Laatste kans voor Fokker

FOKKER SPIRAALT NAAR een bankroet. Zoals de zaken er nu voor staan, haalt het bedrijf het einde van het jaar niet. Een reddingsoperatie, de zoveelste, is nog mogelijk, maar het gaat om groot geld, om grote belangen en om grote politiek. Nu Fokkker in handen is van DASA, onderdeel van het grootste industriële conglomeraat in Europa, is de toekomst van Fokker niet langer een exclusief Nederlandse aangelegenheid. De overwegingen in de bestuurskamer van Daimler Benz, de moedermaatschappij van DASA in München, zijn van doorslaggevend belang. Uitsluitend afhankelijk van de Nederlandse overheid zou Fokker al lang en breed gesloten zijn. DASA heeft Fokker tot nu toe van de ondergang gered.

Fokker is een hoogwaardige industrie die concurreert op de top van de wereldmarkt. Het bedrijf genereert het soort werkgelegenheid, onderzoek en toelevering waarvan de economie het in de toekomst moet hebben. Maar miljoenensteun voor een beperkt aantal banen van hoog opgeleide werknemers die dankzij hun vakkennis vermoedelijk elders weer aan de slag kunnen komen? Financieel gezien is het waarschijnlijk goedkoper om er mee op te houden. Minister Andriessen heeft in de nadagen van het vorige kabinet de steun aan Fokker in een dusdanige vorm gegoten - een belastingconstructie die de overheid ruim 400 miljoen gulden heeft gekost - dat dit geld nooit terugvloeit in de staatskas. De onvermijdelijke financiële strop voor de overheid is geen argument meer om Fokker open te houden.

SLUITING, DUS! Of geven industrieel-politieke overwegingen de doorslag om een strategisch plan te eisen dat duidelijkheid geeft over de financiële situatie en over de toekomstkansen voor het segment van de vliegtuigindustrie waarin Fokker actief is? Dan gaat het nog steeds om veel geld, maar ook om Europees industriebeleid. Samen met Daimler Benz zou de overheid dan nog een laatste reddingspoging kunnen wagen.

De eerste afweging is de vraag of het mogelijk is een industrietak winstgevend te maken die werkt met de hoogste loonkosten en de hardste munt ter wereld in een markt waarop het eindprodukt in dollars wordt afgerekend. Met de huidige koers van gulden en mark verkeren Nederland en Duitsland op de internationale vliegtuigmarkt in een hopeloos concurrentienadeel ten opzichte van producenten die in dollars afrekenen. Als Fokker overeind blijft, zal het moeten zoeken naar toeleveranciers uit goedkopere lonen- en muntlanden.

De tweede afweging heeft te maken met de Europese industriepolitiek voor vliegtuigen. Op de een of andere manier moet Fokker ingebracht worden in de Europese consortia die zich met vliegtuigbouw bezighouden. Pogingen in die richting heeft DASA wel ondernomen, maar hebben nog niet tot succes geleid. Toch zal de toenadering tot de partners van DASA in Airbus, met name British Aerospace en het Franse Aérospatiale, over de toekomstige plaatsbepaling van Fokker verder moeten gaan.

FOKKER IS de achilleshiel van Jürgen Schrempp, die als topman van DASA in 1993 de Fokker-deal heeft gesloten en sinds een maand voorzitter is van de raad van bestuur van Daimler Benz. De financiële crisis bij Fokker komt op een hoogst ongelukkig moment, want het moederconcern verwacht dit jaar een gevoelig verlies, onder meer als gevolg van de harde D-mark. Toch zou het voor Schrempp pijnlijk zijn om nu al, na alle energie en D-marken die inmiddels in de overname zijn gestoken, te moeten erkennen dat Fokker voor DASA een kostbare miskoop is geweest. Met andere woorden: Daimler Benz kan waarschijnlijk niet anders dan voorlopig doorgaan met Fokker. En als Daimler Benz besluit om de Nederlandse vliegtuigbouwer te steunen, kan de Nederlandse overheid moeilijk achterblijven.

De Nederlandse overheid moet wel een andere richting inslaan dan tot nu toe op puur binnenlandse gronden het geval is geweest. De steun aan Fokker moet worden geplaatst in een strategische discussie over de vliegtuigbouw in Europees verband. Het kabinet moet een actief, Europees industriebeleid voeren, in samenwerking met de Duitse of Beierse overheid, zowel ten gunste van DASA als van Fokker. Dat is veel gevraagd van een overheid die op deze terreinen geen enkele traditie heeft. Maar als Den Haag hiertoe niet bereid is, of niet in staat, dan heeft het ook geen zin om langer over het openhouden van Fokker na te denken.