Kurtág in Kerkrade: spelletjes en vechtende honden

Orlando Festival 1995, tot 23 juli. Iedere avond concerten in Wijngrachttheater Kerkrade, behalve 11, 14, 17 en 19 juli: dan zijn de concerten in het 'Eurogress' in Aken. (inlichtingen 045-466914, reservering bij de theaters).

KERKRADE, 11 JULI. “Je moet kannibalisme in je streken leggen. Je moet iedereen aanbijten”. De altvioliste Kim Kashkashian kijkt de Hongaarse componist Geörgy Kurtág een moment beteuterd aan. Ze nemen samen een aantal van zijn solostukken voor altviool door. 's Avonds is het concert. “Aha”, zegt ze dan. “Ik moet lichamelijk eerlijk zijn, het gaat om de lichamelijke identiteit.” En ze laat haar soepele lichaam even heen en weer gaan op haar voeten, de alt vast in de handen. Kaskashian begint de ruige kannibalenpassage opnieuw, uit het hoofd. “Sehr Gut! Identiteit met jezelf”, vervolgt Kurtág, “Hap! Kijk alsof je bijten wil”. De 69-jarige componist houdt zich aan zijn stoel vast van spanning, een brede grijns op het gezicht.

Het is de eerste ochtend van het Orlando Kamermuziekfestival. Het festival wordt deze en volgend week gehouden in het congrescentrum (en seminarie) Rolduc in Kerkrade. Ongeveer 180 musici zwermen rond in de gangen en de kamers. Zo'n 24 amateurensembles krijgen les in samenspel, veertien jonge professionals volgen masterclasses - en de docenten worden door Kurtág getrained in het spelen van zijn kamermuziek, die vrijwel compleet twee weken lang iedere avond in Kerkrade of in Aken wordt uitgevoerd.

De Hongaar Kurtág is 'composer in residence'. “En de consequentie is dat ik me doodwerk”, zegt hij gespannen. Hij blijft een week. “Ik heb nu maar drie kwartier voor zaken waar ik anders drie uur voor neem.” Hij loopt van kamer naar kamer. “Ti-da! Ti-da! Ti-da! Deze passage moet klinken als twee honden die om een bot vechten”, houdt hij de klarinetist Michel Portal voor. “Bij deze streekwisseling moet je sterven” zegt hij tegen Kashkashian. Half dansend en met brede armbewegingen legt hij uit hoe zijn muziek moet klinken. “Dit moet als Brahms”, “Dit is net Mozart”. Op de concerten worden zijn werken gecombineerd met Schumann, Mozart en Schubert.

“Kurtág is een moeilijke man omdat hij zo kritisch is”, legt Stefan Metz 's morgens aan het ontbijt uit. Metz is cellist van het Orlando-kwartet en intiatiefnemer en artistiek leider van het Festival, dat dit jaar voor de veertiende maal wordt gehouden. “Ik heb hem ooit opgebeld en gevraagd een kwartet voor ons te schrijven. Maar hij zei gelijk 'nee', en dat was het einde van het gesprek. Ik had nog wel even gezellig willen praten.”

Kurtág praat niet graag over zijn muziek. Want praten over muziek is voor hem hetzelfde als het componeren zelf en het zou dus betekenen dat hij maanden zou moeten praten over een stukje van een paar minuten. Hooguit spreekt hij over de interpretatie. “De kern van Kurtágs muziek is de kortheid”, zegt Peter Halász, een Hongaarse musicoloog die een studie maakt van Kurtág en ook in Kerkrade opduikt. “Hij schrijft alleen wat belangrijk is. Tussenstukjes kent zijn muziek niet. Hij is geen moderne mathematische componist, het gaat hem om de communicatie.”

Zelf ziet Kurtág geen tegenstelling tussen 'systeem-composities' en 'communicatieve muziek'. “Webern, Bach, Orlando di Lasso schreven ook allemaal volgens systemen. Maar dat is toch zeer communicatieve muziek. Zo'n tegenstelling is een domheid”, zegt hij desgevraagd, na afloop van een repetitie. “Muziek is altijd communicatief. Ich schreibe Musik.”

Niettemin verklaart Halász de groeiend populariteit van Kurtág van de laatste jaren juist uit zijn communicatieve inslag: “Hij schrijft muziek op de ouderwets manier.” Kurtág was dit jaar een groot succes op het Holland-festival, kreeg vorige maand in het Concertgebouw de Denis de Rougemont Prijs, en reist na Kerkrade direct door naar Avignon, voor alweer een reeks uitvoeringen van zijn werk.

Vier jaar geleden kwam Kurtág - jarenlang docent kamermuziek in Boedapest - voor het eerst naar het festival, als docent van een masterclass kamermuziek. Metz: “Maar dat ging niet. Het kwartet dat de masterclass volgde, kon er niet tegen, hij eiste zoveel subtiele dingen. Toen zijn wij, het Orlando-kwartet, die lessen maar bij hem gaan volgen.” Het Orlando speelde er een Haydn-kwartet dat ze al jaren op het programma hadden. “Dat was geweldig, daar hebben we veel van geleerd. Kurtág is een mozaieklegger: hij heeft aandacht voor ieder steentje, voor ieder detail, maar hij verliest het totaal niet uit het oog. Hij is technisch erg goed, maar tegelijk is alles expressie voor hem. Die combinatie komt maar heel zelden voor.”

De grote hoeveelheid moderne muziek, nieuw voor het festival, heeft wel een aantal aanmeldingen van amateurmusici gekost. Maar ondanks de financiële problemen van het festival heeft Metz dat risico bewust genomen. “De mensen die wel zijn gekomen, zullen erover vertellen aan anderen, hoe interessant het was. Volgend jaar komt dat wel weer goed.”

Zondag op het openingsconcert van het Festival speelde Kurtág samen met zijn vrouw Márta vierhandig op de vleugel dertig deeltjes uit Játékok (spelletjes), een in 1973 begonnen reeks van inmiddels al zo'n 300 piano-miniaturen van meestal minder dan een minuut. Met Játékok, begonnen als studiestukjes voor kinderen, doorbrak Kurtág in de jaren zeventig een zware compositorische crisis. Door de kortheid van de 'spelletjes' kon hij zijn zelfkritische geest in bedwang houden, schrijft Peter Halász in de programmatoelichting. Eind jaren vijftig was Kurtág trouwens ook al uit zo'n crisis geraakt door uitsluitend korte kamermuziekstukken te componeren.

Tegenwoordig combineert hij de Játékok vaak met transcripties van Bach. “Zuiver toeval”, zegt Kurtág over die combinatie. “In feite kan alle muziek daarbij helpen.” Maar de combinatie is verfrissend, bleek zondag. De stukken vormen in feite elkaars schaduw. Het is dezelfde emotie in een verschillende muzikale taal. Achter Kurtágs associatieve muziek blijft de strakke structuur van Bach hoorbaar. En tussen de vele noten van Bach blijft de verwarring en emotialiteit achter uit Kurtágs soms toverformule-achtige muziek. Door dit effect wint de 'suite' er sterk door aan kracht: de atonaliteit van de meeste van Kurtágs stukjes wordt als het ware geschraagd door de extreme tonaliteit van Bach.

Het echtpaar begint de serie met het stukje Blumen die Menschen, waarbij ze over elkaar heenreikend om en om een of twee tonen speelden. De beladen tonen gaan zonder probleem over in de transcriptie van Bach's Aus tiefer Not die volgt. Wat volgt in de 'suite' is plotselinge agressiviteit, maar dan weer nadrukkelijke verstilling. Ook humor. In Schläge-Zank lijkt de uitwisseling tussen de echtelieden nog het meest op een ruzie over waar een vaasje op de piano moet staan: 'Hier!', 'Nee hier', 'Ben je gek? Hier!', enzovoorts.

In de afwisseling van vierhandige en solo-Játékok voeren Kurtág en zijn vrouw een soort zwijgend ballet rond de vleugel op. Dan weer staat zij naast hem om de gespeelde muziek opzij te leggen. Dan weer staat hij gespannen terzijde. Dan weer zitten ze samen, soms hij links, soms andersom. Eenmaal, als Martá weer gaat zitten, houdt Kurtág met het pedaal zijn laatste gespeelde akkoord aan tot ze weer verder gaan. “Het lijkt wel een Hooglied”, laat een van de Festivaldeelnemers zich na afloop ontvallen.

De passage Blumen die Menschen, waarmee de Játékok begon, kwam later nog een keer terug. En ook in andere werken keert de passage terug. Tijdens de altviool-repetitie met Kashkashian begint Kurtág de woorden zachtjes mee te zingen. “De woorden en noten stammen uit mijn Berichten van de overleden R.W. Trusowa, wist u dat niet?”, legt Kurtág desgevraagd uit. “Het betekent zoiets als 'mensen zijn bloemen'. In de Berichten slaat het op de dood: de vergankelijkheid, maar het kan ook slaan op de schoonheid van het menselijke. Ik had het stuk geschreven als condoleance - het lukte me niet om de weduwe een gewone brief te schrijven. Die paar noten zijn voor mij inmiddels een Kurzform geworden die mij werkelijk volkomen eigen is geworden.”

Maar aan een oude dame, die voor de negende maal het festival bezoekt, is het allemaal niet besteed, zoveel aandacht voor Kurtág . “Ik snap er niets van. Soms denk ik: nou wordt het wat, maar dan wordt het niks. Die muziek is mij een raadsel. Geef mij maar Mozart.”