DNB haalt valutaswap-instrument van stal

AMSTERDAM, 12 JULI. Voor het eerst sinds de EMS-crisis van 1992 heeft DNB weer gebruik gemaakt van een valutaswap van enige omvang om de geldmarkt te verkrappen. Een valutaswap is een transactie die inhoudt dat DNB aan de banken vreemde valuta verkoopt met de afspraak de transactie over enige tijd - in dit geval 7 dagen - weer terug te draaien. De huidige swap heeft een omvang van 1,43 miljard gulden. DNB heeft dit instrument thans ingezet, omdat zij, achteraf bezien, de voor banken verplichte kasreserve te laag heeft vastgesteld. Hierdoor dreigde het geldmarkttekort zo laag te worden, dat banken geen speciale belening meer nodig zouden hebben. Dit zou de sturing door DNB van de geldmarktrente bemoeilijken.

Dat de kasreserve te laag werd vastgesteld, houdt verband met tegenvallende belastingbetalingen aan het einde van de vorige maand. Het gevolg hiervan is, zoals reeds eerder in deze rubriek opgemerkt, dat de banken sindsdien zeer ruim in hun geldmarkt-jasje zitten. Illustratief is het zeer geringe beroep op voorschotten van DNB aan het begin van de verslagweek en de zeer geringe omvang van de speciale beleningen daarna. De huidige belening, die loopt van 10 tot 17 juli, bedraagt slechts 491 miljoen gulden, de vorige bedroeg 492 miljoen (voor vier dagen, inclusief het weekend). Door deze geringe speciale liquiditeitssteun hebben banken overigens sinds donderdag hun beroep op de voorschotten flink moeten ophogen tot ver boven het gemiddeld toelaatbare beroep van 4,3 miljard gulden. Over de hele verslagweek bezien bleef de besparing op het contingent - met nog anderhalve week te gaan in deze contingentsperiode - evenwel vrijwel ongewijzigd op 3,4 procentpunt. De donderdag ingezette verkrapping van de geldmarkt werd weerspiegeld in een herstel van de daggeldrente van 3,75 procent tot boven de 4 procent. De forse resterende contingentsruimte houdt de stijging echter beperkt.

In tegenstelling tot de daggeldrente, lieten de overige rentetarieven op de geldmarkt de afgelopen week een daling zien van circa tien basispunten (1 basispunt is gelijk aan 0,01 procent).Deze daling volgde op tariefsverlagingen door de Amerikaanse en Japanse centrale banken. Die instellingen deden door hun actie de speculaties op een gelijke rentestap door de Bundesbank in Duitsland, wellicht aanstaande donderdag, opleven. Gezien de al enige tijd bestaande grote, zij het niet extreme ruimte tussen het Duitse Lombard- en disconto-tarief, is een symbolische neerwaartse aanpassing van de Lombardrente niet uit te sluiten. Een meer invloedrijke verlaging van het discontotarief valt, gelet op de recente (tijdelijke) opleving van de inflatie, evenwel nog niet te verwachten. Indien de huidige kracht van de gulden tegenover de D-mark aanhoudt - sinds gisteren noteert de D-mark weer onder de 1,12 gulden, na voor het laatst op 26 juni onder die grens te zijn gekomen - en in ons land het 1-maands interbancair tarief - thans ongeveer 4,05 procent - lager blijft noteren dan de beleningsrente, is bij een van de eerstkomende gelegenheden een verlaging van het beleningstarief door DNB zeer wel mogelijk. Een eerste mogelijkheid doet zich aanstaande vrijdag voor, wanneer de modaliteiten voor de nieuwe belening worden bekendgemaakt.

Bron: Economisch Bureau ING Groep