GESTOOFDE ERWTJES

Verse groene erwtjes komen in het begin van ons voorjaar van vreemde bodem. Het nadeel van die geïmporteerde doperwten is dat ze over het algemeen te rijp zijn geplukt. Een pond verse doperwten levert op dit moment ruim 200 gram netto op. Grote groene knikkers waar de Engelsen een patent op hebben: veel zetmeel en weinig suikers. Wie nu verse doperwten wil eten, doet er goed aan - alvorens ze te kopen - één peul te openen en een erwtje te proeven. Zijn ze melig, laat ze dan maar liggen. Een vers gedopt erwtje moet sappig en zoet zijn, en dat zijn ze als ze nog niet volgroeid zijn. Hoewel het idee me tegenstaat in het voorjaar diepvries erwtjes te kopen, is een mens daar soms veel beter mee uit.

Voor 3-4 personen:

100 gram kleine witte uitjes

100 gram achterham (dunne plakken)

100 gram kropsla (hart van de krop)

60 gram boter

300 gram gedopte groene erwtjes (zonodig diepvries)

zout en een snufje suiker

Pel de uitjes en laat ze heel. Snijd de achterham in smalle reepjes en vervolgens in korte stukjes. Snijd het hart van de kropsla in kwarten. Smelt de boter in een pan met een goed sluitend deksel en smoor daarin op halflaag vuur de uitjes gedurende 5 minuten (niet laten kleuren). Roer erwtjes (diepvrieserwtjes niet ontdooien) en ham door de geurige boter, voeg 6 eetlepels water, zout en een snufje suiker toe en leg de kwarten kropsla tussen de erwtjes. Stoof alles op laag vuur in gesloten pan 15-20 minuten, of tot de groenten gaar en geurig zijn. Wie vindt dat het mag, laat van het vuur af en vlak voor het serveren nog een klontje boter in de groente wegsmelten. Serveer deze gestoofde erwtjes bij blank vlees of gevogelte, of met gepocheerde eitjes.