Eerwraak bestaat, bloedwraak veel minder

De Turkse gemeenschap in Den Haag is getroffen door zeer gewelddadige moorden: twee in korte tijd. Van de meest genoemde redenen voor alle geweld - een afrekening van de mafia, een actie van de PKK of bloedwraak - wordt door de buurt geen enkele uitgesloten.

De Turkse koffiehuizen zitten vol, de tientallen buitenlandse - vooral Turkse - winkels doen goede zaken, een vrouw met hoofddoek laveert op haar fiets tussen de lange rijen auto's. Op iedere straathoek staan groepjes Turkse mannen met elkaar te praten. Turkse, Surinaamse en Nederlandse vrouwen halen hun kinderen van school. De Hoefkade in de Haagse Schilderswijk oogt op deze zonovergoten dag als altijd. Maar de schijn bedriegt, want de bewoners van de wijk zijn bang: voor de dagelijkse criminaliteit, maar vooral voor de niet te stuiten geweldsspiraal die de buurt teistert.

Hier en daar hangt nog de poster achter de ramen waarin inlichtingen worden verzocht omtrent de verblijfplaats van het 7-jarige Turkse meisje Kumral Bagc, bij haar verdwijning “gekleed in een paarse legging, een groen T-shirt en een oranje pet met het opschrift Aanvallen!”. De hele buurt weet inmiddels wat er met Kumral is gebeurd: een voorbijganger in Scheveningen trof een sporttas en enkele plastic zakken aan, die de in stukken gehakte stoffelijke resten van het slachtoffertje bleken te bevatten.

In maart vond in Den Haag een soortgelijke moord plaats: in een kanaal in het Zuiderpark vonden agenten de resten van de 43-jarige Turk Haydar Aydin: ook hij was in stukken gehakt. Naar aanleiding van deze moord hield de Haagse politie vier mannen aan die na 43 dagen voorlopige hechtenis en ná de moord op Kumral Bagc weer op vrije voeten zijn gesteld “omdat er geen aanleiding was hen nog langer vast te houden”. Justitie beschouwt het viertal overigens nog wel als verdachten.

De vraag is of beide moorden behalve in gruwelijkheid nog meer met elkaar gemeen hebben. Diverse media meldden aanvankelijk dat Aydin Kumrals oom zou zijn, maar een familielid van het meisje ontkent dat desgevraagd. “Ik kende hem oppervlakkig”, zegt B. Bagc. “Verder hadden we niets met elkaar te maken.” Toch is er een opvallende overeenkomst tussen Aydin en Kumral: beiden waren Azerbajdzjaans-Turks. Hun families zijn afkomstig uit vlak bij elkaar liggende dorpen in dezelfde regio in het uiterste noordoosten van Turkije, dichtbij de grenzen met de voormalige Sovjet-republiek Azerbajdzjan en met Iran.

In Den Haag wonen ongeveer dertigduizend Turken. In vijf à zeshonderd huizen wonen Turkse Azeri, schat I. Askin van de Turks-Azerbajdzjaans-Neder- landse Culturele Vereniging. “Het is streng verboden vuurwapens, verdovende middelen of gestolen goederen binnen te brengen”, staat er op de muur van het kantoortje. Verder hangen er vele vlaggen waaronder die van Turkije, Azerbajdzjan, Tsjetsjenië en Frankrijk, maar die laatste blijkt een verkeerd bevestigde Nederlandse vlag te zijn. “De familie Bagc komt uit hetzelfde dorp als ik”, zegt Askin. “De vader van Kumral is lid van onze vereniging. Hij is een actief islamiet, een rustige man die nooit problemen maakt.” De aanwezigen in het centrum speculeren druk over de achtergronden van de moord op Kumral. “Maar één ding is zeker”, zegt Askin. “Zolang de moordenaar nog vrij rondloopt, zijn we allemaal doodsbang. Onze kinderen mogen niet meer zonder begeleiding naar buiten.”

De Azerbajdzjaanse vereniging is een culturele en geen politieke organisatie, stelt Askin. “We organiseren Nederlandse les, Turkse dansavonden en sportactiviteiten.” Toch duiden de spreuken op de muur ook van politieke, nationalistische denkbeelden. 'Een vlag die eenmaal gehesen is, zal nooit meer gestreken worden' en 'Azerbajdzjan is het land der martelaren', valt er te lezen.

Vorig jaar demonstreerde zijn vereniging tegen de Russische aanvallen op Tsjetsenië. Een dag later gooiden onbekenden een molotov-cocktail naar binnen. Diezelfde maand werd er benzine door de brievenbus gesprenkeld, maar de poging tot brandstichting mislukte. Vorig jaar werd ook een lid van de vereniging vermoord, vertelt Askin. “Hij is 28 keer met een schroevedraaier gestoken. We weten wie de moordenaar is, maar hij is gevlucht.”

Askin en de leden van zijn vereniging zijn een handtekeningenactie begonnen waarin van de gemeente Den Haag “betere veiligheidsmaatregelen” worden geëist. In een paar dagen tijd hebben ze al meer dan achtduizend handtekeningen verzameld. “Van Nederlanders, Surinamers, Turken en wie dan ook”, zegt Askin. “want we zijn allemaal bang. Wij Azeri zijn sh'iten. Maar soennieten, sh'iten of christenen, dat maakt allemaal niets uit.” Hij toont zijn Nederlandse paspoort. “Dit is nu ons land.”

Ali Tyriaki, de Turkse voorzitter van het Haags Islamitisch Platform - spreekbuis van 32 Turkse, Marokkaanse, Somalische, Egyptische, Surinaaamse en andere islamitische organisaties - heeft zo zijn twijfels over een voorgenomen demonstratie tegen de Haagse politie. “Want je staat voor paal als de moordenaar iemand uit eigen kring blijkt te zijn.” Hij heeft “het volste vertrouwen” in de politie.

Van de meest genoemde redenen voor de twee moorden - een afrekening van de mafia, een aktie van de PKK of bloedwraak - sluit hij er geen enkele uit. Bloedwraak komt voor, maar is in strijd met de islam, stelt hij. Hij haalt 'Tuinen der Oprechten' tevoorschijn, een van de geschriften waarin de woorden van Mohammed worden verklaard. Daaruit blijkt dat moed, noch verontwaardiging noch opschepperij een geaccepteerde reden is voor het uitoefenen van geweld. Want alleen “hij die vecht zodat het woord van Allah wordt verheven, is hij die omwille van Allah vecht”. Bloedwraak is dus ksas, stelt Tyriaki. “Dat betekent dat er de doodstraf op staat.”

Volgens Tyriaki zouden de moorden ook gepleegd kunnen zijn door “een maniak van welke nationaliteit dan ook”, maar hij houdt rekening met een vijfde optie. “Een groot vraagteken dat ik niet wil noemen. Of de Azerbajdzjaanse achtergrond van de beide slachtoffers daarbij een rol speelt? Daarop geef ik geen commentaar.”

Niet bekend

Tyriaki beschouwt de moord op Kumral Bagc als “afschuwelijk en vernederend”. Als vertegenwoordiger van de islamitische gemeenschap in Den Haag betuigde hij zijn deelneming aan de familie. De imams van de Turkse moskeeën in de Schilderswijk hebben alle gelovigen opgeroepen naar de politie te gaan als ze informatie hebben die van belang zou kunnen zijn. Het in stukken snijden van de lijken van Kumral en van Aydin mag in geen geval geïnterpreteerd worden als een poging om de wederopstanding van de gestorvenen tegen te gaan. “Want de islam stelt niet dat wij behouden blijven in het graf. Het is onze geest die straf krijgt of in het paradijs belandt.”

Emin Ates, voorzitter van de Turkse Islamitische Culturele Federatie, meent dat het in stukken snijden van de lijken duidt op “een teken van wanhoop en een duidelijk signaal aan de familie”. Het ligt volgens hem voor de hand dat velen de Koerdische PKK als mogelijke dader beschouwen. “Natuurlijk deinst de PKK nergens voor terug. Maar het is ook een makkelijke zondebok. Het is mode om de PKK overal de schuld van te geven.” Bloedwraak op Aydin sluit hij niet uit, maar kinderen en vrouwen worden daar volgens hem nooit het slachtoffer van.

Die mening wordt niet gedeeld door D. Koopman, docent Turks en Turkoloog aan de Universiteit van Leiden. “Het is zeldzaam, maar er zijn wel degelijk gevallen bekend waarbij ook kinderen als gevolg van bloedwraak het leven lieten.”

Centraal in het traditionele Turkse denken staat volgens Koopman de familie-eer, “een ook bij hoogontwikkelde Turken absoluut taboe-onderwerp”. Aantasting van die eer kan een hele concrete oorzaak hebben, vaak met een seksuele component, bij voorbeeld aanranding of ontvoering van een vrouw, maar kan ook heel subtiel zijn, zoals de verspreiding van het gerucht dat iemand overspelig is. Op het moment dat de familie aanleiding ziet om de familie-eer te corrigeren is er sprake van eerwraak, zegt Koopman. Vormt eerwraak een reactie op een duidelijk waarneembare gebeurtenis, bloedwraak kan zich generaties lang voortslepen, zonder dat iemand nog weet wat de aanleiding was voor het conflict tussen twee familie-clans.

Eerwraak komt nog frequent voor, maar bloedwraak is zeldzamer. Dat komt volgens de Leidse Turkoloog omdat bloedwraak altijd gekoppeld is aan sociaal-economische factoren zoals schaarste aan vruchtbaar land of water. “Bloedwraak is daarom sterk regio-gebonden, met name Zuidoost Turkije en het Zwarte Zee-gebied scoren hoog.” Eerwraak - vele tientallen keren per jaar - en bloedwraak - zeldzamer - komen ook onder in Nederland woonachtige Turken voor, stelt Koopman. Net als in Italië lopen bloedwraak en de strijd tussen mafia-clans door elkaar heen. In Turkije probeert de omgeving van twee rivaliserende clans op alle mogelijke manieren escalatie te voorkomen, maar in Nederland is die sociale controle meestal weggevallen.

Over Haydar Aydin is niet meer bekend dan dat hij ober was in een Haags restaurant - hij had dus op het eerste gezicht geen grote zakelijke belangen. Opvallend is dat volgens ingewijden de vier mannen die ervan worden verdacht hem vermoord te hebben tot zijn eigen familie behoren. De vader van Kumral Bagc bezat een kleine slagerij, die hij anderhalve maand geleden verkocht. Hij zou ook andere zakelijke belangen hebben, waarbij hij mogelijkerwijze als koppelbaas fungeert voor Turkse arbeiders in het Westland.

Op basis van deze informatie zou Turkoloog Koopman geneigd zijn het onderzoek naar de moord op Kumral in eerste instantie te richten op de zakelijke activiteiten van haar vader. “Als hij een belangrijke koppelbaas blijkt te zijn, zou er een machtsconflict aan de gruwelijke moord op zijn dochter ten grondslag kunnen liggen.” Koopman wijst in dat verband op “de stammenstrijd die zich op het moment in Nederlandse steden afspeelt tussen de Koerdische en de Turkse Zwarte Zee mafia”. Koopman vermoedt “dat velen” meer weten van de moorden op Aydin en Kumral, maar er geen belang bij hebben informatie door te geven aan de politie. “Dat is de tragiek van Den Haag. Er wonen veel illegalen die in het Westland werk proberen te vinden. De illegaliteit zit vol desperado's, en het is waarschijnlijk niet moeilijk ook voor het vuilste klusje iemand te vinden. Ik sluit dan ook niet uit dat Kumral door een huurmoordenaar om het leven is gebracht.”

Wat de achtergrond van de moorden op Haydar Aydin en Kumral Bagc ook moge zijn, volgens alle aanwezigen in een Turks koffiehuis aan de Hoefkade is de Schilderswijk een sociaal kruitvat. De stortvloed aan recente geweldsdelicten lijkt hun gelijk te bevestigen. Vorige week probeerde een man midden op straat een vrouw aan te randen, waarna een enorme oploop ontstond. Donderdag bekende een 34-jarige vermoedelijk aan drugs verslaafde vrouw dat ze in een depressieve bui haar 4-jarige zoontje Bobby om het leven had gebracht. Bobby zat op dezelfde lagere school in de Schilderswijk, waar ook de vermoorde Kumral leerling was.

“Je kan hier 's nachts niet zonder mes over straat”, zegt koffiehuisbezoeker Ahmet. “Veel mensen verhuizen nog liever naar Groningen dan dat ze hier moeten blijven. Koerden en Turken gaan uit angst steeds meer gescheiden wonen: de ene straat is Koerdisch, de andere Turks. Er wonen hier duizenden illegalen, velen van ons zijn werkloos. Niemand weet nog wat zijn toekomst is. Het enige waarin je nog iemand kan zijn is als je in heroïne handelt, vecht, steelt of moordt. Hier is iedereen zijn eigen koning.”