'Wegdek heeft bij warmte zwaar te lijden'

Op zonnige dagen trekken overbeladen vrachtwagens sporen in het warme asfalt. Rijkswaterstaat ontwikkelt een methode om de temperatuur van het asfalt te voorspellen.

HAREN, 10 JULI. Met zijn muis klikt hij door het wegennet van Nederland. G. Schenk haalt de temperaturen van snelwegen tevoorschijn. Het asfalt van de A7 bij het Groningse Leek heeft die dag om drie uur 's middags een temperatuur van 44,2 graden Celsius. De A2 bij Geleen is heter, 52,8 graden. Op de A12 onder Utrecht is het asfalt 48,8 graden. In lange warme zomers zijn in Nederland zelfs 'asfalttemperaturen' van boven de zeventig graden gemeten. “Bij die warmte heeft het wegdek zwaar te lijden. Vooral overbeladen vrachtwagens veroorzaken dan spoorvorming”, zegt Schenk.

Schenk is hoofd Dienstkring Groningen van Rijkswaterstaat en zit in het kantoor in Haren achter de computers van het 'gladheidsmeldsysteem'. Hiermee houdt Rijkswaterstaat door het hele land de temperatuur van het snelwegennet in de gaten, om weggebruikers vooraf te waarschuwen voor gladheid.

Sinds kort gebruikt de dienstkring in Groningen het systeem samen met Meteo Consult in Wageningen ook in de zomer, om temperaturen van het wegdek in warme periodes te voorspellen. Het weerstation heeft hiervoor een model ontwikkeld. Vanaf begin deze maand wordt uitgetest of het de temperatuur van de A7 bij Leek goed kan voorspellen. De uitkomsten worden dan vergeleken met de gegevens van het meetpunt in Leek.

Als het model goed werkt, kunnen maatregelen genomen worden tegen de schade die in hete periodes ontstaan. Te zwaar beladen vrachtwagens brengen volgens het ministerie van verkeer en waterstaat jaarlijks voor vijftig miljoen gulden schade (vooral spoorvorming) toe aan het wegdek. De snelheid waarmee de schade ontstaat, hangt sterk af van de temperatuur van het asfalt. In een zonnige zomer als vorig jaar loopt het wegennet 'exponentieel' meer schade op dan in koelere zomers.

De meest voor de hand liggende maatregel tegen overbelasting van het warme asfalt vindt Schenk aangekondigde verkeerscontroles op warme dagen. “Dan kijken transportbedrijven wel uit om bij heet weer overbeladen vrachtwagens de weg op te laten”, zegt hij. Een stap verder gaat het afsluiten van delen van snelwegen voor vrachtverkeer. “Daar zitten natuurlijk veel haken en ogen aan. De vraag is of de schade van zo'n maatregel opweegt tegen het sparen van het wegdek.”

Schenk laat op twee computers in Haren zijn laatste metingen zien. Hij toont een grafiek met temperaturen van de afgelopen dagen op basis van gegevens van het meetstation op de A7 bij Leek, dat voor het onderzoek wordt gebruikt. Het wegdek is steeds rond drie uur in de middag op zijn heetst. De wegdektemperatuur loopt in tijd iets achter de temperatuur van de lucht aan, maar fluctueert sterker. De hoogst gemeten temperatuur van de snelweg bij Leek is 48 graden. De minimumtemperatuur lag elke ochtend rond zes uur iets onder de 20 graden.

Die sterke schommelingen maken het moeilijk in de zomer goede voorspellingen te doen. “De straling van de zon en bewolking hebben grote invloed. De temperatuur loopt snel op als de zon doorbreekt. Zulke sterke fluctuaties komen in de winter niet voor.” Opvallend is, zo vertelt Schenk, dat de linker rijbaan heter wordt. Dat komt omdat over de rechter weghelft meer verkeer rijdt. “Dat scheelt door de schaduwwerking van de auto's wel een paar graden.”

De temperatuur van het asfalt op acht centimeter diepte werd minder heet, maximaal 37 graden. Deze laag blijkt voor de spoorvorming echter van groot belang te zijn. In tegenstelling tot de toplaag kan deze minder druk verwerken, omdat het asfalt hier door de krachtenwerking meer opzij wordt gedrukt. Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat als de diepere laag warmer is dan 30 graden Celsius, de vervorming sterk toeneemt.

Volgens Schenk is het leggen van sterker asfalt in de diepere lagen te duur. Dat geldt zeker als die laag in het bestaande wegennet weggefreesd zou moeten worden. “Dus kun je beter proberen de schade te voorkomen.” Dat de wegen in (sub)tropische landen niet 'wegsmelten', komt doordat die landen bij hun keuze van asfaltsoort geen rekening hoeven te houden met winterse omstandigheden.