Angst bij afscheid van mariniers

DOORN, 11 JULI. Angst, zwarte angst, en die wordt steeds groter naarmate het afscheid komt. Mevrouw Hilferink uit Zelhem houdt zich groot. Samen met de vriendin van haar zoon Bernard zitten ze aan een tafeltje in de grote ontvangsthal van de Van Braam Houckgeest Kazerne in Doorn. Van daaruit zijn vanmorgen 120 mariniers vertrokken - in twee groepen van 60 mensen naar Split.

De compagnie mariniers, versterkt met kleine landmachteenheden voor logistiek en voor de opsporing van vijandelijke mortieren (in totaal 170 man) zal deel uitmaken van de 'snelle reactiemacht' ter bescherming van UNPROFOR in Bosnië en, net als de Franse en Britse continenten, onder bevel komen te staan van de Britse militaire VN-bevelhebber Rupert Smith. “We werken samen met de Engelsen. Dat geeft een vertrouwd gevoel”, zegt een commandopost-officier van de eerste montier-compagnie. Hij heeft alle vertrouwen dat de jongens het er goed af zullen brengen, omdat het “cohesiegehalte in de compagnie zeer hoog is”.

Marinier Art Kok (22) vertrouwt ook op de compagnie. Hij heeft de hele familie thuisgelaten, omdat hij niet van deze 'poespas' houdt. Kok: “Het was steeds misschien en nu gaan we dan uiteindelijk echt. Dat geeft voldoening. We zijn goed getraind. Dat stelt me gerust.” De compagnie is voorzien van vuurwapens. Alle manschappen hebben een automatisch geweer van het type FAL tot hun beschikking. De compagnie is verder voorzien van een batterij 120 millimeter mortier, waarmee - indien nodig - tot dertien kilometer geschoten kan worden.

Mevrouw Hilferink houdt zich sterk als er gesproken wordt over de gevaren. Met een gebroken stem zegt ze haar zoon te kennen, maar “de kans is toch vijftig procent dat hij anders thuiskomt. Haar zoon Bernard, die zelf liever naar Haïti was gegaan, stelt haar gerust. “Schrap die vijftig procent maar, ik kom voor negentig procent zeker helemaal heel terug.”