Srebrenica viel in zes dagen, een chronologisch overzicht

Een overzicht van de gebeurtenissen die in zes dagen leidden tot de val van Srebrenica:

Donderdag. Serviërs voeren hun beschietingen van de enclave Srebrenica en van de observatieposten van Dutchbat op.

Vrijdagmiddag. Een Servische tank nadert observatiepost 'Foxtrot' in het zuiden van de moslim-enclave Srebrenica. 'Foxtrot', bemand door zeven Nederlandse VN-soldaten, wordt hevig beschoten.

Zaterdag. Hun positie blijkt onhoudbaar. Om kwart voor twee trekken zij zich met hun pantserwagen terug. Wanneer het wit geschilderde rupsvoertuig de linies van het Bosnische regeringstroepen, even noordelijker, nadert, openen deze het vuur. De 25-jarige boordschutter Raviv van Renssen komt hierbij om het leven.

Zondag. Serviërs nemen in de vroege ochtend acht Nederlandse blauwhelmen gevangen van de observatiepost 'Uniform' en brengen ze over naar het stadje Bratunac, ten noord oosten van de enclave, nabij de grens met servië. In de loop van de zondag moet het Nederlandse VN-contingent ook de observatieposten 'Kilo' en 'Sierra' opgeven. Nog eens zeventien Nederlandse blauwhelmen vallen in Servische handen. Een te hulp snellend YPR-pantservoertuig wordt door Bosnische Serviërs omsingeld en de bemanning wordt gedwongen zich over te geven. Zes pantservoertuigen uitgerust met TOW-antitankraketten nemen wat genoemd wordt een blocking-position in op de zuidelijke toegangsweg tot het stadje Srebrenica zelf. Servische tanks trekken op in de richting van deze laatste VN-stelling voor Srebrenica.

Zondagnacht. VN-vertegenwoordiger Yasushi Akashi en de militaire VN-commandant in ex-Joegoslavië, de Franse generaal Bernard Janvier, sturen vanuit Zagreb een brief naar de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic: “Indien de Servische troepen de Nederlandse positie aanvallen zal de NAVO luchtsteun geven.” De brief roept de Bosnische Serviërs tevens op om de dertig Nederlandse gevangenen onmiddellijk vrij te laten.

Maandagochtend. Om tien uur verlaten blauwhelmen de observatiepost 'Delta' in het zuiden van de enclave. Bosnische regeringstroepen beschieten de terugvallende Nederlandse blauwhelmen. Volgens de Bosnische regering steken de Servische militairen huizen in de veroverde gebieden in brand. Srebrenica loopt vol vluchtelingen. De Serviërs schieten over de Nederlandse wegversperring heen op de stad. Ook vallen granaten op het hoofdkwartier van Dutchbat, in het ten noorden van Srebrenica gelegen dorp Potocari.

Maandagmiddag. “Het is ons mandaat de 'veilige gebieden' te beschermen”, zegt de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutro-Ghali, tegen verslaggevers in Athene en voegt eraan toe: “We zullen zo nodig de hulp van de NAVO-luchtmacht inroepen.” De VN-woordvoerder in Sarajevo, luitenant-kolonel Gary Coward, noemt het een kwestie van “fine judgment” om achter de precieze bedoelingen van de Serviërs te komen. Andere VN-vertegenwoordigers zeggen te vermoeden dat Mladic' troepen halt zullen houden, omdat ze enkele strategische hoogten en een belangrijke verbindingsroute in handen hebben gekregen.

Maandagavond. Servische tanks en infanteristen met nachtzichtapparatuur voeren de druk op de stelling van de Nederlandse blauwhelmen op. De Dutchbat-commandant, overste Ton Karremans, vraagt om luchtsteun. Die wordt geweigerd. Door de duisternis en doordat de Serviërs de blocking position te dicht zijn genaderd zouden de NAVO-piloten hun doel niet kunen vinden.

Daarnaast willen de VN de onderhandelingen met de Servi-ers over de vrijlating van de blauwhelmen niet hinderen. De Serviërs beschieten Srebrenica onophoudelijk en stellen een ultimatum: de meer dan 40.000 bewoners en de 450 blauwhelmen moeten de enclave binnen 48 uur verlaten met achterlating van wapens en ander materieel. De VN verwerpen deze eis als “totaal onaanvaardbaar”.

Dinsdagochtend. NAVO-vliegtuigen scheren om zes uur plaatselijke tijd laag over de enclave en herhalen dit om tien uur. Servische tanks verschijnen aan de noordkant van de enclave bij de observatieposten 'November', 'Oscar' en 'Papa'. De VN honoreren het verzoek van Karremans voor luchtsteun.

Dinsdagmiddag. Amerikaanse radarstoringsvliegtuigen beginnen om even na half één 's middags hun zogeheten SEAD-missie - suppression of enemy air-defenses. Amerikaanse en Nederlandse vliegtuigen vliegen het Bosnische luchtruim binnen. Nederlandse F-16 piloten vallen Servische tanks aan aan de noordrand van de enclave. Een Nederlandse forward air controller op de grond praat de F-16's naar hun doel en de piloten melden even later één voltreffer op een tank. Een near miss schakelt een tweede Servische tank uit. De luchtaanval brengt de Servische aanval in het noorden tot staan.

In het zuiden heeft inmiddels een Amerikaans A-10 grondaanvalsvliegtuig eveneens de aanval ingezet. Een Servische tankcolonne zou hierop rechtsomkeert hebben gemaakt. Andere NAVO-gevechtsvliegtuigen cirkelen boven het gebied en maken zich op om de bombardementen voort te zetten.

De Servische infanterie loopt rond drie uur de Nederlandse stelling onder de voet. De Serviërs dreigen commandant Karremans Srebrenica en Potocari “met de grond gelijk te maken” en de dertig gevangen blauwhelmen te fusilleren wanneer de luchtaanvallen doorgaan. Minister van defensie Joris Voorhoeve verzoekt Yasushi Akashi daarop met klem de derde luchtaanval tegen te houden.

Dinsdag, rond 15.00 uur. Zo'n 1.500 Servische soldaten trekken het inmiddels goeddeels verlaten Srebrenica binnen. De blauwhelmen trekken zich met tienduizenden inwoners terug op Potocari. De Serviërs zeggen dat ze de dertig Nederlandse gevangenen niet als gijzelaars, maar als krijgsgevangenen beschouwen.

Woensdagochtend. Servische artillerie voert de beschietingen op de moslim-enclave Zepa op.