Foto

Foto: SEOUL - “Als ik honger had, scheurde ik een stukje van een kartonnen doos om te eten.” Op een dieet van regenwater en karton heeft Choi Myong Suk (21) een verblijf van negen dagen onder het puin van het Sampoong warenhuis in de Zuidkoreaanse hoofdstad Seoul, dat op 29 juni instortte, overleefd. De hoop om nog overlevenden te vinden was vorige week al opgegeven, maar gisteren klonk opeens een zwakke stem uit het puin. “Help me. Water. Snel.”

Choi, een student die een bijbaantje in het warenhuis had, zat opgesloten in een ruimte die te klein was om te staan of lopen. In zijn directe omgeving waren twee vrouwen korte tijd na de ramp overleden. “De eerste paar dagen wist ik zeker dat ik zou worden gered”, zei Choi, maar na een paar dagen kwam de twijfel. “Ik hoorde ze graven en weer weggaan, graven en weer weggaan. Ik dacht aan mijn ouders, mijn vrienden. Als ik moe was sliep ik en droomde dat ik vloog als een vogel.” Nu en dan stak hij z'n aansteker aan om rond te kijken. Besef van tijd verloor Choi langzamerhand. Hij dacht na zijn redding maar vijf dagen onder het puin te hebben doorgebracht. “Ik voel me alsof ik kan vliegen”, zo reageerde zijn vader die sinds de ramp bij het reddingswerk heeft geholpen. Volgens artsen is Choi, ondanks uitdroging en verlies aan lichaamsgewicht, in goede conditie. Het dodencijfer van de ramp staat nu op 191, terwijl 249 mensen nog worden vermist. De Zuidkoreaanse premier, Lee Hong Koo, heeft zaterdag zijn excuses aan de slachtoffers van de ramp aangeboden en verzekerd dat de veiligheidscontroles zullen worden verscherpt. (Foto Reuter)