Tilburg neemt voortouw in 'coming out' van parkeergarage; Parkeren in een drive-in bioscoop

Gebouw: Parkeergarage, Spoorlaan, Tilburg. Opdrachtgever: Gemeente Tilburg. Architect: Benthem Crouwel, Amsterdam. Bouwkosten: 11 miljoen gulden. Ontwerp: 1993. Oplevering: eind 1994.

Het wagenpark in Nederland is de afgelopen jaren in rap tempo uitgedijd. Waren er in 1980 ruim 4,2 miljoen personenauto's, in 1991 waren het er alweer een miljoen meer. De wegen raken steeds voller en de druk op de beschikbare parkeerruimte neemt toe. Voor de steden zal de parkeergarage dan ook een steeds belangrijker type gebouw worden. Tilburg heeft het voortouw genomen met de opdracht aan Benthem Crouwel Architecten, in samenwerking met bureau Bonnema, voor de bouw een bovengrondse parkeergarage van vijf verdiepingen aan de rand van de binnenstad. Er zijn 750 plaatsen, waarvan de helft zal worden gebruikt door de buren, het bedrijf Interpolis waarvan het kantoor naar ontwerp van Bonnema nu in aanbouw is. De gemeente heeft het bureau van Benthem Crouwel in zijn hart gesloten na hun verbouwing van de oude De Pont-weverij tot een prachtig centrum voor moderne kunst.

Parkeergarages zijn vaak opvallende, zelfs opdringerige verschijningen in het stadsbeeld. Het bekendste voorbeeld is vermoedelijk de garage aan de Marnixstraat in Amsterdam, met zijn twee zwaarlijvige spiraalvormige kokers. Maar de laatste jaren heeft ontwerpend Nederland zijn fantasie losgelaten op het parkeerprobleem en er diverse antwoorden op gevonden. De garage van de Bijenkorf achter de Dam laat zien dat het mogelijk is een dergelijke functie in de oude binnenstad in te weven. (Dat de sliert parkeerlustigen zich op koopavond en op zaterdag tot ver over het Rokin strekt, doet daar niets aan af). In Den Haag heeft de inmiddels overleden architect Theo Bosch met een zorgvuldige renovatie de modernistische Toren-garage teruggeven aan de stad. In een buitenwijk van Utrecht heeft het bureau Ellerman Lucas Van Vugt voor IBM een prettig ogende garage ontworpen die zich soepel, zonder een spoor van gêne of onderdanigheid, tussen de omringende kantorgebouwen voegt. En in de duurdere woningbouw is het steeds vaker gebruik om een parkeerlaag half in de grond te verzinken, waardoor er nog natuurlijke ventilatie mogelijk is, waar het gebouw op staat als ware het een sokkel.

De garage in Tilburg van projectarchitect André Staalenhoef is een nieuwe stap in de 'coming out' van de parkeergarage als architectuur. Hij is gewaagd van vormgeving en innovatief van constructie: dit is pas de tweede in Nederland met een staalconstructie. De vloeren en plafonds zijn daardoor ononderbroken vlaktes en de 'ramen' aan de noord- en zuidkant zijn veel groter dan anders. De oost- en westgevels worden verhuld met 'vitrages' van opengewerkte metalen panelen. Aan de oostkant, waar de auto's de garage verlaten, komt een park en kan het scherm worden begroeid; aan de westkant is nu een lege ruimte tussen de garage en het scherm dat bestemd is voor winkels, waarna de drie onderste stroken van het scherm zullen worden verwijderd. Het effect doet sterk denken aan een van de eerste parkeergarages die als architectuur van zich deed spreken: een ontwerp van Frank Gehry in Los Angeles. Door het gebruik van twee soorten metalen gaas over elkaar heen toverde hij de naam Santa Monica Plaza in een ton-sur-ton effect te voorschijn.

Minstens even belangrijk is de intelligente manier waarop deze garage in de stad is ingevoegd. Achter de voorgevel, voorzover je daarvan kunt spreken bij een opengewerkt gebouw, loopt een voetgangerspassage die het kantoor van Interpolis straks met de binnenstad verbindt; de looproute is aangegeven met glazen noppen in de betonnen vloer die licht doorlaten en de zwaarte van het beton wat relativeren. Naar aanleiding van dit ontwerp vroeg de gemeente het bureau een stedebouwkundig plan voor het gebied te maken. Dat plan behelst nog twee gebouwen: nieuwbouw aan de achterkant voor het popmuziekcentrum Noorderligt, en een 'drive-in' kantoor aan de kant van de Spoorlaan die rechtstreeks op de garage zal aansluiten.

Het opvallendste aan de Tilburgse garage is zonder meer de verlichting. In de plafonds en bij iedere parkeerplaats is op de vangrails van gegalvaniseerd staal een blauwe tl-buis gemonteerd. Ik ben met opzet gaan kijken bij schemering. Het dak, met al die lege vakken die onder een donkerder wordende hemel door ieder een eigen blauwgloeiende buis worden aangelicht, roept associaties op met een Amerikaanse drive-in bioscoop waar alleen het scherm ontbreekt. Het blauwe licht, dat als paars schijnsel weerkaatst op het staal en beton, schept dan een kunstmatige sfeer, half uitgelaten en half louche. In deze nu nog tamelijke lege en donkere omgeving doet die wat spookachtig aan, maar als het popcentrum er staat zal de verlichting de uitgaanssfeer versterken.