Minister lanceert elektronisch huisarrest; Voor vijftig gedetineerden is de komende jaren de huiskamer een cel en een computer de cipier

LEEUWARDEN, 11 JULI. Op televisie had minister Sorgdrager (justitie) de afgelopen weken nogal wat “lugubere vondsten” gezien, zei ze vanochtend. Gevangenen met elektronische halsbanden die explodeerden zo snel ze zich van mede-gevangenen vewijderden. Of die door een chip overal konden worden gevolgd door hun cipier. Dat was dus niet de bedoeling.

In Nederland is elektronisch huisarrest niettemin vanaf vandaag geen science-fiction meer. In theater de Harmonie in Leeuwarden werd het project 'elektronisch toezicht' officieel geopend met de overhandiging van de eerste elektronische enkelband aan de minister. Nederland volgt daarmee landen als de Verenigde Staten - waar in 1983 voor het eerst een gedetineerde een enkelband werd omgelegd - Canada, Singapore, Zweden en Groot-Brittannië. Voor een groep van vijftig gedetineerden is de komende jaren de huiskamer een cel en een computer de cipier.

De deelnemers aan het project dragen permanent een enkelband, voorzien van een zendertje. Die zendt signalen uit naar een ontvanger in het huis van de veroordeelde. Zo snel hij zich buiten bereik van de zender begeeft, wordt dat gesignaleerd in de meldkamer van het particuliere beveiligingsbedrijf ADT Security Systems. Vandaar wordt dan een reclasseringsambtenaar ingeschakeld. De 'kandidaten' worden geleverd door de arrondissementen Leeuwarden, Groningen, Assen en Zwolle.

De proef, die over twee jaar wordt geëvalueerd door het Wetenschappelijk Onderzoeks en Documentatie Centrum van Justitie, richt zich in eerste instantie op twee groepen gedetineerden. Ten eerste gedetineerden die het laatste deel van hun straf uitzitten. In het kader van de zogeheten 'detentiefasering' wordt die tijd nu meestal in een open- of halfopen inrichting doorgebracht, waar men geleidelijk aan de vrijheid kan wennen.

De tweede groep betreft gedetineerden die door het mislukken van een eerdere taakstraf of door recidive eigenlijk niet meer in aanmerking komen voor een alternatieve straf. De rechter kan hun nu echter een nieuwe taakstraf opleggen - die in plaats komt van een vrijheidsstraf van ten hoogste zes maanden - en daarnaast voor een bepaalde periode elektronisch huisarrest opleggen. Elektronisch toezicht vormt zo een brug tussen de - door velen als licht ervaren - taakstraf en de vrijheidsstraf. Het gaat altijd gepaard met 'zinvolle activiteiten' buitenshuis, maar de gedetineerde zal ervoor moeten zorgen op tijd uit zijn werk te zijn om aan de vooraf afgesproken dagindeling te voldoen.

Minister Sorgdrager verhulde vanmorgen niet dat elektronisch toezicht niet in de laatste plaats de druk op de celcapaciteit moet verminderen. Al heeft men er bewust voor gekozen gedetineerden in voorarrest, die het sterkst op de celcapaciteit drukken, er voorlopig niet voor in aanmerking te laten komen. Elektronisch toezicht mag het celtekort namelijk niet camoufleren, en ook bestaat dan het risico dat verdachten die in de oude situatie geen voorarrest opgelegd hadden gekregen, nu wel huisarrest krijgen. Naast pragmatische overwegingen meende Sorgdrager echter dat elektronisch toezicht ook een disciplinerend effect kan hebben. Sorgdrager: “Veroordeelden worden gedwongen een gestructureerd leven te leiden. Ze moeten op tijd op hun werk komen, kunnen niet ontsnappen aan de regelmaat. Het is heel goed voorstelbaar dat daar iets van blijft hangen.”

In 1985 deed senator Glastra Van Loon van D66 voor het eerst het voorstel deze vorm van detentie in Nederland in te voeren. Een commissie onder voorzitterschap van hoogleraar Schalken raadde dat in 1988 echter af, voornamelijk om de aantasting van de privacy van gedetineerden en hun familie en de mogelijke rechtsongelijkheid, want voor een gedetineerde met een kapitale villa is deze vorm van detentie anders dan voor een kamerbewoner. Projectleider F. Hoogenboom meent echter dat deze ongelijkheid in de samenleving wordt aanvaardt. “Ik zie niet in dat de overheid gedetineerden daarom aan een grotere flat moet helpen”.

Ook de druk op het gezin van de gedetineerde valt niet te onderschatten, maar een voorwaarde voor elektronisch toezicht is dat alle andere huisbewoners ermee instemmen. Hoogenboom: “Dan geef je pubers van 14 jaar een soort vetorecht. 'Pa, ik zet mijn handtekening, maar dan moet je wel dokken'. Maar daar krijgt de reclassering wel zicht op. We hebben een kandidaat in beraad met vrouw en kind, die na zijn vorige straf zelfstandig is gaan wonen en er een rotzooitje van heeft gemaakt. Nu wil hij zich thuis laten opsluiten, bij vrouw en kind. Dat kan mislopen, maar kan ook een positief zijn. Ze kunnen hun problemen niet meer uit de weg.”

Of er voldoende kandidaten voor elektronisch toezicht zijn, wordt de komende maanden duidelijk. In augustus of september zal de eerste enkelband pas worden omgelegd. Projectleider Hoogenboom zegt het justitieel apparaat intensief te hebben voorgelicht, en denkt dat er onder gedetineerden veel belangstelling zal zijn: “Drie jaar geleden vroegen advocaten of hun cliënten niet voor elektronisch toezicht in aanmerking konden komen. Ik denk dat veel gedetineerden liever thuis zitten dan in de gevangenis. Maar een gemakkelijke straf is het niet, denkt hij. “Elektronisch toezicht past in een langdurige ontwikkeling, waarbij van gedetineerden steeds meer zelfdiscipline wordt gevraagd in plaats van dwang van buitenaf. In de bajes heb je de troost van lotgenoten en kan je dwars tegen de regels ingaan als je daar zin in hebt. Hier verkeer je tussen mensen die vrij zijn en wordt je steeds met je beperkingen geconfronteerd. Je bent je eigen bewaarder.”'