Langdurig werklozen eerste slachtoffers van RBA-bezuinigingen

Langdurig werklozen aan een baan helpen, dat is de kerntaak van Arbeidsvoorziening. Terwijl iedereen er de mond vol van heeft, dreigt de succesvolle bemiddeling van diezelfde groep dankzij de bezuinigingen het loodje te leggen. Morgen besluit het Centraal Bestuur van de Arbeidsvoorziening over het ondernemingsplan. “Als men er weer niet uitkomt, dan rest ons volgend jaar niets anders dan hak- en breekwerk. Ook aan de onderkant.”

Mario leert niet makkelijk. Vier jaar geleden kwam hij van het ITO, de individuele variant van het lager beroepsonderwijs (LBO). Via uitzendbureaus probeerde hij aan werk te komen. Maar nergens hield hij het langer dan een dag vol. “Ze willen dat ge alles gelijk kunt. Alles moest gelijk goed wezen. Altijd jagen, jagen. Tot ik hier kon komen.” 'Hier' is de firma Huijbregts. Het Helmondse bedrijf mengt en verpakt kruiden voor ondermeer de snackindustrie. Bedrijfsleider Leon Weylaars herinnert zich de komst van Mario goed: “De eerste paar dagen kwam hij wel zestien keer op een dag naar me toe. 'Doe ik het goed? Doe ik het goed?' Terwijl iedereen kon zien dat hij het tempo bij lange na niet haalde. Ik werd er gek van. Toen zei ik tegen hem: 'Zie jij de eerste twee maanden maar dat je je hier op je gemak gaat voelen. Dan praten we daarna wel over je produktie.” Mario knikt: “Hier kreeg ik tijd om te wennen. En de mensen zijn vriendelijk.” Zijn collega Mutlu Beiram heeft dezelfde ervaring. Hij kwam van de MLK, de school voor moeilijk lerende kinderen. Ook hij vond een plek in de kruidenfabriek, zoals Huijbregts in de wandeling wordt genoemd. Zwaar is het werk wel. Mutlu: “Mijn broer vraagt: 'Waarom werk jij hier, als je thuiskomt stink je'. Hij werkt in een textielbedrijf. Goed voor hem. Als hij hier zou komen, hij zou gelijk weglopen. Ik niet. Ik ken hier iedereen, iedereen is vriendelijk.”

Mario en Mutlu danken hun baan aan de bemiddeling van de Stichting Arbeidsplaatsen (STAP). In die stichting hebben het RBA Zuidoost Brabant en de gemeente Helmond de bemiddeling ondergebracht van mensen die om wat voor reden dan ook niet zelfstandig aan een baan kunnen komen. De aanpak van de STAP-bemiddelaars is even simpel als doeltreffend. Bemiddelaar Paul Rijerse: “Wij werken niet met een bak met vacatures. Wij zoeken geen mensen bij banen, maar banen bij mensen. Dus we kijken eerst naar wat iemand wil en kan. Motivatie is essentieel. Die moet honderd procent zijn, anders begin ik niks. Daarna kijk je wat iemands sterke punten zijn en in welke omgeving die tot hun recht komen. Mario wilde erg graag werken. Wat hij nodig had was een omgeving waarin hij de tijd kreeg om te groeien.”

Als eenmaal een passend bedrijf is gevonden, dan, zo zegt Rijerse, “is het de kunst om de werkgever in te laten zien dat ik niet aankom met kneuzen, maar met volwaardige mensen met kwaliteiten die hij in zijn bedrijf kan gebruiken.” Hij benadert werkgevers dus niet met de vraag of ze een baan hebben voor iemand die langdurig zonder werk is. Rijerse: “Dan is er nooit een baan. Ik nodig de werkgever uit tot meedenken. Ik zeg dat ik iemand heb van wie ik denk dat die precies bij zijn bedrijf past. En of we daar eens over kunnen praten. Meestal leidt dat tot een gesprek. Als dat klikt, dan leidt dat doorgaans vanzelf tot een mogelijkheid om iemand te plaatsen.” Directeur Huijbregts is het met hem eens: “Ooit hebben wij hebben in de directie tegen elkaar gezegd: 'Waarom niet?' Inmiddels hebben we op een produktieafdeling van 45 man zo'n tien mensen lopen die via STAP zijn gekomen.” Huijbregts' tevredenheid geldt niet alleen zijn nieuwe werknemers. Ook de benadering van de STAP heeft hem over de drempel geholpen. Risico loopt hij namelijk nauwelijks. “Men komt met mensen die hier passen. Dat vertrouwen hebben we. Die mensen zijn niet kant-en-klaar: ze hebben tijd nodig. Maar dat wordt gecompenseerd met een bescheiden loonkostensubsidie. En er is nazorg: mocht het onverhoopt niet lukken, en dat is ook gebeurd, dan hangen ze ons niet aan een contract voor onbepaalde tijd op, maar gaan we op zoek naar andere oplossingen.”

Rijerse is een van degenen die aan de bakermat stonden van wat inmiddels landelijk school heeft gemaakt als de Maatwerkmethode, met behulp waarvan vaak zeer langdurig werklozen met een op de persoon toegespitste benadering aan een baan worden geholpen. Sinds de successen ervan halverwege de jaren tachtig vanuit Helmond tot de rest van Nederland begonnen door te dringen, is iedere minister van Sociale Zaken er op bezoek geweest. En geen wonder. Jaarlijks helpen de bemiddelaars van STAP honderden moeilijk bemiddelbare werklozen aan een reguliere baan. In 1994 bleef de teller staan op een kleine 450 mensen, van vluchtelingen tot mensen met een verstandelijke handicap. Kosten gemiddeld 4.570 gulden per persoon. Het leidde tot de oprichting in Helmond van een landelijke MTS voor vluchtelingen, die sinds de start in 1983 ongeveer 150 vluchtelingen opleidde, van wie ruim 80 procent een baan heeft. De tweejarige opleiding kost f2500,- gulden per persoon per jaar.

De Helmondse methode vond op ruime schaal navolging. Overal in den lande ontstonden maatwerk-achtige initiatieven. Maar hoe succesvol ook, deze aanpak lijkt als gevolg van de bezuinigingen op Arbeidsvoorziening en de invulling daarvan door het Centraal Bureau Arbeidsvoorziening (CBA) het loodje te leggen. Het CBA stelde begin dit jaar vast dat de loonkostensubsidies op reguliere arbeidsplaatsen (KRA-subsidies) en de subsidies voor individuele scholing (KRS) praktisch worden afgeschaft. En juist dat zijn de regelingen waar de maatwerkers het meest gebruik van maken. Rijerse: “Mensen als Mario en Mutlu hebben een duwtje nodig om op het vereiste niveau te komen. Die aanloopfase compenseren wij, al naar gelang de persoon, met een kleine loonkostensubsidie. Voor Mutlu was dat 750 gulden per maand gedurende een half jaar. Toen was hij er. Mario had meer moeite. Die hebben we na dat eerste half jaar nog eens een half jaar 500 gulden en toen nog eens een half jaar 300 gulden 'meegegeven.' Landelijk is daar nu een streep door gehaald. Als dat zo blijft, kunnen jongens als Mario en Mutlu het verder vergeten.”

De gevolgen beginnen her en der merkbaar te worden. In Helmond leverde de vluchtelingen-MTS in juli zijn laatste leerlingen af. Omdat de deelnemende RBA's de subsidie introkken, sluit de school de deuren. In Amsterdam sloten drie overeenkomstige bureaus een maand geleden hun deuren. De bestanden werden overgedragen aan het RBA, dat volgens directeur C. Pot de bemiddeling van langdurig werklozen nu zelf ter hand gaat nemen. Ook Utrecht gaat op die toer. Het bedrag van zes ton waarmee het RBA het werk van de Stichting Maatwerk aldaar financierde, is per 1 januari ingetrokken. Ook in Haarlem is de volledige pot voor loonkosten- en scholingssubsidies verdwenen. “Geen gulden heb ik meer”, meldt bemiddelaar Hanno Beccari. “Ik had een jongen, langdurig zonder werk, die als chauffeur bij een bakkersbedrijf kon beginnen. De intentieverklaring lag er, alles was rond. Alleen hij moest zijn groot rijbewijs halen. Met een paar centen scholingssubsidie was dat gelukt. Nu had ik niks meer te bieden.” Dieneke van der Windt, directeur van de Utrechtse Stichting Maatwerk: “Zoals het nu gaat, trekt het arbeidsbureau zich niet terug op de kerntaak, maar op de kernorganisatie.”

Een merkwaardige gang van zaken. Terwijl de kerntaak van Arbeidsbemiddeling toch is langdurig werklozen aan een baan te helpen, worden de middelen daarvoor afgeschaft. En niet omdat de KRA en KRS-subsidies niet effectief zouden zijn. Het tegendeel blijkt o.a. uit het rapport van de commissie-Van Dijk, die eerder dit jaar de Arbeidsvoorziening evalueerde. Het rapport noemt de effectiviteit van de KRA 'groot', vooral 'voor personen tussen de 30 en 49 jaar, voor laagopgeleiden en voor zeer langdurig werklozen.' De KRA levert volgens de een 'belangrijke bijdrage' aan de rechtvaardige werking van de arbeidsmarkt.

Directeur Aranka Goyert van het RBA Kennemerland, Amstelland en Meerlanden, waaronder het RBA-Haarlem valt, vindt desondanks dat de bemiddeling van langdurig werklozen dé kerntaak blijft van arbeidsvoorziening. Zij denkt hen aan het werk te kunnen helpen via de bekende draaggolfgedachte. Dat is de veronderstelling dat langdurig werklozen als het ware kunnen 'meeliften' met hun sterkere broeders en zusters als de bemiddelaars van de RBA's maar eenmaal genoeg voet aan de grond hebben bij werkgevers. Een stelling waarvoor de commissie-Van Dijk in haar rapport het bewijs 'gering' noemde. Goyert: “Wij hebben het afgelopen jaar 1500 mensen geplaatst op Schiphol en een paar honderd langdurig werklozen.” Maar zij is de eerste om toe te geven, dat dat misschien wel werkt voor een geschoolde veertigjarige die aan het eind van zijn WW bereid is om met minder genoegen te nemen, maar niet voor de moeilijkste groepen. “De markt wordt afgeroomd, dat is zo. Als de KRA-subsidies er nog geweest waren, had ik 600 mensen meer geplaatst.”

Het tweede alternatief voor moeilijk plaatsbare werklozen is dat van de Melkertbanen. Los van het enorme de prijsverschil - in plaats van 5000 gulden loonkostensubsidie kost een 'echte' Melkertbaan in vier jaar 160.000 gulden en een Melkertbaan met behoud van uitkering nog altijd 20.000 gulden in twee jaar - vindt ook daar een afromingseffekt plaats. Hanno Beccari: “Hier hebben werkgevers de houding dat ze twee of drie mensen per Melkertvacature willen zien. Dat betekent dat ik mijn mensen in concurrentie moet brengen en dus zullen ze afvallen.” Ook Dieneke van der Windt, directeur van Maatwerk Utrecht, ziet dat zo: “Het RBA heeft hier twee advertenties in de krant gezet om kandidaten op te roepen voor de Melkertbanen. Mijn klanten lezen geen kranten. Dat zegt al genoeg over het verschil in doelgroep, denk ik. Dat er Melkertbanen zijn is prima. Dat dat via een afromingseffect gebeurt, is tot daaraan toe. Maar dat daaraan de middelen die bestemd zijn voor de onderste laag van de samenleving worden opgeofferd, dat is een schande.”

Op 27 februari kwam het briefje van het CBA met de mededeling dat de KRA en KRS per 1 maart waren geschrapt. Johan Bekema, directeur van het RBA Zuidoost Brabant, grijnst cynisch: “Zo gaat dat tegenwoordig. Ons bestuur heeft vervolgens met kunst en vliegwerk kans gezien voor dit jaar toch een pot van 1,6 miljoen aan flexibele loonkostensubsidies te creëren. We noemen het alleen geen KRA, want dat kan niet meer, maar BRP, Bijzonder Regionaal Project-subsidie.” Daarmee kunnen de maatwerkers in zuidoost Brabant, waaronder Helmond, weer een jaar vooruit. Maar of dat volgend jaar ook lukt, is zeer de vraag. Bekema: “Dit jaar moeten we 7 miljoen ophoesten, volgens jaar 12 miljoen. Als dat echt moet, dan vrees ik het ergste, ook voor de onderkant.”

Bekema heeft een plan klaarliggen over hoe 'het ergste' kan worden voorkomen. “Als er rijksgeld naar de arbeidsbemiddeling gaat, dan moet dat ingezet worden voor langdurig werklozen. Als je dat uitgangspunt deelt, betekent dat ook dat je je organisatie daarop moet inrichten.” Er komt een plaatje op tafel van de organisatiestructuur van het RBA-Zuidoost Brabant: “Kijk, er zijn drie poten. De eerste is de directe bemiddeling, mensen zoeken bij vacatures. Die poot moet scoren, scoren en nog eens scoren. Daar hang je dan allerlei zaken aan als outplacement, advieswerk etcetera. Dat doen wij hier in samenwerking met het uitzendbureau START. Daar hoeft naar mijn overtuiging geen geld bij. De tweede poot is de projectbemiddeling. Daar gaat het om knelpunten in de personeelsvoorziening in bepaalde bedrijfstakken, waar je een project op loslaat. De financiering daarvan kan voor een groot stuk komen uit de fondsen die in allerlei CAO's worden afgesproken, maar ook van bedrijfsverenigingen. Daar moet dan nog wel wat bij, maar niet veel. De derde poot is de maatwerkpoot. Daar heb je te maken met de echte onderkant. Die moet je sparen.”

Een tweede mogelijkheid van bezuinigen ziet Bekema in de samenvoeging van stafdiensten als boekhouding, personeelszaken en automatisering, van een aantal RBA's in het zuiden des lands. “Want laten we eerlijk wezen, qua apparaat kan het allemaal wel wat goedkoper.” Geïrriteerd laat hij erop volgen: “Als we Rijswijk niet hadden gehad, was het allemaal allang gebeurd.” Met 'Rijswijk' is het CBA bedoeld, dat morgen een besluit moet nemen over het ondernemingsplan, waarmee arbeidsvoorziening de komende jaren gaat werken. Bekema: “Dat ondernemingsplan is gebaseerd op het model dat wij hier hebben ontwikkeld. Maar men is daar al anderhalf jaar niet in staat om van een beslissing te bevallen. De oprichting van een landelijke facilitaire dienst voor de onderliggende RBA's komt daardoor niet tot stand. Omdat de werkgevers niet wensen te betalen voor dienstverlening in de sfeer van de directe bemiddeling, komt de ook commerciële aanpak niet van de grond. En dat gedoe over de samenwerking met START. Dat noemt men concurrentievervalsing. Onzin. Men zal nu toch eens moeten kiezen: blijft men de belangen van een paar grote uitzendorganisaties die geld ruiken verdedigen, of kiest men voor het bedrijf Arbeidsvoorziening.”

En als het allemaal niet lukt? Aranka Goyert: “Dan moet ik volgend jaar vestigingen sluiten.” En Bekema: “Zonder de noodzakelijke reorganisatie van de overhead en zonder de commerciële aanpak rest ons volgend jaar alleen bot hak- en breekwerk. Ook aan de onderkant. Dan zie ik om te beginnen de banenpool aan een zijden draadje hangen.”

In Helmond ziet Mario van Lieshout de toekomst een stuk zonniger. “Drie jaar ben ik hier nu. Het gaat goed. Ik heb een vriendin. Die heeft net vorige week haar diploma bejaardenverzorging gehaald. Over een tijdje willen we op ons eigen. Dat kan nou, he? Dankzij dat werk ook. Uiteindelijk is 't toch allemaal een cirkeltje.”