Bosnië

Het is prijzenswaard dat Alfred van Cleef de moed heeft om openlijk een duidelijke stellingname in het Bosnische conflict tegen de Bosnische Serviërs in te nemen. (NRC Handelsblad, 26 juni)

Vanaf de erkenning van Bosnië-Herzegovina door de VN in 1992 was het duidelijk dat de Bosnische Serviërs onder geen enkele voorwaarde deel wilden uitmaken van de nieuwe multi-culturele republiek en de afgelopen drie jaar hebben duidelijk gemaakt dat onderhandelen met de van oorlogsmisdaden verdachte leiders van de Serviërs, die geobsedeerd zijn door de reeds meer dan 150 jaar oude Groot-Servische gedachte, volstrekt zinloos is.

De lamlendige en zwalkende houding van het Westen in het conflict is reeds vele malen aan de kaak gesteld. Dat de VN altijd onpartijdig hebben willen blijven, is gezien de vele tegenstrijdige belangen binnen deze organisatie begrijpelijk, maar dat de Europese Unie vasthoudt aan de oude 'balance-of-power'-politiek, waarbij Engeland, Frankrijk en Rusland in feite nog altijd pro-Servië zijn en Duitsland pro-Kroatië, is inconsequent en achterhaald. In het nieuwe Europa passen geen etnische staten meer en het beëindigen van de voortwoekerende oorlog binnen Europa moet dan ook allerhoogste prioriteit krijgen. De enige manier waarop dit binnen afzienbare tijd kan gebeuren, lijkt nu door middel van een militaire ingreep te zijn. Dat Bosnië-Herzegovina tot nog toe wegens het wapenembargo gedwarsboomd is om van het recht van zelfverdediging gebruik te maken is volkenrechtelijk een omstreden zaak. Om een einde te maken aan de jarenlange belegering van Sarajevo en de 'veilige zones' is het dan ook een ereplicht van het Westen dat de NAVO het Bosnische regeringsleger hierbij steunt.

Blijven nog enkele vragen: hoe denkt Van Cleef de 'minimaal honderdduizend man' bijeen te krijgen? Hoe zal Rusland reageren? En de ultieme vraag: zal de Groot-Servische gedachte na een overwinning van het Bosnische regeringsleger ophouden te bestaan?

    • Prof. Drs. F.R. van Veen