Mandaat staat VN-troepen niet toe gebieden te beschermen; 'Veilige gebieden' zeer onveilig (de onveiligste van Bosnie)

Srebrenica, de moslim-enclave in het noordoosten van Bosnië , is de oudste van de zes zogeheten 'veilige gebieden'. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties riep het op 16 april 1993 uit tot “safe area”, als reactie op het geweld van de “Bosnisch-Servische paramilitaire eenheden”, hun veroveringen en hun etnische zuiveringen. Kort daarvoor had de VN-commandant in Bosnië, de Franse generaal Philippe Morillon, een aantal dagen in Srebrenica gebivakkeerd om de stad te beschermen. Volgens de tekst van resolutie 819 moest Srebrenica met de omgeving “gevrijwaard worden van elke gewapende aanval of welke andere vijandige daad dan ook”. De permanente legering van blauwhelmen moest de veiligheid voortaan garanderen.

Op 6 mei 1993 werden in resolutie 824 nog vijf andere veilige gebieden ingesteld: Sarajevo, Tuzla, Zepa, Gorazde en Bihac. In alle gevallen ging het om grote concentraties moslim-burgers die door de Bosnische Serviërs waren omsingeld (en dat nog steeds zijn). In februari 1994 leek de V-raad ook Mostar, Vitez en Maglaj te willen uitroepen tot 'veilige gebieden', maar dit is nooit gebeurd.

In het niet door de Bosnische Serviërs bezette deel van Sarajevo zouden nog 300.000 mensen wonen. In de “openluchtgevangenis” Srebrenica bevinden zich volgens de huidige schattingen 42.000 mensen, in Zepa 2.500 en in Gorazde 56.000. De Bosnische Serviërs houden het echter wat de drie oostelijke enclaves betreft op 20.000 in Srebrenica, 1.000 in Zepa en 26.000 in Gorazde. In Bihac bevinden zich 160.000 moslims, in Tuzla meer dan honderdduizend.

In resolutie 836 (4 juni 1993) machtigde de V-raad de VN-vredesmacht UNPROFOR tot het nemen van “de noodzakelijke maatregelen, inclusief het gebruik van geweld” bij aanvallen op de 'veilige gebieden', bij infiltraties of in het geval van een beperking van de bewegingsvrijheid van de blauwhelmen. In dezelfde resolutie staat dat “lidstaten [van de VN] nationaal of via regionale organisaties of arrangementen, onder de autoriteit van de Veiligheidsraad en onder voorbehoud van nauwe coördinatie met de secretaris-generaal en UNPROFOR, door middel van luchtacties in en rond de veilige gebieden alle noodzakelijke maatregelen kunnen nemen om UNPROFOR bij de tenuitvoerlegging van haar mandaat te ondersteunen”.

Dit artikel van resolutie 836 kan worden gezien zowel als basis voor luchtsteun van de NAVO als voor een optreden van de 'snelle reactiemacht' (RRF), de uit Fransen, Britten en Nederlanders bestaande strijdmacht waarvan de vorming nog deze week moet worden voltooid.

Sinds hun uitroeping zijn de safe areas de facto de meest onveilige gebieden van Bosnië. De blauwhelmen worden door hun gebrekkige mandaat, hun lichte bewapening en hun voorgeschreven onpartijdigheid gehinderd in hun taak. De Bosnische Serviërs voeren regelmatig aanvallen uit en blokkeren naar believen de aanvoer van humanitaire goederen. Volgens de Serviërs misbruikt het Bosnische regeringsleger de beschermde status door vanuit de enclaves aanvallen te doen op de Serviërs. VN-woordvoerders bevestigen dat de moslims vanuit de enclaves de Serviërs met aanvallen provoceren die de VN-soldaten vervolgens in de rol van actieve verdediger dwingen.

De afgelopen dagen hebben VN-woordvoerders geklaagd dat de regeringstroepen in Srebrenica de bewegingsvrijheid van de Nederlanders beperken en een gemeenteraadslid heeft zelfs gezegd dat de Nederlanders “er niet zo makelijk vanaf komen” als ze de stad niet tegen de Serviërs beschermen. De moslim-verdediger die afgelopen zaterdag een Nederlandse soldaat doodschoot zou zo hebben geredeneerd.

Afgezien van de moslim-Kroatische oorlog - van begin 1993 tot begin 1994 - hebben alle grote militaire crises zich steeds rond een van de zes 'veilige gebieden' afgespeeld. In slechts twee van deze crises - Sarajevo in februari vorig jaar en Gorazde in april vorig jaar - was de status van 'veilig gebied' aanleiding tot actief ingrijpen met NAVO-luchtaanvallen. De kleinste enclave, Zepa, is de enige die van een grote crisis gevrijwaard is gebleven.

In Bihac brak in september 1993 een volledige oorlog uit toen Fikret Abdic, leider van een afvallige moslimfactie, de autonomie van de regio uitriep en zich aan het gezag van de regering in Sarajevo onttrok. Sarajevo opende prompt een militair offensief. Die oorlog tussen moslims onderling werd pas in augustus vorig jaar beëindigd door de nederlaag van Abdic, wat hem er overigens niet van weerhield ook sindsdien met zijn bondgenoten, de Bosnische en de Kroatische Serviërs, de enclave te belegeren.

In oktober vorig jaar deden regeringstroepen een uitbraak uit de enclave. Ze boekten aanvankelijk succes, maar de Serviërs herstelden zich snel. Op 21 november greep de NAVO in nadat vanaf de basis Udbina in de Kroatische Krajina vliegtuigen van de Bosnische Serviërs doelen in Bihac met fragmentatie- en napalmbommen hadden bestookt. De Serviërs repareerden overigens het vliegveld binnen tien dagen, zetten hun offensief in Bihac voort en drongen zelfs door tot in de stad. De NAVO werd het niet eens over een Amerikaans plan om de veiligheidszone uit te breiden en op straffe van luchtaanvallen te demilitariseren. In Sarajevo heeft de status van 'veilig gebied' de Bosnische Serviërs er nooit toe gebracht hun beschietingen te staken. In februari vorig jaar kwam het tot een grote crisis, naar aanleiding van de bloedigste individuele aanslag in de oorlog, op een markt, waarbij 68 doden vielen. Vier dagen later vaardigde de NAVO een ultimatum uit: de Bosnische Serviërs moesten hun zware wapens tot op 20 kilometer van Sarajevo terugtrekken of ze onder VN-toezicht plaatsen op straffe van luchtaanvallen. Ook de Bosnische moslims moesten hun zware wapens onder toezicht van de VN plaatsen. De crisis leidde - dankzij een Russische interventie - tot een bestandsakkoord dat zelfs voorzag in een heropening van de wegen van en naar Sarajevo. Maar die werden in juli vorig jaar alweer door de Serviërs gesloten.

In augustus ging de NAVO over tot luchtaanvallen nadat de Serviërs hun zware wapens hadden weggehaald uit de VN-depots. In mei van dit jaar kwam het bij Sarajevo tot een nieuwe crisis nadat de Bosnische hoofdstad de zwaarste strijd in twee jaar had meegemaakt en Franse blauwhelmen voor het eerst terugschoten toen ze werden aangevallen. Op 25 en 26 mei bombardeerden NAVO-vliegtuigen Servische doelen, waarop dezen rond driehonderd man VN-personeel in gijzeling namen. De gijzelingscrisis werd gesust, mogelijk met een belofte van VN-gezant Akashi om verdere luchtaanvallen achterwege te laten. De blokkade van Sarajevo door de Serviërs - inclusief een blokkade van de voedseltoevoer over de weg en door de lucht - is ondanks een recent militair offensief van het regeringsleger zo goed als volledig.

Gorazde werd begin april vorig jaar de inzet van een crisis. Na een tiendaags offensief vielen op 10 en 11 april NAVO-vliegtuigen Bosnisch-Servische stellingen aan. De Bosnische Serviërs stoorden zich niet aan de aanvallen, schoten op 16 april zelfs een NAVO-toestel neer, namen tweehonderd blauwhelmen in gijzeling en trokken Gorazde binnen. Pas eind april zwichtten ze voor nieuwe dreigementen door in te stemmen met hun vertrek tot drie kilometer uit de stad en de terugtrekking van hun zware wapens tot twintig kilometer van Gorazde.

Tuzla is de afgelopen jaren het toneel geweest van zowel zware artilleriebeschietingen door de Bosnische Serviërs als pogingen van het regeringsleger uit te breken en in Centraal-Bosnië de Serviërs terug te dringen. In maart opende het regeringsleger een offinsief vanuit Tuzla. Tijdens de jongste crisis rond Sarajevo pleegden de Serviërs zware beschietingen op Tuzla. Bij een daarvan kwamen in een café 67 mensen om het leven.