden naar het moederschip, dat een iets andere koers naar Jupiter volgt. Pas als dit in een baan om Jupiter is gekomen, worden de metingen van de atmosfeersonde naar de aarde gezonden. In januari 1996 kan Galileo dan zèlf met waarnemingen beginnen. Helaas heeft de ruimtesonde te kampen met een niet volledig uitgevouwen communicatie-antenne. Men behelpt zich met een kleinere antenne, maar daardoor komt de transmissiesnelheid niet boven de 10 bits per seconde. Met behulp van nieuwe software en datacompressietechnieken hoopt men straks echter toch het grootste deel van de geplande waarnemingen te kunnen verrichten.