Voor groot publiek, maar niet oubollig; Italiaanse opera Amsterdam begint in gashouder

AMSTERDAM, 10 JULI. De nieuwe Italiaanse Opera Amsterdam zal in november de gashouder op het terrein van de voormalige Westergasfabriek in gebruik gaan nemen. In de gashouder wordt een theater gevestigd dat met 2800 stoelen het grootste van het land is - bijna duizend meer dan in het Amsterdamse Carré. De Italiaanse Opera Amsterdam wil op commerciële basis volgens artistiek directeur Rudolf Gerretsen “opera voor een groot publiek toegankelijk maken in een herkenbare regie, zonder dat het oubollig wordt.”

Het is volgens de Italiaanse Opera Amsterdam niet de bedoeling te concurreren met de Nederlandse Opera in het Amsterdamse Muziektheater of met de Nationale Reisopera en Opera Zuid. De nieuwe opera wil een eigen plaats verwerven met het populair repertoire brengen voor “de brede middengroepen in de samenleving” en daarmee ook een bijdrage leveren aan de werkgelegenheid in deze sector.

De eerste produktie van de Italiaanse Opera Amsterdam is Cavalleria rusticana/I pagliacci van Mascagni en Leoncavallo. De door de Belg Frank van de Laecke geregisseerde voorstelling zal tien keer worden gegeven. Als het aanslaat volgen in juni volgend jaar twintig voorstellingen van Puccini's Tosca. Het is de bedoeling uitsluitend te werken met Nederlandse zangers, al of niet in het buitenland werkend, of zangers die in Nederland wonen. In de eerste produktie zingen onder anderen Marco Bakker en Jan Derksen, die elkaar afwisselen in de rol van Tonio, en Anne Marie Dür (Santuzza).

De Italiaanse Opera Amsterdam is een initiatief van Carl Denker, die een carrière maakte in de wereld van platen, musicals en films, en de violist Joan Berkhemer, die eigen orkest van 65 musici en een eigen orkest gaat dirigeren. Een van de bestuursleden is de zanger Marco Bakker. Artistiek directeur Rudolf Gerretsen werkte bij de Nederlandse Opera en de Technische Organisatie van het Amsterdamse Muziektheater. Hij is tevens bestuurslid van de stichting Promosing, die zich inzet voor jonge Nederlandse zangers.

De Italiaanse Opera Amsterdam heeft voor vijf jaar een huurcontract met het stadsdeel Westerpark afgesloten, telkens voor het twee en vierde kwartaal. In de voormalige gashouder, die een middellijn van zestig meter heeft, zullen in een halve cirkel tribunes worden gebouwd tegenover een groot speelvlak. De bedoeling is met de tien voorstellingen van Cavalleria rusticana/I pagliacci de publieke belangstelling te peilen. Als de eerste serie voorstellingen een succes wordt, zullen de volgende series telkens uit twintig voorstellingen bestaan.

Het is dan de bedoeling om ook een permanente orkestbak uit te graven. Vooralsnog gaat men ervan uit dat de akoestiek voldoende is om zonder versterking te kunnen spelen. Onder de tribunes komt een foyer, terwijl buiten in een tent nog een andere foyer wordt gevestigd. De kleedkamers komen buiten in een 'dorp' van caravans. De Italiaanse Opera Amsterdam wil publiek werven uit het gehele land. Daarvoor zijn contacten gelegd met busmaatschappijen. De toegangsprijzen zullen variëren van 50 tot 90 gulden. Naast de voorstellingen van de Italiaanse Opera Amsterdam zullen er in de gashouder ook andere musicalvoorstellingen en concerten kunnen plaatsvinden.