Is de Dam openbare weg of een feestzaal?

“Test two two hey hey hey a.” De rookmachine blaast een toefje paarse damp uit. In de hemel boven het plein vervliegt een flard van een basloopje. Vier stadswachten beperken hun ronde tot het hangen over een dranghek om te zien hoe de Dam wordt herschapen tot een dansvloer voor het goede doel. Straks springt men hier aerobics ten bate van kinderprojecten in Suriname.

De zomer is in het land en de Dam, de stoep van het koninklijk paleis, wordt weer verkaveld voor evenementen. Deze zaterdag was het een dansvloer, de week daarvoor een restaurant en dáárvoor een kruisboog-schietbaan. Er heeft ook wel eens een paar ton zand gelegen bij wijze van beachvolleyball-strand, en een paar honderd vierkante meter gras bij wijze van Engelse tuin.

Voor de argeloze voorbijganger is er geen peil op te trekken: is de Dam openbare weg of is hij een afgehuurde feestzaal? En omdat voorbijgangers in Amsterdam grootstedelijke majesteit uitstralen, zie je ze tegen de dranghekken opbotsen, ruziemaken en ten slotte scheldend een paar meter omlopen.

De Dam is maar een van de plaatsen in Amsterdam die van publiek steeds meer semi-openbaar, of zelfs besloten gebied worden. Van de eerste helft van 1994 is het hele Museumplein bijvoorbeeld maar een paar weken vrij toegankelijk geweest. Eerst stond er het Cirque du Soleil, daarna een kermis, toen de Mahler-tent, de filmschermen voor het optreden van de Rolling Stones en ten slotte een podium om Ajax te huldigen. Iedereen kon er naartoe, natuurlijk, als je een kaartje had gekocht of een plaats had veroverd - maar het was geen openbare ruimte meer.

Je voelt de stad als het ware onder je voeten krimpen. De bevolkingsdruk neemt toe. Het grondgebied blijft gelijk, het aantal inwoners stijgt: in 1987 woonden gemiddeld 4.077 Amsterdammers op een vierkante kilometer, vorig jaar waren dat er 4.555. Met de nadruk op 'gemiddeld', want de bevolkingsdichtheid verschilt zeer tussen de stadsdelen. In de Baarsjes wonen gemiddeld ruim 24.000 mensen op een vierkante kilometer, in de Watergraafsmeer 2.844. In de Binnenstad zijn het er nog altijd 12.855.

De druk op de overgebleven meters loopt op. Vooral in de zomerse binnenstad. Er zit geen centimeter meer tussen de hordes winkelende, toeristische en werkende mensen. Er slaan voortdurend vonken over, er ligt steeds ruzie op de loer. De Nieuwendijk ziet er zaterdags uit alsof de Rolling Stones daar permanent optreden.

Iedereen valt aan op de beschikbare ruimte en iedereen heeft een goede reden. Wethouder Peer vindt dat de onbenutte bedrijfsterreinen van de stad moeten worden gebruikt om de economie op te poken. Wethouder Stadig onderzoekt elke open plek op de mogelijkheid om huizen te bouwen. Wethouder Ter Horst, die onlangs een nota uitbracht om de vrijheid van oprukkende kraampjes en stalletjes in te perken, werd door de kraamhouders uitgescholden: het gemeentebestuur wil er een saaie boel van maken, was de boodschap. En collegepartner VVD is het met die kritiek eens. Het gaat volgens deze partij niet aan de handelaren van de openbare weg terug te dringen. De straat is van iedereen en vooral van degene die er geld probeert te verdienen.

Het enige wat in Amsterdam echt wordt teruggedrongen is de hoeveelheid lege ruimte - groen of niet. Begin vorig jaar presenteerde de toenmalige milieuwethouder een plattegrond die de Hoofdstructuur Groen in kaart bracht. Hij was er trots op dat hij nog een heleboel groene stroken en stippen had weten te behouden. Maar de kaart was overwegend steenrood. Amsterdam heeft horror vacui. Ruimte is een luxe die de stad zich kennelijk niet meer kan veroorloven.