Studie wordt dupe van eigen succes

Studenten, ministerie en universiteiten sloten onlangs een akkoord ter verbetering van het wetenschappelijk onderwijs. Bij communicatie- wetenschap in Amsterdam zijn de problemen groot - door het eigen succes.

AMSTERDAM, 12 JULI. Er liggen vijf ongelezen afstudeerscripties op het bureau van dr. J. den Boer, universitair docent communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast liggen 600 tentamens van eerstejaars die nog moeten worden nagekeken. “Ik wou eind juli met vakantie gaan”, zegt Den Boer. “Maar dan moet ik wel haast maken.”

Sinds Den Boer vier jaar geleden bij de vakgroep begon, heeft hij het elk jaar drukker gekregen. “Werkgroepen die ik vier jaar geleden aan één groep van 25 studenten gaf, geef ik nu drie of vier keer per dag aan verschillende groepen. Vroeger kreeg ik vijfentwintig papers om na te kijken, nu zijn dat er bijna honderd. Ik vind mijn werk leuk, maar het is erg jammer dat ik nauwelijks nog tijd heb voor onderzoek.”

De vakgroep communicatiewetenschappen van de UvA kampt al jaren met een personeelstekort. De vakgroep lijdt onder zijn eigen succes. In 1988 trok de studie nog ongeveer 450 studenten. Dit jaar zijn het er bijna tweeduizend. Maar het aantal docenten steeg minder snel. In 1988 waren er twaalf, nu zijn er 22 fulltime docenten.

De Universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam besloot afgelopen dinsdag de vakgroep 350.000 gulden te geven voor het aantrekken van extra personeel de komende twee jaar. Dat is voorlopig een oplossing, denkt prof.dr. J. van Cuilenburg, voorzitter van de vakgroep. “De faculteit en de universiteit doen van alles om ons uit de problemen te helpen. Maar als er niet structureel meer geld komt, blijf ik elk jaar op de stoep staan. We zouden eigenlijk 30 docenten moeten hebben. Al zou ik niet weten hoe dat moet, want het geld is er gewoon niet.”

Het personeelstekort is niet alleen aan geldgebrek te wijten, meent Van Cuilenburg. Ook de manier waarop de faculteit Politieke, Sociale en Culturele Wetenschappen, waar communicatiewetenschappen toe behoort, het geld over de verschillende vakgroepen verdeelt, speelt een rol. Omdat communicatiewetenschappen de enige vakgroep is die groeit, moet de faculteit als geheel bezuinigen. Communicatiewetenschap deelt gewoon mee in die budgetkortingen. Al een paar jaar geldt een vacaturestop. Zodra iemand met een vaste aanstelling vertrekt, mag de vacature niet worden vervuld. Nieuw personeel aannemen kan al helemaal niet.

Met allerlei 'lapmiddelen' is het de vakgroep gelukt onderwijs te blijven geven. “Docenten doen minder onderzoek, we hebben af en toe tijdelijke krachten en we krijgen hulp van docenten van andere vakgroepen die voor ons colleges geven”, aldus Van Cuilenburg. Studenten die hun eindscriptie schrijven, worden sinds een jaar in een 'scriptieklas' door één docent begeleid. De studenten helpen elkaar met het opzetten van hun onderzoek en vraagstellingen. “Dat gaat gewoon sneller dan als een docent elke student apart moet begeleiden”, zegt Jonna Brandsma, vierdejaars studente.

Brandsma leverde eind april een voorstel voor haar scriptie in bij de scriptiecoördinator die een begeleider voor haar zou zoeken. Maar die heeft ze nog steeds niet. “Ik begin eerst maar aan mijn stage, en hopelijk is er daarna iemand die tijd heeft om mij te begeleiden.” Brandsma ervoer ook eerder in haar studie de gevolgen van de hoge personeelsdruk. “Je krijgt veel hoorcolleges en weinig werkcolleges. De inschrijflijsten voor cursussen waren altijd snel vol. En docenten hebben weinig tijd om naar je papers te kijken.”

Docent Den Boer besteedt minder tijd dan hij zou willen aan het begeleiden van zijn studenten. “Het moet allemaal wat afstandelijker. Je gaat niet meer met studenten achter de computer zitten om uitgebreid hun data te bekijken. Je leert studenten niet zo snel bij naam kennen.”

Volgens prof.dr. L. Brunt, decaan van de faculteit, is het grootste probleem bij communicatiewetenschappen niet het gebrek aan geld, maar “het simpele gegeven dat de financiën altijd achter de studenten aanhobbelen.” “Studenten hebben snel wisselende voorkeuren, en dat kan het personeel niet bijbenen. Een paar jaar geleden wilden alle studenten onderzoek doen naar impliciet racisme in krantenberichten. Nu moet het allemaal over electronic mail gaan.”

De situatie is bij Communicatiewetenschappen helemaal niet zo ernstig, vindt Brunt. “Het geldt alleen voor sommige afstudeerrichtingen. Er komt bovendien wel extra geld, maar dat komt altijd wat te laat. Maar de verhouding studenten-docenten ligt bij sociologie niet zo gek veel anders. Het eigenlijke probleem is de beroerde financiering van de universiteiten. En die wordt alleen maar slechter.”

Ook andere universiteiten kennen het verschijnsel. In 1988 trok de toen nieuwe studie Beleidswetenschappen van de Katholieke Universiteit in Nijmegen 600 studenten in plaats van de verwachte 350. Maar daar ontstonden niet de problemen waar communicatiewetenschappen in Amsterdam mee kampt. “We hebben even wat roofbouw op het personeel moeten plegen, maar na een paar jaar konden we extra docenten aanstellen omdat we daarvoor geld kregen. Toen was het opgelost.”, zegt prof.dr. H. van der Bos, hoofd van de universitaire school Beleidswetenschappen.

Decaan Brunt denkt dat de personeelsdruk bij communicatiewetenschappen op den duur vanzelf vermindert. “Communicatie is nu modieus, en straks is dat weer een andere studie. Als studenten merken dat ze helemaal niet zo makkelijk een baan kunnen vinden, neemt de belangstelling af. Daarom is het ook niet verstandig nu veel extra personeel vast in dienst te nemen.”