Spookje wil echt niemand aan het schrikken maken

Casper. Regie: Brad Silberling. Met: Christina Ricci, Bill Pullmann, Cathy Moriarty, Eric Idle. In 78 theaters.

Casper is een vriendelijk spookje. Hij doet geen vlieg kwaad en bedoelt niemand aan het schrikken te maken. Sterker nog: het grootste verdriet in zijn buitenaardse leven is dat de mensen altijd van hem schrikken, terwijl hij nu juist zo graag vriendjes wil maken. Alleen zijn drie ooms zijn pestkoppen; zij hebben de grootste pret als iemand van vlees en bloed hen griezelig vindt. En ze behandelen Casper, het neefje met het tere gemoed, als een snotneus die nog steeds niet snapt waartoe spoken eigenlijk op aarde zijn.

In de jaren vijftig was het vriendelijke spookje, geschapen door Joe Oriolo, de hoofdpersoon in een serie tekenfilmpjes die op de Amerikaanse televisie aanzienlijk meer indruk moeten hebben gemaakt dan hier - ik heb er althans niet meer dan een heel vage herinnering aan. Maar nu de huidige Hollywood-generatie haar jeugdhelden van de televisie in de ene na de andere blockbuster weer tot leven wekt, lag het blijkbaar voor de hand dat ook Casper op bioscoopformaat zijn comeback zou maken. Onder supervisie zelfs van niemand minder dan Steven Spielberg, die in de debuterende regisseur Brad Silberling een waardig opvolger vond en zelf alleen nog maar als executive producer behoefde op te treden om toch een E.T.-achtige film in het sprookjes-voor-het-hele-gezin- genre tot stand te brengen.

De doorzichtige Casper en zijn al even transparante kwelgeest-ooms werden op digitale wijze gecreëerd door kundige effectenmakers, die eerder ervaring opdeden met spectaculaire staaltjes techniek in Who framed Roger Rabbit en Jurassic Park. Ze bewonen een gothisch kasteel met Gaudi-opsmuk, dat in handen komt van een inhalige erfgename (Cathy Moriarty) die een psychiater (Bill Pullmannn) inhuurt om de spoken te verjagen. 's Mans dochter, gespeeld door de diva in de dop Christina Ricci, is net zo eenzaam als de expressieve Casper met zijn aandoenlijke oogopslag - en dus kunnen ze vriendjes worden. Maar eerst moeten de heks-achtige Moriarty en haar slaafse assistent (Eric Idle) onschadelijk worden gemaakt.

Dat biedt ruimte voor een cavalcade aan komische effecten, die misschien niet allemaal even origineel zijn, maar het avontuur wel vaart en afwisseling geven. En terwijl het jeugdige publiek met Casper en zijn nieuwe vriendinnetje meeleeft (spannend, maar nooit echt eng), kunnen de ouders aardigheid beleven aan de zijdelingse grapverwijzingen naar andere films.

Casper zou geen Amerikaanse film zijn als er af en toe niet ook nog even een sentimentele snaar werd beroerd. Maar de zoetige moraal van het verhaal speelt slechts een ondergeschikte rol en de smeltende violen op de geluidsband komen zelden in actie. In plaats daarvan is de film vooral een aaneenschakeling van pregnante geluidseffecten, brutale animatie en gewiekste slapstick waar Spielberg zelf zich niet voor had hoeven schamen.