Val Srebrenica een mijlpaal van een falende vredesoperatie

En dan nu Zepa. Na de laatste slag van de Bosnische Serviërs in de moslim-enclave Srebrenica lijkt geen twijfel meer te bestaan over hun volgende doel. De leiders in Pale hebben haast, want de snelle reactiemacht (RRF) van het Westen is binnen enkele dagen operationeel, en die vormt voor hen een grotere bedreiging dan het licht bewapende en tamelijk tandeloze UNPROFOR. Bovendien zou hun razendsnelle terreinwinst de Franse regering kunnen ontmoedigen in haar voornemen om de reactiemacht in te zetten voor het openen van een corridor naar Sarajevo.

De Nederlandse minister Voorhoeve (defensie) mocht dan tot gisteren nog twijfelen over de bedoelingen van de Bosnische Serviërs, de geschiedenis van de oorlog in Bosnië laat al jaren geen ruimte voor onzekerheid over hun bedoelingen: landverovering en etnische zuivering; en daar passen geen enclaves in.

In de nadagen van 'UNPROFOR-oude-stijl' slaan de Bosnische Serviërs hardhandig toe en onderstrepen ze daarmee niet alleen de militaire kwetsbaarheid van de Bosnische moslims: zij verjagen voor het eerst in drie jaar oorlog zowel burgers als hun blauwgehelmde beschermers. Wie alle eerdere alarmsignalen over de vliesdunne verdedigingslijn van de enclave of over de in het nauw gedreven Nederlandse soldaten in herinnering roept, kan daarover nauwelijks verbaasd zijn.

Maar kennelijk was de blik van de wereld verblind door de andere Bosnische tonelen van geweld, geregisseerd door de Bosnische Serviërs. In Sarajevo, Bihac, Gorazde en Tuzla verloor de apathische internationale gemeenschap al eerder “haar geloofwaardigheid”, zoals politieke leiders het noemen. Alsof daarvoor een knipkaart bestaat, die maar niet vol raakt.

Als vanouds in deze oorlog reageert Europa ook nu verward: de Franse regering heeft voorgesteld - vermoedelijk tevergeefs - de reactiemacht in Srebrenica in te zetten, desnoods via de Veiligheidsraad van de VN. Maar Nederland wil eerst zijn militairen en de moslimvluchtelingen in veiligheid brengen, en alleen al met het oog op de dertig gegijzelde Nederlandse soldaten voorzichtig te werk gaan.

Tekenend voor de verwarring was dat minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) gisteren repte van intensieve contacten met zijn Duitse collega Kinkel, maar juist Duitsland kan als niet-troepenleverancier en niet-lid van de Veiligheidsraad ter plaatse weinig uitrichten. Ook de secretaris-generaal van de VN, Boutros-Ghali, deelt in de verwarring: hij meent dat de VN-missie “onmogelijk” is geworden, maar tegelijk dat alles moet worden gedaan om die voort te zetten.

Wat nu? 'Srebrenica' lijkt - afgezien van de uitbreiding met de reactiemacht - op het eerste gezicht het einde van de VN-missie in haar huidige vorm: duidelijke VN-resoluties, harde garanties, mooie beloften, grote woorden en fraaie mandaten hebben niet verhinderd dat een 'veilig gebied' door de Bosnische Serviërs is ingenomen.

De lichtbewapende Nederlandse blauwhelmen zijn met zachte hand opgerold. Twee luchtaanvallen kwamen te laat en hadden, als ze op tijd waren gekomen, vermoedelijk ook niets meer uitgehaald. De derde werd zelfs door Voorhoeve afbesteld, onder druk van het dreigement van de Bosnische Serviërs de gegijzelde Nederlanders dood te schieten.

Ook de veelgeprezen humanitaire missie van de VN liep een zware klap op, doordat het miljoenenleger van Bosnische thuislozen en slachtoffers van de etnische zuiveringen werd uitgebreid met vijfentwintig- tot veertigduizend mensen, de speciale protectie van de Veiligheidsraad ten spijt.

De val van Srebrenica zal als een mijlpaal van de falende VN-vredesoperatie in Bosnië de geschiedenis ingaan, vergelijkbaar met een debâcle zoals in Somalië twee jaar geleden. Duidelijker dan ooit is de term 'veilig gebied' zonder gewicht gebleken, waarmee de autoriteit van de VN en in het bijzonder die van de Veiligheidsraad formeel en moreel is ondermijnd.

De vraag is welke mogelijkheden hun nu resten: Terugtrekking? Robuuster optreden? Opheffing van het wapenembargo? Of gebeurt er niets en blijft het slechts bij een snelle en vrij geruisloze reductie van het aantal 'veilige havens'? Na gisteren lijkt 'doormodderen' uit dit vertrouwde lijstje te kunnen worden geschrapt, maar het concept is voor de VN dermate vertrouwd dat niets onmogelijk is. Boutros-Ghali heeft al geopperd de vluchtelingen uit Srebrenica in een nieuw 'veilig gebied' onder te brengen.

Beslissend voor een terugtrekking of een langer verblijf zal uiteindelijk het politieke leiderschap in West-Europa zijn: zullen Major en Chirac de geschiedenis willen ingaan als leiders die de Balkan ontvluchtten voor een zekere Radovan Karadzic?

Er zal weinig tot niets veranderen als de VN weer de keus tussen terugtrekking of een nieuw mandaat, dat in serieus militair optreden tegen een agressor voorziet, uit de weg gaan. Veel zal hierbij afhangen van de krachtsverhoudingen in de Veiligheidsraad. Zolang Rusland geen afstand neemt van de Bosnische Serviërs, is een uitgebreider mandaat van de VN zo goed als uitgesloten.

Vers in het geheugen ligt de Russische tegenzin bij het besluit over de snelle interventiemacht, en dat was zelfs binnen het huidige mandaat. Willen andere landen die strijd met Rusland over een robuuster optreden nog leveren? De animo in het Westen voor een fermer optreden lijkt eerder af te nemen, hoe haaks dat ook staat op het sturen van een reactiemacht. Londen en Parijs willen in augustus beslissen over een langer verblijf van hun VN-soldaten in Bosnië, zodat ze niet nog een winter moeten blijven.

Het gebrek aan een heldere koers komt tot uiting in de onduidelijkheid over de rol van de reactiemacht: gaat die RRF alleen om de blauwhelmen te verdedigen, of om ook de agressor aan te vallen, of om de totale aftocht te begeleiden? Onduidelijk is nog steeds in hoeverre de reactiemacht zich zal kunnen onttrekken aan de 'bureaucratische wasmachine' van micro-manager Yasushi Akashi, de VN-gezant in Zagreb. Wellicht is niet voor elke afgeschoten kogel toestemming van de Japanse diplomaat nodig, maar zal de reactiemacht in staat zijn tot meer dan niet beslissende hand- en spandiensten aan blauwhelmen en konvooien? Voor een eventueel robuuster optreden moet eerst helderheid over de rol van de reactiemacht komen.

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid tot gijzelnemingen van VN-soldaten een steeds grotere handicap voor de VN. De Bosnische Serviërs weten nu dat zij hiermee de internationale gemeenschap hun wil kunnen opleggen, en kunnen dit nog lang blijven volhouden. Veel zal ook afhangen van de onvoorziene omstandigheid: een enkel incident met de snelle reactiemacht over enkele dagen kan de stemming in de internationale diplomatie meteen doen omslaan.

De ontwikkelingen in Bosnië worden nog steeds bepaald door de vraag wie waar en wanneer het sterkst is. Noch de VN, noch de NAVO met haar luchtvloot, noch de reactiemacht, noch politieke of economische druk uit welke hoofdstad dan ook (inclusief Belgrado, Washington of Moskou), noch het diplomatieke gesoebat in de achterkamers van de kanselarijen door bemiddelaars als Carl Bildt of Thorvald Stoltenberg of de diplomaten van de contactgroep zal daar enige verandering in kunnen brengen zolang de internationale gemeenschap niet bereid is tot massale interventie op de grond. En zo'n interventie lijkt uitgesloten, want daarvoor ontbreekt de politieke wil. Tot een interventie is de internationale gemeenschap uitsluitend bereid in het geval van haar eigen roemloze aftocht van het strijdtoneel.

Het enige resterende alternatief is de opheffing van het wapenembargo tegen het Bosnische regeringsleger. Daarvoor ontbreekt eveneens de politieke wil - althans: tot nu toe, want verwacht moet worden dat na deze nieuwe deconfiture van de VN-vredesmacht het aantal voorstanders van opheffing van het embargo zal toenemen. Als het daartoe komt, dan niet in VN-verband, want Rusland en China zullen zich tegen die opheffing verzetten. Hooguit zullen dus individuele landen tot een eenzijdige opheffing overgaan. De Republikeinse leider in de Amerikaanse Senaat, Robert Dole, heeft al aangekondigd zich hiervoor weer sterk te zullen maken. Veel tijd is er niet: na Zepa is Gorazde aan de beurt.