Chirac tussen de Duitse drang en de Britse scepsis

STRAATSBURG, 12 JULI. 'De stad van Europa' noemen de Fransen Straatsburg graag. Het was een passende achtergrond voor het meest hachelijke avontuur dat Jacques Chirac in zijn jonge loopbaan als president heeft mogen beleven. Hij kwam om zijn Europese heldendaden te bezingen, maar werd uitgejouwd vanwege zijn kernproeven. En dat in een parlement dat hij nauwelijks erkent, al moet het van hem wel op Franse bodem blijven.

Chirac de grillige, Chirac de gladde, Chirac de bijna-generaal, zij keken allemaal om de hoek tijdens het optreden van het Franse staatshoofd in Straatsburg. Dat was niet het beeld dat hij wilde etaleren. Zijn vliegende start op het internationale toneel, zijn dominerend enthousiasme op de topontmoetingen van Halifax en vooral Cannes, dat portret van competente daadkracht had gisteren van een krachtige Europese dimensie voorzien moeten worden.

Het mocht niet zo zijn. Srebrenica viel, ondanks Chiracs nieuwe élan. En kanselier Kohl was door zijn kernwapen-gevoelige publieke opinie op pad gestuurd met een kritische boodschap die een schaduw wierp over de 65ste Frans-Duitse top. Opnieuw hard politie-optreden had het begin van de besprekingen toch al van zijn feestelijk karakter ontdaan, gistermiddag in het Straatsburgse Paleis van de Prefectuur - elegant maar onmiskenbaar symbool van Parijse macht in de buitengewesten.

's Morgens maakte Chirac het wijdse gebaar van een onverschuldigd bezoek aan het parlement dat in zijn visie op Europa eerder een lichtere dan een zwaardere rol hoort te spelen. Zijn toespraak was aangekondigd als een richtinggevende visie op Europa. Maar het werd een licht gênante opsomming van de zegeningen die het net afgesloten Franse voorzitterschap de Europese Unie heeft gebracht. Volgens vriend en vijand was dat voorzitterschap vooral gekenmerkt door de aandacht voor de lange verkiezingscampagnes voor de opvolging van president Mitterrand.

De grootse dromen over de dag vielen meervoudig in het water. Toen Chiracs socialistische voorganger in januari voor het laatst de Straatsburgse volksvertegenwoordiging toesprak, op die schijnbaar mompelende, confidentiële toon, hadden de parlementariërs een Europeaan voor zich. Het verhaal barstte niet van de nieuwe plannen. Dat zou ook nauwelijks gepast zijn geweest voor een vertrekkend staatshoofd, maar de droom van een continent verenigd door de wil tot vrede had een elektrificerende uitwerking.

Hoe anders was de gemaaakte gemakkelijkheid van de gastspreker van gisteren. “Frankrijk is voorstander van een groot Europa, dat eindelijk ons continent verenigt, zoals Generaal De Gaulle het wenste.” Dat was de visie. “Wij willen effectieve (Europese, red.) instellingen, die goed kunnen functioneren na de uitbreiding (van de Unie). Dat betekent, volgens ons, een versterking van de besluitvaardigheid van de Raad (van ministers).”

Het Europa waar de generaal van droomde was een Europa van een paar sterke en een rij zwakkere naties. Vandaar de Franse wens het Europese Parlement en de Commissie aan banden te leggen, en regeringen onderling naar bevind van zaken de Europese zaken te laten regelen. Met Kohl had Chirac op deze lijn weinig plezier beleefd, zo veel werd wel duidelijk na afloop van een middagje toppen.

's Morgens was Chirac al gewezen op de inconsistenties van zijn Europa-visie - Europa-gevoel is misschien een passender aanduiding. In de Franse krant Le Figaro wees de belangrijke Duitse CDU-buitenland-specialist Karl Lamers erop dat er geen sprake van kan zijn dat er één munt komt, waar Frankrijk fel vòòr is, maar geen werkelijk gemeenschappelijke economische, buitenlandse en veiligheids-politiek. Hij waarschuwde ervoor dat 'het Europese huis', zeker na uitbreiding tot misschien dertig bewoners, zal bezwijken als de fundamenten ontbreken.

Kohl bleef in het openbaar mild, hamerde op de intensiteit van de Frans-Duitse betrekkingen, maar zijn gezicht sprak de taal van vermoeide irritatie. Minder joviaal dan toen de twee mannen direct na Chiracs installatie spontaan in het zelfde Straatsburg de Elzasser Winstube Chez Yvonne indoken. Het lijkt er erop alsof de ontmoetingen vooral zo frekwent zijn omdat er zo veel verschillen van mening moeten worden overbrugd. De 'Frans-Duitse motor' van de Europese Unie werd veel genoemd, maar als er dan toch naar een voertuig wordt gekeken is de exacte vergelijking ervan iets ingewikkelder.

Met zijn signalen van twee maanden presidentschap lijkt Jacques Chirac zich zeker meester te hebben gemaakt van een eigen plek aan boord, maar niet onder de kap. De motor van het vehikel is vooral Duits, de remmen worden bediend door de achterban van John Major, en de Fransen trekken, gedreven door allerlei soorten angst, zo nu en dan aan het stuur. Rijdend langs de afgrond van nationalisme en fragmentatie.

Het Frankrijk dat zichzelf gisteren in een blauw pak en met een grimas van voorgenomen zelfvertrouwen presenteerde in Straatsburg, wordt voorlopig beheerst door de angst niet voor vol te worden aangezien, de angst dat een nieuwe, meer gemeenschappelijke toekomst een einde zal maken aan een manier van leven die joyeus is en velen bescherming biedt tegen schokken van buitenaf.

Het is ook een Frankrijk dat optreedt als een calculerende natie: doet u ons maar één Europese munt, anders krijgen we toch een soort D-mark en zo vangt de rest van de club de schokken van werkloosheid en de kosten van onze sociale 'eenwording' mooi op. Duitsland absorbeerde zijn Oostbroeders met hulp van de andere Euro-economieën, laten zij nu maar de pijn mee beperken van de onvermijdelijke modernisering van onze industrie en landbouw.

Maar vooral geen vreemden achter het stuur, niet in Parijs, niet in Brussel en niet in Straatsburg. Hoe stelliger de groten uit Bonn en Berlijn verklaren dat zij geen hegemoniale pretenties hebben, hoe sterker Parijs blij verrast in de Euro-sceptische ogen van John Major kijkt. Daar aan de andere kant van de Kanaal-TGV ligt nog een grote natie die niets moet hebben van meer eenheids-bestuur en eenheids-rechtspraak.

Weliswaar is die Britse scepsis gebaseerd op eeuwenoude huiver voor gecentraliseerde macht - vooral een Franse uitvinding - , maar het komt Parijs niet minder goed uit dat Londen weer een periode van heftige Eurofobie beleeft. Michael Howard, de historicus uit Oxford, sprak onlangs op het Franse instituut voor buitenlandse betrekkingen IFRI over het inherente 'protestantisme' van de Engelse volksziel. Zij hebben bovendien de contra-reformatie, de Franse Revolutie en de Napoleontische modernisering gemist, kwamen uit een rampzalige Eerste Wereldoorlog meer dan Euro-sceptisch terug en moesten de Tweede oorlog helpen winnen. Het zijn allemaal verklaringen voor de diepe Britse behoefte de eigen boontjes te doppen, ook al kan dat economisch al lang niet meer. Howard schetste een overtuigend beeld van een volk dat ongeveer alle waarden omhelst waar Frankrijk nu juist niet sterk in is.

En toch trekken de Britten en de Fransen impliciet steeds meer samen op, al missen hun top-ontmoetingen het vlag- en zuurkool-vertoon van de Kohl-Chirac bijeenkomsten. Het is dan ook een gelegenheidscoalitie, een duivelsverbond gebaseerd op gemeenschappelijke afkeer. Chirac was er gisteren vrij open en eerlijk over: natuurlijk heb je twee tegenpolen nodig als een je evenwichtsnummer instudeert.

De stampei waar het Europese Parlement de Franse president gisteren op tracteerde zal niet hebben bijgedragen aan zijn liefde voor deze instelling. Thuis hoeft hij helemaal niet met zulke mensen te praten. De herinnering zal vooral slecht zijn als de manifestatie van linkse parlementariërs later zijn Waterloo voor wat betreft de kernproeven op Mururoa blijkt te zijn geweest. Dat zou in zekere zin zijn verdiende loon zijn: wie een parlement aanhoort maar niet antwoordt, en alleen tijdens de lunch op evidente zorgen van volksvertegenwoordigers wil ingaan, vergroot de afstand tot het volk. Juist dat wilde Jacques Chirac als 'luisterende president' vermijden. De huidige Grote Driehoek Bonn-Parijs-Londen baart vooral halfhartige compromissen: Europol zonder Hof van Justitie, Schengen zonder Frankrijk, een monetaire Unie zonder sociaal beleid. Na twee maanden in het hoogste Franse ambt demonstreert Jacques Chirac dat handigheid en daadkracht niet genoeg zijn voor een vitaal Europa. Ook karakter telt. Europa krijgt nog veel te maken met de nieuwe bestuurder in Parijs. Hij mag vast nog wel eens terugkomen in Straatsburg.