Beursplein wacht op Amerikaanse koopgolf

AMSTERDAM, 12 JULI. Kon Philips nog hoger na de koersstijging van meer dan 20 procent in de laatste anderhalve week? Op het Damrak moest de beleggersfavoriet gisteren wat terrein prijsgeven, maar zoals wel vaker de laatste week zorgde de Philips-handel in New York in de avonduren voor een impuls. Op Wall Street steeg Philips gisterenavond met omgerekend 2,70 gulden, opende vanmorgen in Amsterdam dan ook navenant hoger en sleepte de AEX-index wederom mee omhoog.

In anderhalve week tijd zijn de aandelen op de Amsterdamse effectenbeurs 18 miljard gulden meer waard geworden, en 29 miljard gulden sinds het begin van het jaar. Vooral aankopen door buitenlandse, en met name Angelsaksische beleggers van aandelen als Hoogovens en vooral Philips heeft de Amsterdamse effectenbeurs in anderhalve week tijd ruim 5 procent opgetild. Maar van een massale belangstelling van Angelsaksische fondsen, die in 1993 op het Damrak de koersen huizenhoog opstuwde, is volgens analisten nog geen sprake.

Aan het enthousiasme onder Nederlandse beleggingsadviseurs zal het niet liggen: in de aandelenwedstrijd die het persbureau Reuters elk halfjaar organiseert, voorspellen de 21 deelnemende effectenhuizen en banken ditmaal gemiddeld een stand van de AEX-index van 467 punten aan het eind van het jaar. Iris, het onderzoeksbureau van Roebco en Rabo, publiceerde gisteren een zeer optimistische visie op de Nederlandse aandelenbeurs.

Het tempo van de verwachte koersstijging zal afhangen van de kooplust van grote buitenlandse beleggers, en met name van de grote Amerikaanse fondsen. Zij joegen met enorme investeringen op het Damrak in de loop van 1993 de koersen met zo'n 40 procent omhoog, wachtten daarna af toen vorig jaar de koersen op het Damrak stokten en namen vervolgens winst toen de dalende dollarkoers eind vorig jaar het rendement in dollars omhoog joeg. “Angelsaksische beleggers zijn in de tweede helft van vorig jaar en het eerste kwartaal van dit jaar netto verkopers geweest,” zegt H. van Everdingen van Kempen & Co, “Ik kan me goed voorstellen dat je nu een beweging terug naar het continent gaat zien. Maar Angelsaksische beleggers kijken vooral naar individuele aandelen, niet naar totale markten.”

“Er is een grotere Amerikaanse vraag naar Europese aandelen,” bevestigt Alfred Möckli van het Amerikaanse Citicorp Capital Markets in Zürich, “Maar die heeft nog niet de kracht van de stroom van Amerikaanse beleggingen die we in 1993 zagen.” Möckli denkt dat de stroom pas echt loskomt als de huidige Amerikaanse beurshausse in New York tot stilstand komt. Tot nu toe is het Dow Jones-gemiddelde dit jaar met 22 procent omhoog geschoten, en leverde beleggers een fraaie winst op. Voor méér zullen de beleggers over de landsgrenzen heen moeten kijken. Probleem is wel dat de meeste marktanalisten voorspellen dat een ommekeer van het gunstige tij in de Amerikaanse aandelen- en obligatiemarkt ook de koersen in Europa zal drukken. De correlatie tussen beide markten ligt tussen de 70 en 80 procent. “Het lijkt tegenstrijdig dat de Amerikaanse beleggers dan toch overzee gaan, maar ik verwacht het wel,” zegt Möckli. De aandacht van de Amerikanen zal volgens Möckli vooral gericht zijn op blue chips op de beurzen van de Europese landen die financieel als 'kwalitatief hoogstaand' worden betiteld. 'Kwaliteit' is het sleutelwoord voor Amerikaanse beleggingen in Europa. “Ook Nederland behoort tot die selectie,” zegt Möckli. Maar dat betekent niet dat de gehele markt favoriet is. “Amerikaanse fondsmanagers zullen per sector kijken welke overzeese posities aantrekkelijk zijn als hun binnenlandse aandelen het minder doen. Problemen bij bijvoorbeeld Philips Morris zouden kunnen leiden tot meer Amerikaanse aandacht voor Europese sectorgenoten als Unilever en het Zwitserse Nestlé.

Dit beeld wordt in Londen bevestigd bij de Amerikaanse beleggingsgigant Fidelity. J. Ross, een van de aandelenstrategen van de Fidelity, zegt niet als eerste te kijken naar landenweging in Europa. “We kijken eerst naar individuele bedrijven, en daarna pas naar de aantrekkelijheid van de nationale markten, en er is op dit moment een aantal Nederlandse aandelen waar we erg positief over zijn.” Fidelity zit zwaar in Philips-aandelen en warrants, en heeft investeringen in onder meer ING, Koninklijke Olie, VNU en Heineken. Die aandelen staan nu hoog op de kooplijsten van de grote Angelsaksische huizen, samen met fondsen als bijvoorbeeld KNP BT, DSM en Akzo.

Dat is goed nieuws voor Nederlandse aandelenbeleggers, maar naar die kooptips is al grotendeels gehandeld. Van een eenduidig beeld van de Europese en Nederlandse strategie in de 'model-portefeuilles' van Amerikaanse beleggers is geen sprake. De effectenbank Merrill Lynch is bijvoorbeeld licht onderwogen in continentaal Europa, concurrent Lehman Brothers is licht overwogen. Ook binnen Europa is nog geen trend te ontdekken: Morgan Stanley, dat Nederland samen met Finland en het Verenigd Koninkrijk ziet als de aantrekkelijkste aandelenmarkten, en de Britse effectenbank Barclays de Zoete Wedd zijn overwogen in Nederland. Fidelity's Europa Fund heeft daarentegen een onderweging voor Nederland. Of dat meer wordt, hangt volgens Fidelity's Ross af van de vooruitzichten van de individuele aandelen, niet van de Nederlandse markt als geheel.

    • Maarten Schinkel