Wereldwijd protest moet Franse hoogmoed stuiten; Minachting voor de gastheer was opnieuw troef

Precies tien jaar nadat geheime agenten het actieschip Rainbow Warrior opbliezen, tart Frankrijk andermaal de landen in de Pacific. Zij hebben volgens Hans van Kregten krachtige steun van landen als Nederland nodig om de aangekondigde Franse kernproeven tegen te houden.

Toen de nieuwe president Jacques Chirac vorige maand bekendmaakte dat Frankrijk voor mei volgend jaar acht nieuwe ondergrondse kernproeven zal uitvoeren op het koraaleiland Mururoa in Frans Polynesië, rekende hij erop dat hij in de Pacific een storm van protest zou ontketenen. Time Magazin schreef dat was ingecalculeerd dat Nieuw-Zeeland een half jaar lang woedend zou zijn. Het Elysée wist ongetwijfeld beter. De afkeer van Frankrijk zal hier over zes maanden niet zijn geluwd. In de afgelopen tien jaar hebben weinig landen binnen de Westerse gemeenschap elkaar publiekelijk zo intensief gehaat als Frankrijk en Nieuw-Zeeland. Frankrijk ligt echter duidelijk niet wakker van de Nieuw-Zeelandse toorn, maar moet zich wel zorgen maken over de fall-out van het besluit, wanneer deze niet alleen uit Wellington of Canberra maar ook uit andere windstreken blijkt te komen.

De timing van Chiracs beslissing moet wel zeer belangrijke binnenlandse politieke oorzaken hebben gehad, want deze was buitengewoon ongelukkig. Vandaag precies tien jaar geleden bliezen Franse agenten aan de kade van Auckland het Greenpeace-schip Rainbow Warrior op. De Nederlandse fotograaf Fernando Pereira kwam daarbij om het leven. De staatsterreur leverde Frankrijk internationale minachting op, die tot op de dag van vandaag aanhoudt en die deze zomer door de herdenkingen van het opblazen van de Warrior ook zonder de nieuwe atoomproeven wederom de wereldaandacht had gehaald. De entering van de nieuwe Warrior gisteren geeft ook aan dat Chirac weinig geeft om symboliek van het 'in memoriam' van de tien jaar geleden opgeblazen Rainbow Warrior.

Terwijl de Britten na de jaren vijftig in Australië geen kernproeven meer hebben gedaan en de Amerikanen hun VN-voogdij over de Mariana's al lang niet meer misbruiken voor het testen van massale vernietigingswapens, blijft Frankrijk volharden in anachronistisch kolonialistisch wangedrag. Dat verschaft Nieuw-Zeeland en Australië een afgezaagd, maar niettemin volstrekt logisch argument: “Als die proeven echt zo veilig zijn als jullie beweren, waarom voer je ze dan niet uit in het Centraal Massief?” Premier Jim Bolger van Nieuw-Zeeland vulde in zijn met woede gevulde rede in het parlement van Wellington vorige maand zelf het antwoord in: “Omdat die proeven niet veilig zijn.”

In dit deel van de wereld is men gewend aan Franse arrogantie. Na de aanslag op de Rainbow Warrior was er hier verdere Franse zelfbeschadiging, doordat Parijs niet schroomde Nieuw-Zeeland te chanteren met het frustreren van zijn agrarische uitvoer naar de Europese Gemeenschap. Die werd duidelijk toen Nieuw-Zeeland trachtte de twee voor de aanslag veroordeelde Franse agenten naar de maatstaven van het plaatselijk recht te bestraffen.

Het duo, Alain Mafart en Dominique Prieur, werd wegens doodslag veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, maar werd in 1986 overgeplaatst naar een militaire basis in Hao in Frans Polynesië, waar zij volgens de bepalingen VN-secretaris generaal Perez de Cuellar drie jaar moesten blijven. Perez de Cuellar werd benoemd als bindend arbiter nadat de regeringen in Parijs en Wellington door de Nederlandse premier Lubbers werd bezworen om het geschil over Mafart en Prieur bij te leggen.

Lubbers en Nieuw-Zeeland lieten zich daarbij in de luren leggen, want Mafart en Prieur werden reeds na een jaar om medische redenen naar Frankrijk gerepatrieerd. De toenmalige Franse premier Chirac speelde een hoofdrol in die ontwikkeling. “Ik was persoonlijk beledigd en politiek beschadigd”, zo gaf de Nieuw-Zeelandse ex-premier David Lange toe in een TV-interview met Fernando Pereira's dochter Marella. Lange zei verder: “Ik was niet alleen persoonlijk beledigd, maar werd ook persoonlijk beschadigd door die affaire. Veel mensen hebben me mijn rol kwalijk genomen. Ikzelf niet, maar er is wel een aanhoudende droefheid, die ik niet kan ontkennen.”

Het zou tot 1991 duren voordat de Franse premier Michel Rocard in Wellington zijn excuses zou aanbieden voor de Warrior-aanslag. Minachting voor de gastheer was opnieuw troef, want slechts twee weken later nam Frankrijk opnieuw een kernproef op Mururoa. In 1992 kondigde president Mitterrand echter een moratorium van de proeven aan. In Nieuw-Zeeland ging men er, in het kader van het einde van de Koude Oorlog van uit, dat dit uitstel tot afstel zou leiden. Als dank voor Mitterrands besluit mocht zelfs een Frans fregat aan de kade van Wellington afmeren. Achteraf gezien een staaltje naïeve Nieuw-Zeelandse goedglovigheid.

Wereldwijd is de publieke opinie sterker gekant tegen de Franse kernproeven dan ooit. Het risico dreigt dat de andere vier atoommachten (China, de VS, Groot-Brittannië en Rusland) door de Franse actie zullen terugkomen op hun besluit de Comprehensive Test Ban Treaty volgend jaar te ondertekenen, vooral als de berichten waar zijn dat Frankrijk op Mururoa een nieuwe generatie atoomwapens aan het ontwikkelen is.

Bovendien kunnen de nieuwe Franse krenproeven aan de landen die geen lid zijn van de atoomclub een excuus verschaffen door te gaan met het ontwikkelen van eigen kernwapens. Verder blijft het bezwaar tegen het gevaar van milieuschade overeind, ondanks de door Parijs gevoede stroom wetenschappelijke informatie die bezweert dat de proeven volstrekt veilig zijn. Koraalriffen zijn geologisch inherent instabiel.

Veertig jaar geleden werd waarnemers van atmosferische proeven bezworen dat deze volstrekt veilig waren. Garanties over veiligheid van kernproeven lijken nooit absoluut te zijn. Niettemin lijkt het onwaarschijnlijk dat huidige en toekomstige generaties in Nieuw-Zeeland, dat 6.000 kilometer van Mururoa is verwijderd, direct gevaar zullen lopen, maar Nieuw-Zeeland en Australië werpen zich ook op als woordvoerders en politieke leiders van de overige, politiek zwakke, onafhankelijke landen in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan. Sommige daarvan liggen veel dichter bij het proefgebied en zouden wèl kunnen lijden onder vrijkomende straling.

Australië en Nieuw Zeeland deden ook terecht een emotioneel beroep op de Fransen toen ze hen eraan herinnerden dat Nieuw-Zeelandse en Australische soldaten in onevenredig grote aantallen op de Franse slagvelden hun leven voor de Franse vrijheid hebben gegeven in de twee wereldoorlogen. Dat geeft de twee landen recht van spreken. Die opvatting heerst hier niet alleen bij een kleine linkse minderheid. Het conservatieve Nieuw-Zeelandse oud-strijderslegioen, bij voorbeeld, kwalificeerde Chiracs besluit als “obsceen”.

Er blijven overigens vraagtekens over de intensiteit van de Australische en Nieuw-Zeelandse protesten. Australië heeft zijn ambassadeur teruggeroepen en beide landen overwegen Franse leveranciers uit te sluiten van de levering van militair materieel. Harde economische maatregelen, zoals een verbod op de uitvoer van Australisch uranium naar Frankrijk, zijn niet genomen. En het pleidooi van de Nieuw-Zeelandse Labouroppositie om de nieuwe Rainbow Warrior, die gisteren het slachtoffer lijkt te zijn geworden van buitenproportioneel hard optreden van de Franse marine, in de wateren rond Mururoa te laten vergezellen door een fregat, werd door de Conservatieve regering in Wellington ook niet gehonoreerd. Zo'n actie, die Nieuw-Zeeland in 1973 ook al eens ondernam tijdens de atmosferische proeven in Frans Polynesië, zou de wereldopinie tegen Frankrijk hebben kunnen aanwakkeren.

Frankrijk zou de wereld een goede dienst bewijzen wanneer het de hervatting van de kernproeven alsnog zou afgelasten. Om dit te bewerkstelligen hebben Canberra en Wellington echter de steun nodig van landen als Nederland, want het is duidelijk dat Parijs best kan leven met alléén de woede uit het zuidelijk deel van de Stille Oceaan, en het is ook duidelijk dat die steun niet is te verwachten van de andere leden van de kernbomclub. Maar stevige wereldwijde kritiek van andere landen op het Franse atoomwapenbeleid zou de Franse arrogantie wellicht intomen.