Tweede Kamer; Meningsverschil over beschermen burgerbevolking

DEN HAAG, 12 JULI. Minister Voorhoeve (defensie) verschilt van mening met de Tweede-Kamerfracties van VVD en D66 over de vraag in hoeverre de Nederlandse blauwhelmen nabij Screbenica de moslim-vluchtelingen nog moeten beschermen.

Voorhoeve vindt dat de Nederlands blauwhelmen in de militaire basis Potocari pas weg kunnen als de aanwezige vluchtelingen ook mee mogen. De VVD en D66 vinden een dergelijke koppeling irreëel, zo verklaarden hun woordvoerders vanmorgen.

Aan het begin van de middag is overleg gevoerd tussen de Tweede Kamer en de ministers Voorhoeve en Van Mierlo naar aanleiding van de gebeurtenissen in Bosnië. Het debat volgde op een besloten 'briefing' voor de Tweede-Kamerleden door minister Voorhoeve op het departement van defensie. Tijdens het debat met de Kamer werd duidelijk dat de grote partijen het kabinetsbeleid steunen om de Nederlandse militaire taken in Bosnië voorlopig voort te zetten. Voor het najaar is een evaluatie van deze taken voorzien.

Voorhoeve zei gisteravond op een persconferentie: “De militairen (in Portocari, red.) hebben als eerste en hoogste prioriteit de mensen te redden die onder hun gezag en aan hun zorg zijn toevertrouwd.” De VVD-fractie meent echter dat “meer dan 20.000 moslims niet zijn te koppelen aan 400 militairen”, zoals woordvoerder Blaauw vanmorgen voorafgaand aan het debat verklaarde. “De bescherming van de vluchtelingen is een zaak van de UNHCR.” In het Kamerdebat vanmiddag was Blaauw minder expliciet en zei hij alleen dat “het Nederlandse bataljon in een onmogelijke situatie verkeert” bij het helpen van de vluchtelingen.

De D66-fractie steunt de VVD. Woordvoerder Hoekema zei vanmorgen: “Een vrije en waardige aftocht van de Nederlandse militairen heeft de eerste prioriteit. Het zou mooi zijn als ze ook veiligheidsgaranties voor de vluchtelingen zouden kunnen krijgen, maar de werkelijkheid gebiedt te zeggen dat dit een onwaarschijnlijke optie is.”

De woordvoerders van PvdA, CDA en GroenLinks lieten vanmorgen echter weten dat een aftocht van de Nederlandse militairen alleen gekoppeld kan worden aan een veiligheidsgarantie voor de moslims. PvdA-woordvoerder Van Traa sprak over de noodzaak van onderhandelingen met de Serviërs “over een veilige aftocht van de militairen met inbegrip van de vluchtelingen, al is in het verleden gebleken dat die afspraken met de Serviers niet zoveel waard zijn.” CDA-woordvoerder De Hoop Scheffer noemde de koppeling tussen militairen en vluchtelingen “logisch”. Wel voegde hij eraan toe de onderhandelingen niet te willen belasten met eigen politieke verlangens. “We vinden juist dat Voorhoeve het goed doet. In deze tijd van crisis is het van belang dat een zo groot mogelijk deel van het parlement achter het kabinet staat”, aldus de woordvoerder van de grootste oppositiepartij.

VVD-woordvoerder Blaauw zei vanmorgen verder de evaluatie van de Nederlandse taken in Bosnië te willen afwachten, maar liet tevens doorschemeren dat de belangrijkste militaire taken beter beëindigd kunnen worden. Blaauw zei meer te zien in een beperking tot taken voor het transportbataljon, de F16's en de Nederlandse marine. Volgens Blaauw kunnen de gebeurtenissen in Bosnië “het einde van de VN inluiden als vredebewaarder. De VN hebben zich totaal ongeloofwaardig gemaakt bij de peace-keeping operations. Dergelijke operaties zoals in Bosnië, Somalië en Rwanda moeten op een heel nieuwe leest worden geschoeid.” Ook de SGP liet zich tijdens het Kamerdebat vanmorgen pessimistich uit over de toekomst van de VN als vredesbewaker.

PvdA, CDA, VVD, D66 en GroenLinks geloven niet in een militaire ontzetting van Screbenica waarop de Franse regering heeft gezinspeeld. Woordvoerder Sipkes van GroenLinks wees erop dat daardoor waarschijnlijk te veel burger-slachtoffers zullen vallen.