PDS wil Italiaanse kiezers van angst voor de rooien afhelpen

ROME, 10 JULI. Sommige congresgangers van de Italiaanse Democratische Partij van Links moesten even knipperen met hun ogen. Het grootste deel van het spreekgestoelte was Berlusconi-blauw. Verder was er veel degelijk wit en grijs, slechts hier en daar opgefrist door een toefje rood.

Het zaterdag afgesloten PDS-congres moest de tweede Verandering bezegelen. In 1991 vierde de Italiaanse communistische partij haar naamsverandering op een traumatisch congres. Alles was toen rood, zoveel dat het pijn deed aan de ogen. Nu, op het eerste congres sinds die moeizame wedergeboorte, zijn de oude rituelen verlaten. Voor inhoudelijke discussies, voor de geliefde ideologische scherpslijperij, was dit keer geen plaats. Het congres was één grote show, bedoeld om de kiezers ervan te overtuigen dat niemand meer bang hoeft te zijn voor de rooien', de communisten'.

“Wij zijn een volwassen beweging en we vragen het volk ons op de proef te stellen,” zei partijleider Massimo D'Alema in zijn slottoespraak. “Wij willen proberen dit land te regeren en te veranderen.”

Een grote schmierende foto van twee kinderen achter hem moest non-verbaal vertellen dat de toekomst bij de PDS, met ongeveer een kwart van de stemmen de grootste partij in een losse centrum-linkse alliantie, in goede handen is. Het congres is onderdeel van een grote campagne, ook in internationale financiële kringen en onder het corps diplomatique in Rome, om de PDS te presenteren als regierungsfähig.

De foto die dat moet onderstrepen, was de handdruk van D'Alema en Berlusconi. De twee tegenstanders lieten zich fotograferen met een brede glimlach - voor Berlusconi een routineklus, maar voor de zakelijke D'Alema een inspanning die laat zien dat de partij steeds meer nadenkt over haar imago.

Berlusconi was te gast op het congres, samen met zijn politieke bondgenoten, onder wie Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, de ex-neofascisten. Met de tientallen buitenlandse gasten van verwante partijen moest dit het beeld uitdragen van een partij die in brede kring geaccepteerd is.

Het is nog niet zo lang gelden dat Berlusconi de PDS afschilderde als een verzameling rode honden die iedereen zijn tweede huis willen afnemen en in het geheim Lenin en Marx nog aanbidden. Het is nog niet zo lang geleden dat PDS-leden iedere keer als de naam Berlusconi viel, in fluitconcerten vervielen. Beide kampen realiseren zich dat deze confrontatie weinig zin meer heeft en de kiezers begint te irriteren.

“We moeten leren leven en werken met rechts,” had D'Alema donderdag in zijn openingstoespraak gezegd. Daarom luisterde de volgende dag een volgepakte zaal in stilte naar hoe Berlusconi, dit keer zonder te vervallen in steriele sjablonen, de meningsverschillen tussen de twee kampen schetste. Een paar van zijn grootste vijanden binnen de PDS waren alvast op weekend gestuurd. Aan het einde kreeg Berlusconi zelfs een beleefd applaus.

Berlusconi onderstreepte de verschillende opvattingen over het economisch beleid en over het politieke bestel. Rechts wil veranderingen in de richting van een presidentieel stelsel, om meer de nadruk te leggen op daadkracht en directe democratie. Links verdedigt het parlementaire stelsel met zijn representatieve democratie en sterkere controlemogelijkheden.

Maar zowel Berlusconi als D'Alema onderstreepten het belang van de toenadering. Vorige week dinsdag zijn voor het eerst delegaties uit de twee kampen rond de tafel gaan zitten om te praten over de politieke spelregels. Veel verder dan de afspraak dat de oppositie de voorzitter van een van de twee kamers van het parlement moet leveren, zijn zij niet gekomen. Met name over het mediabestel, garanties voor een pluriforme informatievoorziening en maatregelen tegen belangenverstrengeling liggen de standpunten nog ver uiteen. Maar het is een belangrijke eerste stap na maanden van verkettering. President Oscar Luigi Scalfaro heeft gewaarschuwd dat snelle verkiezingen geen zin hebben als het resultaat een nieuwe impasse is. Zowel Berlusconi als D'Alema willen dit najaar gaan stemmen, en de onderhandelingen over spelregels zijn een poging dat mogelijk te maken.

Berlusconi zei dat hij wel met D'Alema in discussie wil gaan, maar weinig heil ziet in een debat met Romano Prodi, de kandidaat-premier van de centrum-linkse coalitie waarin de PDS domineert. Prodi is volgens Berlusconi niet meer dan een vriendelijk masker van de wat killere D'Alema. “Leiderschap moet je op het veld verwerven en dat heeft Prodi nog niet gedaan,” zei hij. Prodi viel de dag daarna even uit zijn rol en schold Berlusconi uit voor “een incompetente liberaal” waarvan de internationale financiële markten niets moeten hebben. D'Alema antwoordde sussend dat er geen weg terug is en dat de PDS zich schaart achter Prodi. “Vroeger of later zal Berlusconi daar wel aan wennen.”

De kleurensymboliek en de boodschap van de handdruk met glimlach zijn goed overgekomen, maar programmatisch was er weinig te beleven Walter Veltroni, de tweede man van de PDS, kondigde dat links minder tegen zou zijn: niet tegen Berlusconi of rechts, maar voor vernieuwing en modernisering. “Als de angst voorbij is komen onze plannen en hoop op de voorgrond,” zei D'Alema.

Kennelijk acht hij dat moment nog niet aangebroken, want bij de uitwerking bleef hij steken in vaagheden. Hij riep op tot “een liberale revolutie” en prees tegelijkertijd de sociaal-democratie - alsof die niet in heel Europa in een crisis verkeert. “Ons doel is van Italië een normaal land te maken,” zei hij in zijn openingsrede. Later bood hij ook de ondernemers een pact aan om stabiliteit op economisch gebied te garanderen. Maar de cijfers, de uitgewerkte plannen, het politieke perspectief ontbraken. D'Alema wil allereerst laten zien dat hij niet bijt.