Overcapaciteit in W.-Europa; Shell-man ziet koude sanering in raffinage

ROTTERDAM, 10 JULI.In West-Europa staan te veel olieraffinaderijen. Die overcapaciteit leidt onvermijdelijk tot een koude sanering in deze sector. Dat zegt scheidend directeur J. van der Veer van de Shell-raffinaderij in Pernis in het bedrijfsblad Shell Venster.

“Zeker in West-Europa staan te veel raffinaderijen in verhouding tot de consumptie van olieprodukten. Het gevolg is dat er momenteel door de Westeuropese raffinage-industrie geen winst wordt gemaakt. Met elkaar hebben we in raffinage in het eerste kwartaal van 1995 misschien net onze personeelskosten en grondstoffen verdiend, maar we hebben vrijwel niets overgehouden voor afschrijving, laat staan dat er voldoende rendement over het geïnvesteerd vermogen is verdiend”, schetst Van der Veer in Shell Venster.

In zijn “persoonlijke visie” houdt Van der Veer wel twee slagen om de arm. Zo kan de economische groei in het voormalige Oostblok onverwacht voor extra werk zorgen, zodat ingrijpen in de overcapaciteit minder noodzakelijk wordt. Ook kan de koude sanering worden afgewend door samenwerkingsverbanden in de raffinage-industrie, die besluiten samen capaciteit terug te dringen. in dat geval is er sprake van een warme sanering.

De datum, waarop ingrepen zijn te verwachten, durft Van der Veer niet te voorspellen. Maar een situatie van “doorzeurende te lage opbrengsten” kan zeer lang voortslepen, aldus de man die tot 15 juli directeur is bij Shell Pernis.

In welke mate juist de Nederlandse raffinaderijen moeten saneren, blijft onduidelijk. Wel heeft de sector in Nederland, waar Shell met met een dagproduktie van 400.000 vaten ruwe olie de grootste speler is, naar verhouding meer kansen dan de concurrenten elders in Europa, aldus Van der Veer. Naast de schaalgrootte werkt ook de gunstige geografische ligging van het Botlek-gebied in het voordeel.

Nederland is met de verwerking van 1,2 miljoen vaten per dag de vijfde olieverwerker in Europa. Bovenaan staat Duitsland met 2,25 miljoen vaten, gevolgd door Italië (2,2 miljoen), Groot-Brittanië (1,8 miljoen), Frankrijk (1,7 miljoen) en Spanje (1,25 miljoen). In totaal verwerken de raffinaderijen zo'n 13 miljoen vaten per dag.

De uitspraken van Van der Veer komen op een moment dat Shell gigantisch investeert in Pernis. Voor een bedrag van 3 miljard gulden moeten daar in 1997 een nieuwe hydrocracker en olievergassingsinstallatie in werking zijn gesteld. Dit zogeheten project PER+, dat in oktober 1994 van start is gegaan, is bedoeld om schonere produkten te maken en minder schadelijke stoffen uit te stoten.

Een moeilijkheid daarbij is dat juist de hoogwaardige raffinaderijen naar verhouding minder zijn gaan verdienen dan pakweg een jaar of vijf terug. De oorzaak hiervan is dat de Opec-landen de laatste tijd meer lichte ruwe olie, die voor hoogwaardigere produkten wordt gebruikt, op de markt brengen. Daardoor zijn de prijzen onder druk komen te staan.

Van der Veer is niet bang dat de miljardeninvestering in Pernis hierdoor in gevaar komt. Hij denkt dat de Opec-landen terugkomen van deze politiek. De wereldreserves zware olie zijn namelijk veel groter dan van lichte, zwavelarme soorten, aldus de directeur. (ANP)