'Referendum is geldig bij opkomst 30 pct'

DEN HAAG, 11 JULI. Een opkomstpercentage van 30 procent is voldoende om het landelijk referendum in de toekomst geldig te maken. Dat staat in het kabinetsvoorstel over het correctieve wetgevingsreferendum.

In eerste instantie zijn 20.000 handtekeningen nodig om de referendum-procedure te beginnen. In de daaropvolgende periode van zes weken moeten nog eens 300.000 handtekeningen worden verzameld om het referendum uit te schrijven. Bij het correctieve wetgevingsreferendum kunnen burgers een wet verwerpen die al door de Tweede en de Eerste Kamer is goedgekeurd.

De Tweede-Kamerfractie van de PvdA is het oneens met het minimum-opkomstpercentage van 30 procent dat het kabinet voorstelt. “Als je burgers dat recht toekent moet je het middel serieus nemen”, zegt het Kamerlid Rehwinkel. De PvdA wil met een hoger opkomstpercentage echter voorkomen dat “Nederland straks bij referendum wordt geregeerd”. De fractie denkt eerder “in de richting van vijftig procent” voor een bindend referendum. “Een referendum-uitslag moet overtuigingskracht hebben”, vindt Rehwinkel. D66 noemt een percentage van 60 procent van de opkomst van de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer. Berekend aan de hand van de verkiezingen van 1994 komt dat ook in de buurt van een referendum-opkomst van vijftig procent.

Het kabinet heeft al enkele maanden een voorstel liggen van de ministeriële commissie voor de staatkundige vernieuwing, onder leiding van minister Dijkstal (binnenlandse zaken). Binnen het kabinet wordt nog gediscussieerd over de onderwerpen die van het wetgevingsreferendum moeten worden uitgesloten. Zeker zijn dat parlementsbesluiten inzake het Koninklijke Huis, de rechtspositie van ambtenaren en de uitvoering van reeds afgesloten internationale verdragen niet aan de bevolking worden voorgelegd. Ook over de rijksbegroting wordt geen referendum uitgeschreven. Vrijwel zeker is dat planologische kernbeslissingen over grote infrastructurele projecten, zoals Schiphol, wel 'referendabel' worden, ook al gaat het niet om wetgeving. De discussie spitst zich nog toe op het uitzonderen wetgeving over belasting en de sociale zekerheid, zoals onder meer de VVD wil.