'Resultaat conferentie over bevolking in gevaar'

Nog geen jaar na de bevolkingsconferentie in Kairo, waar grote aandacht werd besteed aan de rechten van de vrouw, bereidt de internationale gemeenschap zich voor op een grote VN-conferentie over de vrouw die in september in Peking zal plaatshebben. Volgens NAFIS SADIK, voorzitster van het Bevolkingsfonds van de VN en voorzitster van de Kaireense conferentie, wil een groep behoudende landen 'Peking' gebruiken om de vooruitgang van 'Kairo' ongedaan te maken.

GENEVE, 12 JULI. De verworvenheden van de bevolkingsconferentie vorig jaar in Kairo lopen gevaar. Dat zegt de Pakistaanse Nafis Sadik, uitvoerend directeur van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties en voorzitster van de Kaireense conferentie. “Vorig jaar in Kairo werd een consensus bereikt over moeilijke vraagstukken als abortus, gezinsplanning en reproduktieve rechten. We zien nu, in de aanloop tot de VN-vrouwenconferentie in Peking, dat een groep vooral katholieke landen, met name uit Midden- en Latijns Amerika, met steun van het Vaticaan de klok terug probeert te draaien. Zij hebben ervoor gezorgd dat in het ontwerp-slotdocument voor Peking termen als 'gezinsplanning' en 'reproduktieve rechten' tussen haakjes staan, terwijl die haakjes in Kairo nu juist waren weggewerkt.”

Volgens Sadik is er een groot gevaar verbonden aan deze strategie. “Je kunt niet altijd maar blijven discussiëren over dezelfde problemen. De consensus die in Kairo werd bereikt, ging verder dan de kleinste gemene deler. Als een probleem steeds maar weer aan de orde komt, dan worden landen op een gegeven moment het debat moe. Ze gaan dan zeggen: laten we maar uitgaan van die kleinste gemene deler om zo van alle discussies af te zijn. Als dat in Peking gebeurt, dan zet de internationale gemeenschap een stap terug.”

De manier waarop de groep landen nu te werk gaat lijkt, aldus Sadik, veel op de handelwijze vorig jaar in de aanloop tot de Kaireense conferentie. “Toen ging het om abortus. Dat was eigenlijk, vanuit het oogpunt van de conferentie, een vraagstuk van secundair belang, maar door alle agitatie ging het de conferentie domineren op een manier die geen recht deed aan het onderwerp. Tegenstanders van een liberaal standpunt hamerden er bijvoorbeeld steeds op dat abortus na liberalisering tot een middel voor geboortenbeperking zou worden en zo tot losbandigheid zou leiden. Het doel daarvan was om de publieke opinie tegen een liberaal standpunt te mobiliseren. Datzelfde proberen kringen rond de katholieke kerk in met name Latijns-Amerika nu met de definitie van de term 'sekse'. Naast mannen en vrouwen willen zij ook homo's, lesbiennes en transseksuelen als aparte seksen zien. De kwestie van de seksuele oriëntatie is min of meer opgelost tijdens het Jaar van het Gezin van de Verenigde Naties (1994, red.), omdat toen werd besloten om elke eenheid met kinderen als een gezin te zien, ongeacht de vraag welke volwassenen bij de kinderen horen. Maar als die ophitsingscampagne werkt, dan gaat de kwestie van de sekse misschien de Peking-conferentie domineren, juist zoals abortus dat de conferentie van Kairo deed. En in beide gevallen wordt de kwestie zo geformuleerd dat het in feite om een kunstmatig probleem gaat.”

De problemen die Sadik ervaren heeft in haar officiële contacten met bepaalde religieuze kringen, hebben haar niet anti-religieus gemaakt. “Ik maak een onderscheid tussen godsdienst en traditie. Ik haat het woord traditie omdat iets wat in het verleden gebeurd is, niet per definitie goed hoeft te zijn. Ik geloof dat er in alle godsdiensten een harde kern is van fundamentele waarden zoals respect voor de ander maar ook gelijkheid van man en vrouw. Bij veel godsdiensten is die kern een beetje zoekgeraakt. Zo is de Koran veel vrouwvriendelijker dan velen denken en niemand heeft mij ooit een passage in de Bijbel kunnen aanwijzen waarin met zoveel woorden wordt gezegd dat de vrouw ondergeschikt is aan de man. En met name dat idee speelt op de achtergrond van veel bezwaren tegen Kairo en Peking.”

Sadik denkt dat Peking weinig meer aan Kairo kan toevoegen. “We hebben vanaf Rio (de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling die in 1992 plaatshad, red.) een serie VN-conferenties gehad waarin steeds over de rechten van de vrouw werd gesproken. In Kairo gebeurde dat het duidelijkst. Een van de uitgangspunten van het ontwerp-slotdocument was immers dat de bevolkingspolitiek geen kwestie van kwantitatieve rekensommen en doelstellingen mag zijn, maar moet aansluiten bij de belevingswereld van met name de vrouw. Slechts door de empowerment van vrouwen, dat wil zeggen door vrouwen de mogelijkheid te geven onderwijs te volgen, een baan te hebben en keuzes te maken over hun eigen leven en lichaam, kun je er uiteindelijk in slagen om de bevolkingsgroei terug te dringen. Peking kan daar weinig aan toevoegen. Het enige wat nog in Peking valt te doen, is om vanuit een vrouwenperspectief na te gaan hoe al die aanbevelingen in concrete maatregelen kunnen worden vertaald en wat er gedaan moet worden om druk op de diverse regeringen uit te oefenen om alle aanbevelingen van de VN-conferenties uit te voeren.”

De Pakistaanse is enthousiast over de manier waarop veel landen het slotdocument van Kairo nu al bij hun beleid betrekken. “Het is nog te vroeg om het effect van Kairo te meten, maar ik zie wel dat de meeste landen het slotdocument toch al als referentiepunt gebruiken. Een goed voorbeeld is Mexico. Daar was tot voor kort een geboortenbeperkingsprogramma in de enge zin van het woord, dat wil zeggen een programma dat er uitsluitend op was gericht om zwangerschappen te voorkomen. Onder invloed van het slotdocument van Kairo wordt dat nu verbreed tot een programma van reproduktieve gezondheidszorg waarin de gezondheidsbehoeften van vooral de vrouw centraal staan. Hetzelfde gebeurt in India. Tot voor kort werden gezondheidswerkers op het gebied van de geboortenbeperking daar het veld in gestuurd met een lijst kwantitatieve doelstellingen (bijvoorbeeld betreffende het aantal vrouwen dat spiraaltjes moet nemen of zich laat steriliseren, red.), maar dat lijkt nu afgelopen. Ook in India wordt een poging ondernomen om de behoeften van de vrouw centraal te stellen. Dat heeft er nu al toe geleid dat de regering haar traditionele wantrouwen tegenover niet-gouvernementele organisaties (NGO's) ten dele heeft overwonnen.”

Volgens de Pakistaanse heeft het einde van de Koude Oorlog de organen van de Verenigde Naties nieuwe mogelijkheden geboden om in hun contacten met staten op de bres te staan voor een 'goede' politiek. “Vroeger werden vraagstukken altijd benaderd vanuit de Oost-West tegenstelling, waardoor een echte discussie vaak niet mogelijk was. Die tijd is voorbij, we kunnen nu bij regeringen aankloppen als hun beleid niet aan bepaalde maatstaven voldoet. Een van de dingen die ik in mijn organisatie heb ingevoerd, is advocacy training. Mijn medewerkers leren zo om op een open en eerlijke manier moeilijke punten bij regeringsfunctionarissen aan te kaarten zonder dat het onmiddellijk tot een confrontatie leidt. We praten meestal achter gesloten deuren op een discrete manier over zulke punten, maar we stellen ze wel aan de orde. We hebben ook al enige tijd de beleidslijn om directe contacten na te streven met niet-gouvernementele organisaties. Dat moet op zo'n manier gebeuren dat een regering zich niet bedreigd voelt. Ook moet je vermijden dat je alleen maar contact hebt met NGO's die in de ogen van de regering 'politiek correct' zijn. De grotere openheid van na het einde van de Koude Oorlog maakt ook hier ons werk gemakkelijker.”

    • Bernard Bouwman