Stapvoets langs wuivend riet en weilanden vol schoven hooi

Expositie: Onderweg in de Franse tijd; personen- en goederenvervoer op prenten en tekeningen rond 1800. T/m 8 oktober. Atlas van Stolk, Het Schielandshuis, Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u.

Alleen bij mooi weer haalde je de afstand Deventer - Enkhuizen te voet in dertig uur, rond 1800. Bij regen of dooiende sneeuw liep je te baggeren door de modder: dan stonden de wegen door de kleigronden vol water. Op zijn best was er een laag zand op gestort, vermengd met grind of puin. Op een verharde klinkerweg hoefde je niet te hopen: daarvan lag in het hele land nog slechts 200 kilometer.

Het personen- en goederenvervoer in de Franse tijd is onderwerp van een tentoonstelling die te zien is in museum Het Schielandshuis in Rotterdam. De afstanden in 'uren gaans' tussen honderd steden zijn er af te lezen op de tabel in de Nieuwe groote stedewijzer uit 1808, gedrukt door C. van Baarsel te Amsterdam. Acht uur van Amsterdam naar Utrecht; vijf uur van Haarlem naar Leiden.

De stedewijzer is een onderdeel van de Atlas van Stolk, een van de belangrijkste verzamelingen historieprenten in Nederland. De atlas werd in de negentiende eeuw aangelegd door de Rotterdamse houthandelaar Abraham van Stolk (1814-1896) en is sindsdien steeds uitgebreid. Met deze collectie organiseert het Schielandshuis al jaren kleine maar vaak zeer onderhoudende tentoonstellingen over historische onderwerpen.

Het plezierige van een historische atlas is dat je de prenten en tekeningen mag beoordelen op hun inhoudelijke informatiewaarde. Zo krijgen zelfs amateuristische schetsen, die in menig kunstmuseum nooit uit het depot zouden komen, een plaatsje op de tentoonstelling: zoals de aandoenlijke, anonieme reclametekening voor de trekschuit tussen tussen Den Haag en Delft. ''k Vaar met mijn schuyt na Delft toe. Loop niet te voet of gy word moe', maant het onderschrift. Een ruiter te paard op het jaagpad trekt de schuit voort met een touw; de schipper aan het roer rookt een pijpje. In de roef, het overdekte gedeelte van de schuit, zitten de passagiers te keuvelen. De lucht is blauw, een molen draait, en koeien kijken toe vanuit de verte; rond 1800 vond men in dezelfde dingen rust als nu.

Hoewel de eigen benen in die tijd ook op de lange afstand een veelgebruikt vervoermiddel moeten zijn geweest, is daar op de tentoonstelling het minste van te zien. Wel hangen er tal van prenten en tekeningen van de snellere, en duurdere transportvormen: de postkoets bijvoorbeeld, die je gerust de Concorde van de vroege negentiende eeuw mag noemen, want een snellere verbinding was er niet. De trekschuit, die met zeven kilometer per uur slechts een beetje harder ging dan wandelpas, bood met zijn lome comfort en zijn perfecte landelijke dienstregeling toch een veelgebruikt alternatief.

De Engelse kunstenaar Robert Hills maakte in de zomer van 1815, op doorreis van Antwerpen naar Amsterdam, schetsen van het uitzicht vanaf zo'n trekschuit, die later in Londen tot enigszins gelikte prenten werden uitgewerkt. Ze tonen een arcadisch Nederland. Met wuivend riet langs de oevers en weilanden vol schoven hooi die staan te drogen in de zon; hier haalt een visser zijn fuik op, daar steken boeren met paarden een rivier over op een veerpont - want vaste oeververbindingen bestonden nog haast nergens.

De vorst was een uitkomst. Zodra er stevig ijs lag, bond jong en oud de schaatsen onder en benutte de bevroren snelweg ten volle. Om familie in ver weg gelegen plaatsen te bezoeken, of zelfs voor goederentransport met kar en paard, zoals op een aquarel van J. Cats uit 1784. Verschillende tekeningen zijn er zelfs van de Franse troepen die in januari 1795 de bevroren Maas overtrekken; het offensief dat in de zomer van 1794 was blijven steken onder de grote rivieren, kon dankzij de strenge vorst die winter succesvol worden hervat. Dirk Langendijk zag de oversteek met eigen ogen, en maakte er in 1805 een mooie aquarel van. Die laat vooral een grote grijze lucht vol sneeuw zien, en tientallen soldaten die diep in de kraag van hun uniform zijn gedoken.

Hoewel op de expositie veel plaats is ingeruimd voor de Franse bezetters, was het niet Lodewijk Napoleon die ons wegennet zou hervormen. Drastische veranderingen vonden pas plaats toen, rond 1850, het juridische concept van de 'openbare weg' was uitgevonden, zoals de kunsthistoricus Auke van der Woud in 1987 al schreef in zijn boek over de ruimtelijke orde van Nederland. Pas toen niet langer de aanwonenden van een weg het onderhoud op zich namen, maar de overheid, en pas nadat in de eerste helft van de eeuw de waterwegen waren verbeterd, zodat de aanvoer van materialen voor wegenbouw eenvoudiger werd, was de tijd rijp voor een ingrijpende modernisering.

    • Kitty Kilian