Regering en Kamer zijn geschokt over dood militair

DEN HAAG, 10 JULI. Regering en Tweede Kamer hebben geschokt gereageerd op de dood van de Nederlandse militair R. van Renssen in Srebrenica. Minister Voorhoeve (defensie) verklaarde gisteravond dat Defensie niet weet wat de oogmerken zijn van de Bosnische Serviërs. “Willen ze alleen een deel van de observatieposten innemen of hebben ze grotere plannen?”, aldus Voorhoeve. De NAVO is door de plaatselijke commandant om luchtsteun gevraagd, maar die luchtsteun is uitgebleven.

Voorhoeve is van mening dat de 410 Nederlandse soldaten van Dutchbat nu niet uit Srebrenica kunnen vertrekken ondanks het feit dat hun taak zeer moeilijk wordt. De Nederlandse militairen zullen aan een Servisch offensief niet het hoofd kunnen bieden maar het zou, volgens Voorhoeve, een ramp zijn als de bevolking van Srebrenica aan haar lot zou worden overgelaten. “Dan komen zij mogelijk weer bloot te staan aan etnische zuivering.”

Vanmorgen was de directe dreiging bij Srebrenica afgenomen. De Bosnische Serviërs hadden gisteravond nog enkele tanks teruggetrokken. Op het hoofdkwartier van de VN-troepen in Sarajevo wordt volgens Defensie alles in het werk gesteld om de dertig Nederlandse gijzelaars, van wie de vuurwapens zijn afgenomen en die in een Bosnisch-Servische kazerne in Bratunac gevangen zitten, vrij te krijgen.

De gezamenlijke Commissie buitenland- en defensie van de Kamer komt nog niet terug van reces. De leden steunen de Nederlandse inzet in Srebrenica. Mocht de situatie verder verslechteren, dan willen de Kamerleden van de regering weten wat de Nederlandse mogelijkheden nog zijn om zinvol werk te verrichten in de enclave.

Ook de vervanging van militairen van de Luchtmobiele brigade door leden van het bataljon Limburgse Jagers wordt verder bemoeilijkt door de nieuwe vijandelijkheden. Tot twee keer toe hebben Bosnische Serviërs de tijdelijke rotatie in de weg gestaan.