Ministers; 'Een ramp van grote omvang heeft zich voltrokken'

Het was de nachtmerrie van minister van defensie Ter Beek, het is de nachtmerrie van zijn opvolger Voorhoeve: Bosnische Serviërs die korte metten maken met de Nederlandse blauwhelmen.

DEN HAAG, 12 JULI. De minister van defensie legt zijn ene hand op de andere en kijkt strak in de tv-camera's. “Dames en heren, er heeft zich vanmiddag een ramp van grote omvang voltrokken met vergaande consequenties: de enclave Srebrenica is gevallen, is onder de voet gelopen door de Serviërs.”

Met trillende stem meldt Voorhoeve dat er geen doden of gewonden zijn gevallen onder de 390 Nederlandse blauwhelmen. “Dat is het laatste èn beste nieuws.”

Gesecondeerd door minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) en commodore Hilderink, hoofd operatiën van de defensie-staf, vertelt Voorhoeve aan het begin van de avond dat een deel van de Nederlandse militairen onderweg is naar het Nederlandse hoofdkwartier in Potocari “met medeneming van een grote stroom vluchtelingen”.

Een paar minuten voor de persconferentie heeft Voorhoeve nog contact met de commandant van de Nederlandse blauwhelmen. “Overste Karremans gaat overleggen met de commandant van de Bosnische Serviërs en vraagt aan de Bosnische Serviërs om de enclave te mogen verlaten met medeneming van de vluchtelingen die nu onder bescherming van de Nederlanders zijn.

“De situatie heeft ver gaande consequenties. In de enclave zijn, ik moet zeggen waren, 40.000 moslims aanwezig; 10.000 oorspronkelijke bevolking en 30.000 vluchtelingen. De ernst van de huidige situatie is natuurlijk dat in de enclave, die nu in handen is van de Bosnische Serviërs, dingen kunnen gebeuren die ook elders zijn gebeurd waar Bosnische moslims zijn overmeesterd.

“Ik denk dat een en ander ver gaande consequenties heeft voor het internationale beleid ten aanzien van het voormalige Joegoslavië. De NAVO-luchtsteun - de NAVO heeft twee acties uitgevoerd - heeft deze ramp niet kunnen afwenden. De militaire situatie was onhoudbaar. Over de internationaal-politieke consequenties zal, denk ik, de minister van buitenlandse zaken een aantal dingen willen zeggen.”

Volgens Van Mierlo is het “niet te overzien wat de politieke consequenties van deze ontwikkeling zullen zijn. Het is niet uit te sluiten dat het een belangrijk beslissend moment wordt in de hele situatie van UNPROFOR in Bosnië-Herzegovina.

Daarna gaat de minister van defensie in op de militaire strategie. “De luchtsteun zoals die is gegeven, heeft het getij van het Servische offensief niet kunnen keren. Ik wijs erop dat de Serviërs met een strijdmacht van drie- à vierduizend man op de enclave zijn afgegaan. De Nederlandse aanwezigheid bestond uit 430 man tellend vanaf vorige week donderdag en 390 tellend vanaf vanochtend.

“Na de tweede golf bereikten ons buitengewoon ernstige terroristische dreigementen van de zijde van de Serviërs die meedeelden dat bij voortzetting van de NAVO-luchtactie de dertig Nederlandse gevangenen zouden worden doodgeschoten en dat het stadje Srebrenica met de grond gelijk zou worden gemaakt en dat ook het Nederlandse kamp in Potocari met de grond gelijk zou worden gemaakt.

“In het licht van dat terroristische dreigement - waar ongelooflijk veel burgers en militairen het slachtoffer van zouden zijn geworden - heb ik onmiddellijk de heer Akashi gebeld en de heer Claes en hun dringend gevraagd de derde geplande golf van de luchtactie af te blazen.

“Wat er nu in Srebrenica is gebeurd, is een vrees waar ik sinds mijn aantreden als minister mee heb geleefd. Een van de eerste dingen die ik heb gedaan was de enclave Srebrenica te bezoeken in september vorig jaar. Toen was het al duidelijk dat het een onverdedigbare positie was.

“Maar dat gezien de enorme humanitaire belangen die daarmee zijn gemoeid Nederland er niet zou kunnen wegtrekken zonder een opvolging te hebben wat betreft een VN-vredesmacht. En dat was ook de reden waarom het kabinet heeft gewerkt aan opvolging waar alleen Oekraïne toe bereid was. Door die opvolging is de streep gehaald die we allemaal kennen: de enclave is gevallen.”

Voorhoeve omschrijft Srebrenica als een “onverdedigbare enclave die anderhalf jaar door Nederland beveiligd is en beveiligd kon worden bij gratie van het feit dat de Bosnische Serviërs niet doordrukten. Dat hebben ze nu wel gedaan en daardoor is de enclave gevallen”.

Na de persconferentie komt de ministerraad voor een spoedzitting bijeen op het ministerie van defensie. Premier Kok zegt na afloop dat een uitweg moet worden gevonden “niet alleen voor onze blauwhelmen, maar ook voor de bevolking”. Een paar minuten later legt Van Mierlo op de stoep van Defensie een verklaring af. “We proberen vrij baan te krijgen, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de vluchtelingen die aan de Nederlandse militairen zijn toevertrouwd. Het directe gevaar voor militaire actie is op dit moment geweken, Srebrenica is in handen van de Bosnische Serviërs. En zolang er geen luchtacties zijn - die zullen ook niet komen - is het militaire gevaar voorshands geweken.”