Clinton wil 'Vietnam' achter zich laten; 'Toename van de contacten tussen Amerikanen en Vietnamezen zal de vrijheid bevorderen'

Twintig jaar na het einde van de oorlog in Vietnam, speelde zich gisteren in het Witte Huis een scène met grote symboliek af. Een voormalige demonstrant tegen de oorlog in Vietnam, Bill Clinton, kondigde als president van de Verenigde Staten normalisatie van de diplomatieke betrekkingen met de voormalige vijand aan. Hij werd daarbij geflankeerd door twee voormalige krijgsgevangenen van Hanoi, oorlogsvlieger John McCain en marine-officier John Kerry, beide inmiddels senator, de een Republikein, de ander Democraat.

Wat ons ook verdeelde, zei Clinton, het is tijd om het pijnlijke verleden achter ons te laten. Met hun aanwezigheid bij de ceremonie in het Witte Huis getuigden beide Senatoren dat zij er ook zo over denken. De conservatief McCain steunde de het besluit van de president niet alleen, hij schreef hem zelfs “zekere moed” toe.

Maar de littekens van de oorlog, die het Amerikaanse volk zo bitter heeft verdeeld en die ruim drie miljoen Vietnamezen en 58.000 Amerikanen het leven heeft gekost, zijn nog niet geheeld. Een groot aantal oorlogsveteranen is nog altijd scherp gekant tegen Clintons besluit, dat ze prematuur vinden. Dat uitgerekend Clinton, die zich aan de dienstplicht onttrokken heeft, deze stap doet is voor hen extra bitter.

En met name in de Republikeinse Partij bestaat nog sterke oppositie tegen normalisering van de betrekkingen. Hanoi zou zich niet genoeg zou hebben ingespannen om de VS te helpen bij de opsporingen van vermiste militairen en vermeende krijgsgevangenen. De leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat, presidentskandidaat Dole, noemt het “een strategische, diplomatieke en morele fout om Vietnam het keurmerk van de Amerikaanse regering toe te kennen”. De Senaat kan nog dwarsliggen bij de financiering van de ambassade in Hanoi.

Hoe gevoelig het Vietnam-trauma in de VS nog altijd is bleek eerder dit jaar uit de storm van verontwaardiging die opstak na de erkenning van Robert McNamara, tijdens de oorlog minister van defensie, dat de Amerikanen indertijd ongelijk hadden en dat de oorlog een vergissing was. Tegelijk blijkt uit opiniepeilingen dat een meerderheid van de Amerikanen, 61 procent, het besluit van Clinton steunt. Inmiddels is er ook een een hele generatie opgegroeid die de de oorlog alleen nog kent als geschiedenis.

De president heeft zich niettemin van voldoende politieke rugdekking willen verzekeren voor hij zijn besluit, dat al weken in de lucht hing, bekendmaakte. Maar ook zijn Republikeinse voorganger Bush zette al een aantal belangrijke stappen naar normalisatie: in diens ambtsperiode werden afspraken met Hanoi gemaakt over samenwerking bij het zoeken naar in de oorlog vermiste Amerikaanse militairen, hiertoe werd ook een Amerikaans kantoor in Hanoi geopend en ook hief Washington het reisverbod naar Vietnam op. Clinton maakte, op aandringen van de Senaat, begin 1994 een einde aan het handelsembargo. Dat alles kan gezien worden als aanloop naar naar de bekendmaking van gisteren.

De president legde er sterk de nadruk op dat de zorg om de nog altijd vermiste militairen voor hem voorop staat. Hij zei over de naspeuringen, waar honderden mensen zich mee bezighouden, dat “nooit eerder in de geschiedenis van de oorlogsvoering zo'n omvattende poging is gedaan het lot te achterhalen van soldaten die niet terugkwamen. Met deze nieuwe relatie zullen we meer vooruitgang kunnen boeken”.

Clinton wees er op dat Vietnam sinds de opheffing van het handelsembargo begin 1994 de VS aanzienlijk heeft geholpen bij het oplossen van dat probleem. Sindsdien hebben 29 families de stoffelijke resten van hun gesneuvelde verwanten teruggekregen. Nog 1.618 Amerikanen staan als vermist geregistreerd.

De Vietnamese gemeenschap in de VS, die voor een groot deel bestaat uit vluchtelingen voor het communistische regime, is verdeeld over het herstel van de betrekkingen. Tegenstanders betreuren vooral dat Washington geen garanties voor het herstel van de democratie in Vietnam heeft weten af te dwingen.

Maar ook hun bezwaren probeerde Clinton gisteren te ondervangen. “Ik geloof dat toename van de contacten tussen Amerikanen en Vietnamezen de zaak van de vrijheid zal bevorderen”.

Maar niet alleen de verliezer van de oorlog is veranderd, ook de communisten die de Amerikanen twintig jaar geleden verjoegen zijn de oude niet meer. Met succes laten zij steeds meer marktwerking in hun economie toe. En de premier van de Socialistische Republiek Vietnam verwelkomde Clintons besluit vandaag, sprak van wederzijds respect en bepleitte economische samenwerking.