Goed en fout (1)

De modder die de wegebbende grote herdenkingsgolf in het goed/fout-debat heeft opgewoeld, bereikte in Hoflands column “Goed en fout in de jaren '90“ (NRC Handelsblad, 5 juli) onweerstaanbaar de kust van onze eigen tijd. “Wie was er goed, wie was er fout in de jaren negentig“, vroeg hij zich teleologisch af.

Een dag eerder had Hans Ree, ook zeer overtuigend, precies het omgekeerde gedaan door zijn lezers terug te voeren naar de jaren dertig. Met dezelfde gewetensvraag: zou je toen goed geweest zijn? Het is tenslotte de nooit aflatende vraag naar de publieke moraal.

Als verklaard niet-intellectueel nam Bolkestein opnieuw het voortouw in het intellectuelendebat: zijn CPN/NSB-vergelijking deed veel modder opwoelen, ook bij mij. Maar hij heeft gelijk. Sinds de waarheid niet meer geopenbaard wordt hebben we alleen nog de methode van de vergelijking over, net als in kunst en wetenschap. Zelfonderzoek volgens de Bolkesteinmethode levert bij mij een resultaat op dat ik geroepen ben te melden omdat ik in het verleden vaak niet m'n mond kon houden. Nog steeds niet trouwens.

Welnu, in de jaren dertig was ik goed, want pasgeboren.

In de jaren veertig was ik aanvankelijk ook goed: we knipten Duitse telefoondraden door omdat we die bij de bouw van onze jongenshutten zo goed konden gebruiken. Maar al gauw na de bevrijding ging ik goed de fout in door de 'politionele acties' in Indonesië te steunen.

In de jaren vijftig werd ik weer goed door voor de Amerikanen in Korea te zijn. Maar omdat ik in de jaren zestig tégen het Amerikaanse ingrijpen in Vietnam was, bleef ik toch goed. In provo- en notenkrakerstijd was ik zelfs heel goed. Tenslotte heeft dat ons de beste koningin sinds William and Mary en het levendigste muziekleven sinds Sweelinck opgeleverd.

Toch ging ik aan het eind van de jaren zestig weer de fout in door met de opera 'Reconstructie' de Cubaanse dictatuur te steunen. Daarbij ontzagen wij ons zelfs niet Erasmus - de profeet van de tolerantie - voor te stellen als de laffe collaborateur van de imperialist! Een intellectuele en morele doodzonde waarvoor ik pas in de jaren zeventig het boetekleed begon aan te trekken. (Iets wat mijn voormalige operakameraden tot op heden nog niet hebben gedaan, hoewel daartoe herhaaldelijk uitgedaagd. In plaats daarvan wordt ik nu door Reinbert de Leeuw per ingezonden brief van 30 juni ziedend van woede uitgemaakt voor àlles wat fout is; volgens de methode-de Leeuw: een halve regel citeren, nergens op ingaan, vanuit machtsposities opereren en blazen in geval van kritiek. Maar Reinbert is een achtenswaardig man, Erasmus!)

Begin jaren zeventig was ik korte tijd Maoïst en zelfs één ledenvergadering lang lid van de CPN. Wat nog erger was dan lid van de gereformeerde jongelingenvereniging.

Maar met 'Houdini' in '77 ging het weer de goede kant op, zodat ik met 'Aap' begin jaren tachtig het rakettenbesluit kon ondersteunen, het besluit dat tenslotte een vreedzaam einde heeft gemaakt aan de Koude Oorlog. Toen dan ook de Muur van de Grote Gevangenis in '89 brak zag ik een visioen van Houdini in vervulling gaan.

De jaren negentig begonnen goed: vóór de Golfoorlog. Maar nu met Bosnië vraag ik mij, net als Hofland, af wat de houding moet zijn. Natuurlijk sta ik pal achter onze soldaten. Ook voel ik me gemotiveerd door de inspiratie van Van Mierlo: een VN-Legioen. Maar of dat genoeg is om goed te zijn?

Ik besef alleen dat niemand altijd goed is, en zelfs niet altijd slecht. Maar van iedereen kan gevraagd worden altijd eerlijk te zijn. En goedgemutst. Want er is nog steeds haring in onze modder.