Michiel Borstlap wil niet altijd op wrakken spelen

Het Michiel Borstlap Sextet met o.a. Eric Vloeimans (trompet) en Joost Lijbaart (slagwerk) speelt zondag 16 juli omstreeks 20u30 op het North Sea Jazz Festival in Den Haag. Dit is het tweede in een serie interviews met debutanten op het festival.

“Op mijn vijfde luisterde ik naar Lennie Tristano en Thelonious Monk en ik wist onmiddellijk, dat wil ik ook: jazzpianist zijn. Het was liefde op het eerste gehoor.”

Michiel Borstlap (1966), vader componist, moeder pianiste, groeide op met heel veel muziek en stond al met regelmaat op de podia vóór hij in 1992 summa cum laude afstudeerde aan het Hilversums Conservatorium. Inmiddels geeft hij zelf les: vocaal ensemble op het Sweelinck in Amsterdam, hoofdvak piano in Utrecht en Groningen.

“Ik ben niet zo boodschapperig aangelegd maar natuurlijk zijn er dingen die ik als leraar benadruk. Dat ze eerlijk moeten zijn en niet bang om de muziek te laten horen die in henzelf zit. Maar ook dat ze goed moeten luisteren en het lef moeten moeten hebben wegen in te slaan die ze nog niet kennen. En vooral dat thuis studeren iets heel anders is dan samenspelen met anderen.”

Dat Borstlap spreekt uit eigen ervaring blijkt als hij uitlegt waarom pas nu zijn tweede (dubbel)cd, The Sextet - Live in aantocht is.

“Voor de eerste (Day Off uit 1992) werd ik uitgenodigd, het was niet mijn eigen idee. Wil je dan met een nieuwe komen, dan moet die niet alleen anders zijn, maar ook beter. Maar het sextet draaide niet zoals ik wilde. De ritme-sectie beviel me niet en voor het overige werd er veel te individualistisch gespeeld. Zelfs op de beste momenten klonk het daardoor hoogstens als een geslaagde jam session. Pas als de bandleden bereid waren iets op te geven van wat ze gewend waren te doen, kon er iets als een groepsgeluid groeien. Daarom hebben we voorafgaand aan onze april-toernee, 25 concerten binnen een maand, een week keihard gerepeteerd en tussen de bedrijven door maar eens flink gevochten. Het resultaat daarvan was dermate bevredigend dat ik voor het concert in het BIM-huis een mobiele studio voor de deur heb laten zetten.”

Eén plan, want hij doet nog onnoemelijk veel andere dingen, heeft Borstlap met het oog hierop voor onbepaalde tijd op sterk water gezet: zijn studiereis naar Amerika, waarvoor hij een beurs van het ministerie heeft gekregen. Wel heeft hij een oriënterend bezoek aan New York gebracht. Dat de klok daar wat de jazz betreft op bebop staat, een stijl ontstaan in de jaren veertig, vindt hij geen bezwaar, er wordt toch ook nog steeds barokmuziek gemaakt? En van sommige Amerikaanse musici kan hij echt nog wel iets leren, vooral uit het hoofdstuk timing & grooves. Van pianist Mulgrew Miller bijvoorbeeld die inmiddels al op minstens honderd cd's staat. Heel hoog heeft hij ook Bill Frisell, zo'n gitarist loopt er toch in Nederland niet rond?

“Maar er zijn ook Nederlandse musici die stukken beter spelen dan Amerikanen van naam. Pianist Bert van de Brink uit het kwintet van Denise Jannah bijvoorbeeld, speelt duizend keer zo goed als Cyrus Chestnut. Ikzelf hoop over tien jaar herkenbaar te zijn als een pianist met iets heel eigens, iets dat niemand anders heeft. Met wat voor muziek, ik heb geen idee, ik weet niet eens wat ik op het moment met mijn sextet speel. 'Nieuwe jazz' zeg ik meestal als ze het vragen. Weet jij iets beters?”

Heeft hij nog wensen op kortere termijn, bijvoorbeeld ten aanzien van het North Sea Jazz Festival waarop hij binnenkort met zijn sextet speelt?

“Laat er in godsnaam een goed gestemde vleugel staan. Tijdens onze toernee in april heb ik maar één keer een goed instrument gehad, te weten in Vredenburg. Ik weet dat het door door de armoe in de jazzscene komt maar ik hoop het op mijn veertigste wel achter me te hebben; altijd te moeten spelen op wrakken.”

    • Frans van Leeuwen