Leurs: 'Als we zo tegen Italië spelen wordt het een veegpartij'

HAARLEM, 10 JULI. Het Nederlands honkbalteam komt langzaam op gang in het Europees kampioenschap voor landenteams. Na de 10-0 tegen Oekraïne zou zaterdag Frankrijk van de mat worden gespeeld, maar na vier innings stond een verrassende 8-8 op het scorebord. Een forse inzinking bij de Franse werpers in de achtste inning was nodig om Nederland alsnog aan een veilige 15-8 te helpen. Gisteren benaderde Oranje de vorm die nodig is om de finale te halen. Spanje werd in zeseneenhalve innings met 23-3 weggeslagen.

“Het heeft geen nut om tegen landen als Oekraïne en Spanje te spelen”, vindt bondscoach Jan Dick Leurs. Na de wedstrijd tegen Spanje opperde hij een Europees kwalificatiesysteem zoals het voetbal dat al deccenia kent. “Laat die zwakke landen maar voorronden spelen zodat je een paar sterke landen overhoudt voor het EK-toernooi zelf. Een finale kan dan een best-of-seven zijn, inplaats van een best-of-five.”

Leurs is ontevreden over het Nederlandse spel in de eerste wedstrijden. Lang had hij met zijn team nagepraat over de moeizame partij tegen Frankrijk, waarin vooral zijn werpers het lieten afweten. “De pitching was gewoon slecht en hoe je het ook wendt of keert, dat is toch the name of the game. Als we zo spelen tegen Italië, heb ik gezegd, wordt het een veegpartij.” Werper Eelco Jansen werd zaterdag na drie innings van de heuvel gehaald, toen hij zeven honkslagen om de oren had gekregen. “Hij kwam naar me toe met de vraag wat hij nou fout had gedaan”, vertelt Leurs die zelf een grote ervaring heeft als werper. “Ik heb hem gezegd dat het ontbrak aan zelfcorrigerend vermogen. Als het minder gaat, moet je in staat zijn je spel aan te passen.”

Tegen een genânt zwak Spanje haalde Nederland gisteren de schade enigszins in. Oranje begon weliswaar wat zwak en slordig en even leek het er op dat de geschiedenis van de dag ervoor zich ging herhalen. Maar een fraai dubbelspel in de eerste helft van de derde inning was het startsein voor een Nederlandse slagbeurt in de tweede helft waar geen einde aan leek te komen.

Jubilaris Marcel Joost sloeg twee punten binnen, waarna de Spaanse werper José Pulido volledig de kluts kwijt raakte en alle kanten op ging gooien. Een werperswissel bood geen soelaas en de punten bleven binnenstromen voor Nederland. Vooral de Spaanse derde honkman, Jesús Erroz, stapelde fout op fout door ballen uit zijn handschoen te laten vallen en vervolgens ook nog verkeerd aan te gooien. Nadat Adonis Kemp met twee honken bezet een homerun sloeg, kwam de derde Spaanse werper in één inning op de heuvel.

Toen de slagbeurt was afgelopen kon het scorebord de puntenregen nauwelijks aan. Nederland had liefst dertien punten gemaakt. De vier resterende innings waren een formaliteit. Nederlandse spelers namen de gelegenheid te baat om vanachter het hek gesprekken te voeren met supporters en oud-internationals. Werper Peter Callenbach probeerde zijn medespelers nog bij de les te houden. “We vinden het toch nog wel leuk zeker?” brulde hij naar de dug-out.

“Bij dit soort wedstrijden met dergelijke zwakke tegenstanders is het vasthouden van de concentratie het moeilijkste”, vertelt bondscoach Leurs na afloop. Een land als Spanje heeft nauwelijks een honkbaltraditie. Clubs spelen op uitgestrekte zandvlakten waar zelfs de thuisplaat ontbreekt en het honkbalstadion in Barcelona is sinds de Olympische Spelen nauwelijks meer gebruikt.

De vorm die Nederland tijdens het World Port Tournament in Rotterdam liet zien is nog ver weg. “Misschien heb ik teveel de nadruk gelegd op de wedstrijd van woensdag”, peinst Leurs hardop. Dat wordt een belangrijke dag want dan speelt Nederland de kruisfinale tegen de nummer twee van de andere poule. Als die wordt overleeft mag Nederland naar de Olympische Spelen van Atlanta in 1996. Leurs: “Vooraf gingen we ervan uit dat die tegenstander Zweden zou zijn, maar het ziet er nu naar uit dat we tegen België gaan spelen.”

Het stoort Leurs dat het in de kruisfinale op één enkele wedstrijd aankomt en niet bijvoorbeeld een best-of-three of best-of-five. “Woensdag is het alles of niets, dus ga ik mijn sterkste werpers opstellen, Callenbach en Jansen. Als we die wedstrijd eenmaal hebben gewonnen dan zien we wel waar het schip strandt bij dit EK.”

Marcel Joost, die vooral aan slag behoorlijk op dreef was, kreeg gisteren een publiekswissel. Hij verbeterde het interland-record van 131, dat sinds 1986 op naam stond van Charles Urbanus jr. Joost, die vanaf 1980 een vaste waarde is voor het Nederlands team, is niet van plan het bij zijn 132 interlands te laten. “Ik ga door zolang ik het leuk vind, dus een concreet moment om te stoppen heb ik niet voor ogen.” Hij zegt trots te zijn op de verbetering van het record. “Niet vanwege de naam Urbanus, die zegt me niets. Maar voor mezelf betekent het toch wel wat. Dat je zo lang kunt meekomen, bedoel ik.”