Angstige tobbers produceren hun eigen stress

Naar schatting moet 15 procent van de mensheid gerekend worden tot de chronische piekeraars, die acht uur per dag of meer geplaagd worden door zorgelijke gedachten. Waar de een flierefluitend door het leven gaat, wordt de ander dag in dag uit gekweld door getob.

Heeft de tobber daarom meer problemen dan de flierefluiter?

Ontmoet hij meer hindernissen en onvermijdelijke narigheid?

En wat zijn de gevolgen van dit voortdurende gepieker?

Geen zorgen zonder aanleiding. Allemaal kunnen ons vervelende dingen overkomen - de dood van een geliefde, ernstige ziekte of ongeval, gedwongen uittreding uit het arbeidsproces, kinderen die niet willen deugen, echtscheiding, bankroet - waardoor vrijwel iedereen uit het lood geslagen wordt en waaraan op een of andere wijze het hoofd geboden moet worden. Het zijn de onvermijdelijke slagen die het leven ons toedient. We hebben echter niet alleen te maken met dergelijke sinistere, maar zeldzame ingrepen in ons leven. We ontmoeten ook allerlei dagelijks terugkerende problemen, die ergernis en frustratie met zich mee kunnen brengen: een krappe beurs, wonen naast de Bulderbaan, een tirannieke chef, een baby die de hele dag huilt, elke maand een tentamen, de verzorging van een demente huisgenoot, wekenlang regen, elke dag in de file, lastige buren, een onverkoopbaar tweede huisje, onzindelijke katten, altijd je sleutels kwijt, renovatie van belendende percelen, werken in een 'sick building', altijd in de verkeerde rij voor de kassa. Iedereen kan voor zichzelf een dergelijk lijstje samenstellen en aan deze ferme stam is recentelijk een nieuwe loot ontsprongen: de heisa met de computer. Het ervaren van veel van dergelijke dagelijkse beslommeringen blijkt rechtstreeks gevolgen te hebben voor onze fysieke conditie. Ze houden niet op, je kan er niet van los komen en je blijft je er aan ergeren. Het zijn daarom stressverwekkende omstandigheden. En aanhoudende stress tast het immuunsysteem aan, waardoor we kwetsbaar worden voor allerlei ziektes.

Stress bestaat uit twee elementen: de waargenomen dreiging vanuit de buitenwereld en de persoonlijke reacties hierop. Eerst moet iets ervaren worden als bedreigend, angstwekkend of storend - geluidsoverlast bijvoorbeeld is een subjectieve aangelegenheid: de één springt geïrriteerd op als er weer een vliegtuig over vliegt, de ander merkt het niet eens op - en dan kan de reactie volgen. Een van de mogelijke reacties is je richten op het probleem, het zoeken van informatie hierover en er je gedachten over laten gaan om zo mogelijk een oplossing te vinden om de bedreiging te reduceren of teniet te doen. Zo gezien zijn zorgen, bekommeringen of gepieker een normale reactie, waar een nuttig effect van uit kan gaan, met name in situaties waar wat aan gedaan kan worden. Binnen normale proporties is het een constructief, probleem-gericht proces, waarin de problemen niet uit de weg worden gegaan, maar aangepakt. Mensen die elke dag een half uurtje piekeren ervaren dit daarom doorgaans ook als een niet onprettige activiteit, waarmee je je prepareert op te ondernemen handelingen. Klaar voor de strijd.

De chronische tobber, die de vloedgolf van zorgelijke gedachten niet kan stoppen, schiet echter aan zijn doel voorbij. Dit is kenmerkend voor personen die zich vaak angstig voelen. Zij ervaren niet alleen meer dagelijkse problemen, maar ondergaan deze ook als ernstiger en intenser. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door een voor angstige personen kenmerkende stijl van informatieverwerking: zij hebben de neiging in ambigue situaties informatie als bedreigend te interpreteren en als reactie op waargenomen bedreigingen weliswaar informatie te zoeken over de bron van hun narigheid, maar vooral in situaties waar niets aan gedaan kan worden, waardoor de bedreiging bevestigd wordt en de angst toeneemt. Voor de tobber bestaat geen 'happy end'. In zijn fantasie creëert hij catastrofale scenario's, waarvan hij alle gruwelijke consequenties probeert te overzien, maar het onrealistische karakter van zijn plots leidt steeds weer tot dezelfde zelfvernietigende uitkomst. Daarbij komt dat de angstige tobber weinig vertrouwen heeft in zijn eigen vermogen zijn problemen het hoofd te bieden. Zo is de tobber meer iemand die zijn eigen stress produceert dan iemand die in extreme mate door externe narigheid geplaagd wordt. Hij heeft de neiging zich druk te maken om iets. De opgewekte stress is echter wel chronisch en daarom loopt hij ook nog het risico op fysieke ongemakken. De tobber is dus iemand die meer gevaar ziet dan anderen en daar bovendien onhandig mee omgaat. Hij kijkt elk halfuur op de barometer en luistert naar elk weerbericht. Zo houdt hij zijn probleem in stand.

Geen zorgen voor de dag van morgen dus. Eerst de zorgen van vandaag. Maar niet langer dan een halfuur per dag en alleen als er iets aan de situatie te veranderen valt. Geen sores over het weer, de ochtendspits, het ouder worden, opgebroken straten, wachten op de tram, haaruitval of een vriendin die de benen genomen heeft. Dat soort zaken moeten anders aangepakt worden. Met tobben schieten we niets op. Dat neemt niet weg dat de chronische tobber een probleem heeft, waarvan nog niet duidelijk is hoe hij hier het beste van af geholpen kan worden.