Indurain kan zonder zorgen naar de Alpen

SERAING, 10 JULI. En altijd is er nog hoop op spannende tijden. De gemiddelde wielerliefhebber ziet elk jaar een paar aanwijzingen om de favorietenrol van Miguel Indurain af te zwakken. Of hij heeft een mindere ploeg, of hij is te zwaar voor het betere klimwerk, of hij heeft last van het koude weer. Je moet toch wat om de voorspelbaarheid van de Tour de France te ondermijnen.

Gisteren won de 30-jarige Indurain zoals verwacht de tijdrit tussen Hoei en Seraing. De verschillen met zijn naaste concurrenten Tony Rominger en Evgeni Berzin waren iets minder groot dan verwacht, maar een computer zou er met zijn berekening niet ver hebben naast gezeten. Het werd weer een dag als al die andere dagen dat Indurain zijn specialiteit had laten gelden. Zijn voorsprong in het algemeen klassement bedraagt dit jaar ongeveer tweeëneenhalve minuut op de directe rivalen. Hij kan wederom met een gerust hart naar de Alpen vliegen.

Alleen Bjarne Riis voorkwam een afgetekende tijdritzege van de viervoudige Tourwinnaar. Door de wilskrachtige rijstijl van de Deen moest de kopman van Banesto tot het uiterste gaan om de gele trui in zijn bezit te krijgen. Dankzij Riis lijkt het alsof Indurain minder soeverein is dan voorgaande jaren. Toch begrijpt elke insider dat niet Riis maar Rominger en Berzin de grootste concurrenten zijn. Ongeacht de fantastische krachtsinspanning van de Gewiss-coureur.

De laatste drie jaar legde Indurain de basis voor de eindzege in de eerste individuele tijdrit. Telkens won hij meerdere minuten op de nummer twee en kon hij in de daaropvolgende bergetappes met succes een defensieve taktiek hanteren. Het waren kolfjes naar zijn hand. Incidenteel kwam hij nog wel eens in de problemen, maar de eindoverwinning kwam nimmer in gevaar. Het waren zeges zonder glans, meenden de criticasters. “De Tour is alleen voor God weggelegd, de etappes zijn voor de heiligen”, zo verdedigde zijn ploegleider Ecchevari het gebrek aan ritzeges van Indurain. Het doel heiligde de middelen.

De even succesvolle als bekritiseerde strijdwijze was dit weekeinde niet aan God besteed. Hij besloot tot een andere taktiek over te gaan. In de uiterst lastige etappe tussen Charleroi en Luik toonde Indurain zaterdag dat hij tot meer in staat is dan consoliderend fietsen. Samen met de Belg Johan Bruyneel ontsnapte hij 25 kilometer voor het einde uit het peloton, dat niet bij machte was het tweetal terug te pakken. Bruyneel won de sprint à deux en hij kreeg in zijn vaderland de gele trui voor een dag om zijn schouders gehangen. Indurain boekte een tijdwinst van vijftig seconden op de rest en hij lachte in zijn vuistje. Als Hinault in zijn beste dagen had hij bij verrassing toegeslagen. De ware kampioen.

Gisteren was hij wederom te sterk voor Rominger en Berzin. Toch was de superioriteit van Indurain iets minder groot dan in voorgaande jaren. Hij begon uiterst voortvarend in de tijdrit, maar tegen het einde was hij minder sterk. “Misschien heb ik me een beetje verkeken op het parkoers. De tijdrit was moeilijker dan ik verwachtte.”

Rominger beperkte het verlies tot een kleine minuut, Berzin verloor iets meer dan anderhalve minuut en daarmee zijn voorsprong in het algemeen klassement. In eerdere vraaggesprekken verkondigde Indurain vooral Rominger te vrezen, ondanks diens onderdanige teksten van de afgelopen dagen. “In de Tour draait bijna alles om ervaring”, vertelde Indurain.

Vooraf was de 34-jarige Zwitser tevreden met een nederlaag van twee minuten, zo zwak voelde hij zich na de griepaanval van vorige maand. Zaterdag maakte Rominger nog een beroerde indruk in het peloton, gisteren reed hij waarschijnlijk een veel betere tijdrit dan hij zelf had verwacht. In vergelijking met Berzin fietste hij opvallend constant. Alleen in het begin verloor hij veel seconden op Indurain, in de tweede helft van de race was hij nauwelijks langzamer.

Voor Berzin verliep het afgelopen weekeinde een tikje teleurstellend. Na zijn prachtige triomf in de ploegentijdrit, behoorde de 25-jarige Rus opeens tot het rijtje Tourfavorieten. Maar in de individuele tijdrit kwam Berzin kracht tekort in de tweede helft van de race. Met zijn frêle lichaam en zijn minder gespierde benen moet de kopman van Gewiss het vooral van zijn souplesse hebben. En daarvoor leek het zware parkoers niet geheel geschikt.

Berzin mag hopen op betere tijden in het hooggebergte, waar een gebrek aan kilo's eerder een voordeel dan een nadeel is. Toch moet hij zich onder de klimmers nog bewijzen. De debutant in de Tour de France heeft nog niet de ervaring opgedaan die Indurain zo sterk maakt. En het is nog maar de vraag of Berzin met zijn ploeggenoot Riis tot een vruchtbare samenwerking komt. Tot nu toe is de jonge Rus alleen uit geweest op eigen succes. Misschien kan Berzin morgen wat proberen in de klim naar La Plagne, maar hoe sterk is hij volgende week in de Pyreneeën? Kan hij vijf zware bergetappes binnen een week rijden? Of krijgt hij net als Erik Breukink een onvermijdelijke slechte dag?

De Nederlandse nummer een hoeft zich dit jaar niet meer te bewijzen, hij rijdt in dienst van anderen. In zijn nieuwe rol blijkt Breukink nog altijd een begenadigd tijdrijder. Op gepaste afstand van de grote mannen eindigde hij op een keurige negende plaats, zijn beste positie in een tijdrit sinds 1993. In het algemeen klassement staat de Once-coureur op de tiende plaats, een klassering die hij in de Alpen hoogst waarschijnlijk niet zal kunnen vasthouden. De klimmer Breukink bestaat niet meer, maar de rouleur heeft zich nog een keer laten gelden.