Pete Sampras evenaart met trilogie prestatie van legendarische Fred Perry; 'Eens, m'n zoon, zul je Wimbledon winnen'

LONDEN, 10 JULI. Pete Sampras zette gisteren een belangrijke stap naar tennisgeschiedenis met zijn derde Wimbledon-titel op rij. Hij liet, zoals hij het zelf formuleert, zijn racket spreken. Door de rally's te dicteren in simpele bewoordingen: ace, volley en return. Op de baan die hij inmiddels de zijne mag noemen. “Vroeger was het centre court van mij”, zei de verliezer, Boris Becker. “Nu van hem.”

Twee-en-een-halve week geleden voelde Sampras zich heel wat minder op zijn gemak dan gisteren op de tennisbaan. Vanaf het spreekgestoelte in de St. Paul's Cathedral droeg hij een gedicht voor in de herdenkingsdienst voor Sir Fred Perry, de Britse Wimbledon-kampioen die begin dit jaar overleed.

Aarzelend las hij de woorden van de Engelse schrijver Rudyard Kipling: “If you can trust yourself when all men doubt you ... Yours is the earth and everything that's in it / And - which is more - you'll be a man, my son.”

Björn Borg won Wimbledon vijf keer (1976-80) op rij, Perry drie keer (1934-'36). Ondanks een jaar vol tegenslag en twijfel werd Sampras de eerste die Perry's prestatie evenaart. Sampras sprak in de kathedraal uit eerbied voor de geschiedenis van zijn sport. En als dank voor het vertrouwen. Na zijn eerste toernooizege, in 1990 in Philadelphia, waar Perry hem had zien spelen, was de Engelsman naar hem toegekomen. 'Eens, mijn zoon, zul jij Wimbledon winnen.'

Perry twijfelde niet aan het bijzondere talent van Sampras, de begenadigde en bedeesde alleskunner. Ook Sampras, zo bleek de afgelopen twee weken, bleef in zichzelf geloven. Zijn spel bezat de afgelopen twaalf maanden niet de vloeiende eenvoud van het jaar daarvoor. Hij had, en dat deed pijn, de laatste drie grand-slamtoernooien niet gewonnen. Hij was snel uitgeschakeld in New York, verloor in Australië de finale van Andre Agassi en struikelde vorige maand in de eerste ronde op Roland Garros.

Hij was daarnaast voor het eerst in zijn leven geconfronteerd met persoonlijke tegenslag in zijn nabije omgeving. Zijn vriend Vitas Gerulaitis overleed. Zijn coach en vriend Tim Gullikson moest in Australië het toernooi verlaten toen hij ineenstortte. Hij bleek een hersentumor te hebben en ondergaat daarvoor chemotherapie in Chicago. Sampras barstte kort na het gedwongen afscheid van Gullikson in tranen uit tijdens zijn partij tegen Jim Courier toen een fan riep: “Win deze voor Tim.” Sampras had emoties. Hij was niet langer de onderkoelde, onoverwinnelijke tennismachine.

Op Wimbledon leek hij de eerste ronden ver verwijderd van zijn topvorm. “Ik verlies hier en daar een set”, zei Sampras voor de finale. “Ik moet er dit jaar harder voor werken en iedereen noemt me kwestbaar. Ik denk dat ik op gras nog steeds tamelijk moeilijk ben te verslaan.”

Sampras afhouden van zijn three-Pete, bleek inderdaad een onmogelijke opgave voor Becker, zelf ook drievoudig kampioen. Becker verloor zijn zevende finale op Wimbledon, nadat hij de eerste set had gewonnen in de tie-break. “Daarna vloeide de kracht uit mijn benen”, zei Becker na afloop. De wedstrijden tegen Pioline (vijf sets) en Agassi (vier sets) hadden hem veel energie gekost. En Becker, die na de tweede set bij grote uitzondering met pet speelde, had duidelijk meer last van de zon en hitte (35 graden celsius) dan zijn tegenstander die bijna tien kilo lichter is.

Sampras deed, zoals Agassi vrijdag had voorspeld, alles ietsje beter dan Becker. Vanaf de tweede set serveerde de Amerikaan bovendien onwaarschijnlijk hard en zuiver. In de derde game van de tweede set brak hij de service van Becker na een glijpartij van de Duitser en twee prachtige passeerslagen. In de derde set benutte Sampras, eveneens in de derde game, zijn vierde breekpunt. In de vierde set leverde Becker direct de eerste game in met twee dubbele fouten. Sampras won in 2 uur en 28 minuten met 6-7, 6-2, 6-4 en 6-2.

“Als Pete eenmaal een voorsprong heeft genomen, slaat hij zijn kanonskogels allemaal op de lijn. Het enige waar je dan nog op kan hopen, is regen”, zei Becker. Hij wist slechts twintig punten te winnen op de service van Sampras, zeven daarvan door een dubbele fout. Sampras sloeg 21 aces, tegenover 16 van Becker en gaf geen enkele breekkans weg.

Opvallend was de goede stemming van Becker na zijn nederlaag. Hij nam tijdens de ceremonie na de wedstrijd uitgebreid de tijd om Sampras te feliciteren, praatte met de hertogin en ging in op de invitatie van het publiek om, als verliezer, een ereronde te lopen. Hij kreeg meer applaus dan Sampras. Alsof het een afscheid was.

“Vroeger, als zeventienjarige jongen, was ik over het net geklommen en had ik hem in elkaar geslagen”, grapte de 27-jarige Becker. “Ik ben nu ouder en wijzer, ik verlies mijn zelfbeheersing niet meer.” Hij gaf toe dat zijn eerste zege op Wimbledon, in 1985, voor zijn gevoel al 25 achter hem lag. Maar hij wilde wel wat rechtzetten op de persconferentie. “Ik word de 'oude leeuw' genoemd. Het lijkt wel alsof jullie me uit het tennis willen verdrijven. Maar ik ben helemaal niet oud. Ik ben 27”, zei Becker. “Een paar jaar geleden was er een wisseling van de wacht. Connors, McEnroe en Lendl maakten plaats voor Agassi en Sampras. Maar ik doe nog steeds mee. Het groepje is 23 tot 27 jaar oud. Zolang ik jonger dan dertig ben, ben ik nog in staat een grote titel te winnen.”

Een probleem voor Becker is dat Sampras (23 jaar) en Agassi (25 jaar) zo mogelijk nog meer hongeren naar succes dan hij. Sampras strijdt voor zijn plek in de geschiedenisboeken en wil het tennis in de jaren negentig domineren zoals Ivan Lendl dat deed in de jaren tachtig. “Wat ik echt haat”, zei Sampras gisteren, “is verliezen in de finale van een grand-slamtoernooi.” Hij noemde de nederlaag tegen Stefan Edberg in New York in 1992 en herinnerde zich ongetwijfeld het recentere verlies tegen Agassi in Australië. Sampras heeft inmiddels zes grand-slamtitels. Eentje meer dan Becker, eentje minder dan McEnroe, twee minder dan Perry, Rosewall, Lendl en Connors. Nog verder verwijderd op de lijst van allergrootsten zijn Borg en Rod Laver met elf titels en Roy Emerson met twaalf.

“Wat Connors deed - twintig jaar tennissen - is nu misschien onmogelijk”, zei Sampras. “Het lijkt wel alsof spelers steeds jonger hun top bereiken. Ik hoop nog tien, twaalf jaar mee te gaan. Maar je weet nooit hoeveel kansen je krijgt in de grand-slams. Daar gaat het om. En niemand weet wie de finale verliest. De mensen herinneren zich alleen de winnaar.”

Hoe zijn derde Wimbledon-titel voelde kon Sampras gisteren niet verwoorden. Hij wilde naar huis, snakte naar een vette hamburger, friet en Coca-Cola. Genoegens die hij zich de afgelopen weken had ontzegd. En hij wilde naar zijn coach. “Ik heb na iedere wedstrijd en de avond voor de finale met hem gebeld. De manier waarop hij tegen zijn ziekte vecht en de behandeling ondergaat, was een bron van inspiratie voor me.”

Triomf en tegenslag, Sampras weet het te verenigen. Hem komt de eer toe om volgend jaar, als titelverdediger de 110-de aflevering van Wimbledon te openen. Op maandag 24 juni 1996, in de wachtkamer voor het centre court, zal zijn blik afdwalen naar de spreuk die daar al decennia boven de deur hangt. Naar de woorden van Kipling, wiens dichtregels hem op het lijf geschreven zijn. “If you can meet with triumph and disaster and treat those two imposters the same.”