'Sportverleden was soms best lastig'

In de tijd dat ik nog aan topsport deed, was het de normaalste zaak van de wereld spontaan te reageren. Dat wil zeggen: je emoties uiten en direct communiceren. Toen ik hier vijf jaar geleden begon, ging ik aanvankelijk net zo te werk. Snel aanpakken en zo van 'dat gaan we eens even doen'. Dat ging wel eens te hard en hardop. Die houding werd, enigszins begrijpelijk natuurlijk, hier niet zo gewaardeerd. Ik moest dus al snel zoeken naar een ander 'tempo', meer de procesmatige benadering, waardoor je mensen ook veel beter kunt sturen.

In topsport word je op resultaten afgerekend. De klassieke overheidscultuur, voorheen wat in zichzelf gekeerd, vraagt nu ook om zo'n resultaatgerichte aanpak. Dit merk je heel sterk nu we sinds 1 juli '94 verzelfstandigd zijn. Aanvankelijk was het best lastig om met een topsportverleden in die cultuur binnen te komen. Toch bleek dat de mentaliteit uit de teamsport, waar je heel sterk op elkaar bent aangewezen, goed toepasbaar is in onze marktgerichte aanpak.

In het Nederlands team had ik als keepster een bescheiden rol. Beetje medespeelsters coachen en scherp houden. We kwamen zelden onder druk te staan, zo goed waren we eigenlijk. Vooral als het op corners en strafballen aan kwam, moest ik d'r staan. Ik weet nog dat ik Gijs (bondscoach Van Heumen, red.) ooit voorstelde om tegen België mij maar aan de kant te laten, zodat hij elf in plaats van tien veldspeelsters in kon zetten.

Gijs dacht daar anders over. Het toppunt van arrogantie, zei hij. Dat was ik niet met hem eens. Het is ook een methode. Dat vond ik en vind ik eigenlijk nog steeds. Ja, anders moet de tegenstander maar gewoon beter zijn, toch? Zo doe ik dat in mijn huidige functie ook: altijd zoeken naar andere oplossingen en alternatieven. Per slot van rekening ben je verantwoordelijk voor andermans arbeidsvreugde. Die bepaalt grotendeels het resultaat en de kwaliteit van het werk.

In sollicitatie-brieven heb ik altijd melding gemaakt van mijn sportverleden, want ik had jaren te verantwoorden. Ook toen ik hier solliciteerde. Pas jaren nadat ik aangenomen was, vertelde de directeur me dat hij zelf ook had gehockeyed. In '86 was hij zelfs getuige van onze WK-finale. Het is dus niet zo dat ik ben aangenomen wegens m'n sportverleden. Dat zou ik ook niet willen ook. Ik voldeed gewoon aan de functie-eisen.