Plan voor meer documentaire in bioscoop

AMSTERDAM, 12 JULI. Het Nederlands Fonds voor de Film wil dat de Nederlandse speelfilms en documentaires meer aandacht krijgen. Het gesubsidieerde Hollandse produkt verdwijnt vaak al na een week uit de filmtheaters.

Doodzonde, vindt het fonds. Een nieuw plan moet ervoor zorgen dat de nieuwste rolprenten minimaal drie weken te zien zijn. Dan krijgen ze ook de kans bij een wat groter publiek aan te slaan.

Het nieuwe Vertoningsplan Nederlandse Film treedt komend seizoen in werking. Samen met de grote filmtheaters kiest het fonds zes à zeven films/documentaires die ondersteuning verdienen. Het theater dat de keuze programmeert, ontvangt een kleine bijdrage en kan ook extra geld krijgen voor publiciteit en speciale activiteiten.

Daarbij valt te denken aan het organiseren van discussie-avonden en het uitnodigen van regisseurs en acteurs. Het budget voor het project is uiterst miniem; één procent van het totale budget van zestien miljoen gulden.

Het fonds ontwikkelde het plan films die het wat betreft de bezoekcijfers niet zo goed doen, toch een kans te geven. De film Paparazzi (1994) van regisseur Joost Kraanen had bij voorbeeld in aanmerking kunnen komen. Die film over het werk van boulevardfotografen kreeg veel aandacht. Toch deed hij het in de bioscoop niet zo geweldig. “Met zo'n steuntje in de rug had hij het misschien beter gedaan”, aldus G. Bouma van het fonds.

De eerste documentaire die steun krijgt is van Tom Verheul. Tabé toean gaat over de koloniale oorlog in het voormalig Nederlands-Indië. Op 17 augustus, de dag waarop 50 jaar geleden Indonesië de onafhankelijkheid uitriep, gaat de film in vier theaters in première. De Schaduwlopers van regisseur Peter Dop is de eerste speelfilm van het project. Die film ging begin dit jaar in première tijdens het Filmfestival in Rotterdam. (ANP)