Stormloop op Dutchbat overrompelde Defensie

DEN HAAG, 12 JULI. Toen Nederlandse VN-militairen maandag rond Srebrenica vijf van de dertien observatieposten hadden moeten opgeven, dacht de landmacht in Den Haag nog dat 'Dutchbat' het ergste van het Bosnisch-Servische offensief achter de rug had. “De situatie lijkt nu weer beheersbaar en zal zich de komende dagen stabiliseren”, zei kolonel Dedden van de crisisstaf maandagmiddag in de Haagse Juliana-kazerne.

Gistermiddag werd Srebrenica door de Bosnische Serviërs onder de voet gelopen en trokken de Nederlanders zich terug in hun kamp Potocari. Hun commandant, overste Karremans, onderhandelt nu over de aftocht samen met 20.000 vluchtelingen en de dertig gegijzelde Nederlanders die nu als krijgsgevangenen worden behandeld door de Bosnische Serviërs.

Weliswaar had minister Voorhoeve (defensie) in het weekend gewaarschuwd voor de overmacht van Bosnische Serviërs rond Srebrenica, maar zijn crisisstaf werd toch verrast door de actie van het Bosnisch-Servische leger. Na al het optimisme dat hij ondanks de slechte voortekenen de laatste weken uitstraalde, sprak Voorhoeve gisteravond van “een ramp” die zich voltrok. Voor die ramp was hij van een aantal kanten gewaarschuwd, ook door fractieleider Bolkestein van zijn eigen VVD-fractie en door premier Kok die hem enkele weken eerder te verstaan had gegeven dat haast was geboden bij de Nederlandse aflossing in Srebrenica. Maar Voorhoeve was zozeer begaan met de humanitaire plicht van de VN in de enclave dat hij van de val van Srebrenica niet wilde horen.

Bij hemzelf en zijn staf ontwikkelde zich de mening dat de komst van de snelle-reactiemacht van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland de Bosnische Serviërs ontzag zou inboezemen, waardoor zij van al te drastische stappen zouden afzien. Maar het mandaat van de nieuwe reactiemacht was verwaterd, onder meer door Russische diplomatieke acties. Alleen met instemming van alle partijen, dus ook van de Bosnische Serviërs, zou de nieuwe reactiemacht in Bosnië-Herzegovina mogen optreden om de andere VN-troepen bij te staan. Zowel door het moeilijke terrein als door het beperkte mandaat kon zo'n interventiemacht geen uitkomst bieden in Srebrenica, menen militaire experts.

Voorhoeve en zijn staf hadden ook altijd nog een laatste redmiddel: inzet van het luchtwapen, dat de Bosnische Serviërs zou moeten afschrikken. Luchtacties zijn onderdeel van het 'robuuste' optreden dat hij en zijn Amerikaanse collega Perry voorstonden en dat misschien in de toekomst meer gebruikt zou mogen worden.

Pag.3: 'Dutchbat' op achterstand door terrein en mandaat

Maar die actie door de lucht van NAVO-vliegtuigen kwam pas dinsdagmiddag, toen de Bosnische Serviërs al oprukten naar de stad. Eén tank werd beschadigd.

De actie was volgens militaire experts te laat en te ingehouden. Een derde missie moest Voorhoeve zelf laten afblazen omdat er een dreigement van de Bosnische Serviërs was gekomen aan het adres van de dertig gegijzelde Nederlandse militairen.

Militair waren de Nederlanders er maandagmiddag nog in geslaagd om vanuit een 'terugval-observatiepost' Bosnische Serviërs even de toegang tot Srebrenica te ontzeggen. De massale inval van dinsdagmiddag was voor hen te veel. Van meet af aan was het de opdracht van de Nederlanders de plaatselijke bevolking te beschermen, maar 'Dutchbat' was slechts licht bewapend en mocht uitsluitend optreden na een aantal waarschuwingen in de Servische taal - en dan alleen nog uit zelfverdediging.

Achttien maanden lang was het vooral een humanitaire missie in een terrein waar de Bosnische Serviërs militair superieur waren. Méér actie zat er voor 'Dutchbat' niet in. De VN-militairen mochten immers geen partij worden in het conflict. De Bosnische Serviërs zagen dat anders. Zij beschuldigden hen van partijdigheid en knevelden de Nederlanders door transporten en aflossingen van personeel op te houden, door gijzelingsacties en door bombardementen op observatieposten en de stad. Bij die laatste acties kon van een ordentelijke aflossing geen sprake zijn, ook al verzekerde Voorhoeve de Tweede Kamer de laatste weken met vrij standvastig optimisme dat die aflossing spoedig voor elkaar zou zijn.

Daarnaast waren de Nederlanders, die op het punt van vertrek stonden als hulpverleners in Srebrenica, voor de Bosnische Serviërs een stuk aantrekkelijker dan de Oekraïeners. Bij elke gijzelneming van Nederlanders, militairen van een NAVO-partner en deelnemer aan de nieuwe reactiemacht, konden nieuwe eisen worden gesteld aan het gebruik van militaire middelen in Bosnië-Herzegovina. Met Oekraïeners zou dat anders liggen, want die waren toch al op de hand van de Servïers en hebben geen invloed op de militaire inzet van Westeuropese landen en NAVO-partners.

Bij Defensie hoopte men vanochtend dat overste Karremans erin slaagt van de Serviërs en moslims verlof te krijgen om naar het centrale gedeelte van Bosnië te mogen vertrekken met een lange karavaan vluchtelingen. Transport voor die uittocht is moeilijk te regelen. De Verenigde Naties waren met voorbereidingen bezig om de VN-troepen in Bosnië te hergroeperen, zodat die troepen beter beschermd kunnen worden. De Bosnische Serviërs lijken de regie van die verplaatsingen in handen te hebben, nu ook andere enclaves worden bedreigd.

Het is niet duidelijk wat voor taak de Limburgse Jagers, die het dertiende bataljon van de luchtmobiele brigade in Bosnië moeten aflossen, bij die hergroepering krijgt. Nederland heeft de Limburgse Jagers aan de VN toegezegd zonder dat er op dit moment een duidelijke opdracht voor hen is. Na de val van Srebrenica zal de Tweede Kamer van de regering eisen dat er snel helderheid ontstaat over de taak van het nieuwe bataljon. Al bij het fiat voor de inzet van 190 mariniers en landmachtmilitairen in juni hadden met name CDA en VVD ernstige twijfels over de verdere inzet in Bosnië.

    • Willebrord Nieuwenhuis