Pleidooi voor meer 'koninklijke smeerolie'

ROTTERDAM, 10 JULI. Het Koninklijk Huis moet zich meer inzetten voor de Nederlandse exportbelangen. Dat vindt de federatie van werkgevers in de grootmetaal, de FME. Voorzitter Van den Akker zei zondag in Avro's Radiojournaal dat Nederland wel een beetje “koninklijke smeerolie” kan gebruiken.

“We moeten met z'n allen achter de Nederlandse industrie gaan staan, voor het behoud van de werkgelegenheid en van ons sociale stelsel. Dat is niet iets wat je alleen overlaat aan minister Wijers of staatssecretaris Van Dok”, aldus de FME-voorzitter.

Van den Akker verwees naar de inspanningen die prins Bernhard in het verleden heeft geleverd. De nu 84-jarige prins had een belangrijk aandeel in de economische opbouw van het Nederland van na de oorlog. Vooral in de periode 1956-1976 maakte hij als “goodwill-ambassadeur” reizen naar vele landen en bracht hij niet te versmaden handelsrelaties tot stand. In 1976 bleek echter dat hij aan de Amerikaanse vliegtuigfabriek Lockheed brieven had geschreven die “de indruk wekten dat hij gevoelig was voor gunsten”. De regering-Den Uyl stelde een onderzoekscommissie in, die het handelen van de prins afkeurde. Later bleek dat de opeenvolgende kabinetten hun ministeriële verantwoordelijkheden schromelijk verzaakt hadden en de prins eigenlijk carte blanche hadden gegeven. Van zijn talenten als goodwill- ambassadeur maakten ze dankbaar gebruik. Dit gold ook voor het kabinet Den-Uyl zelf, dat de prins nog maar kort voor de Lockheed-affaire op een geheime missie naar de sjah van Iran had gestuurd.Nieuwe regeringen zullen zich dus wel hoeden om een prins weer op deze wijze in te zetten voor de handelsbelangen.

Het bedrijfsleven probeert overigens wel regelmatig van Oranje te profiteren, door in het kielzog van staatsbezoeken mee te reizen in “PEM's” (paralelle economische missies). Er ging een PEM mee naar Japan en er gaat er eentje mee naar Indonesië. Een handelsmissie volgde ook het staatsbezoek aan IJsland vorig jaar. (ANP)