Zuid-Afrika wil snel af van het Irish Coffee Syndroom

Bij tienduizenden private ondernemingen, semi-staatsbedrijven en bij de overheid reiken zwarten in ijltempo naar posities in het midden- en hogere kader van het bedrijfsleven. Volgens het ANC gaat dit proces nog veel te traag. Maar voordat het ANC op grond van affirmative action wettelijke maatregelen zal uitvaardigen, probeert het bedrijfsleven zelf orde op zaken te stellen. Positieve discriminatie van zwarten is derhalve momenteel hét actuele thema in het Zuidafrikaanse bedrijfsleven.

JOHANNESBURG, 8 JULI. Bongani Khumalo spoedt zich door de gangen van de directievleugel van Eskom. Voorname portretten van oud-directeuren van het elektriciteitsbedrijf flitsen voorbij. Allemaal blank. Khumalo, directeur personeelzaken van een van Zuid-Afrika's grootste werkgevers, opent de donkere houten deur van de directiekamer. “Kijk zelf maar”, zegt hij.

De vraag was: hoe verandert de bedrijfscultuur wanneer een Zuidafrikaanse onderneming met de dag “zwarter” wordt? Is er wel een verschil met vroeger, of zijn het nieuwe kleuren in oude pakken? In de directiekamer zwoegen tien blanke mannen onder leiding van een lerares op nieuwe woorden en hun uitspraak. Hun tong struikelt over de klikklanken. De top van Eskom, ooit het semi-overheidsbolwerk dat de blanke Afrikaner man toebehoorde, leert Zoeloe.

“De hoofddirecteur schaamde zich dat hij de naam van de nieuwe minister niet kon uitspreken”, legt Khumalo uit. “Toen heb ik deze wekelijkse Zoeloe-lessen georganiseerd. En het is ongelooflijk hoe de mensen veranderen: ze worden opener, meer ontspannen en minder stijf. Het bedrijf wordt minder Eurocentrisch”. Als Khumalo de zaal verlaat, roepen zijn collega's hem trots weer een nieuw woord na. “Hamba kahle Bongani”, tot ziens.

De omwenteling heeft plaats achter de bedrijfspoort en in tienduizenden vergaderzalen en directiekamers. Het gebeurt langzaam, volgens veel zwarten te langzaam, maar het is onafwendbaar: zwart Zuid-Afrika dringt de hogere rangen van de hiërarchie in het bedrijfsleven binnen en neemt de eigen cultuur mee. Bij private ondernemingen, bij semi-staatsbedrijven als Eskom en bij de overheid reiken zwarten naar de posities in het midden- en hogere kader, geholpen door voorkeursprogramma's die de discriminatie van het verleden ongedaan moeten maken. “Positieve discriminatie” van achtergestelde groepen - vooral zwarten en in mindere mate kleurlingen en Indiërs - is blijkens een recent onderzoek het thema dat managers in Zuid-Afrika het meest bezighoudt.

De meeste bedrijven zijn de afgelopen jaren begonnen met positieve discriminatieprogramma's om het typisch Zuidafrikaanse “Irish Coffee Syndroom” - zwart aan de onderkant van de arbeidsmarkt, blank aan de top - te verhelpen. Ze bedenken versluierende termen als “herpositionering”, “correctieve actie” of in het Afrikaans regstellende aksie om hun blanke medewerkers niet de stuipen op het lijf te jagen. Ze stellen zich ten doel om in het jaar tweeduizend de kleurstelling van hun organisatie ingrijpend te veranderen. Het nu vrijwel exclusief-blanke midden- en hogere kader moet meer gaan lijken op de samenstelling van de Zuidafrikaanse bevolking. Het bedrijfsleven hoopt te voorkomen dat de regering, gedomineerd door het Afrikaans Nationaal Congres dat affirmative action hoog op de wensenlijst heeft staan, met wettelijke maatregelen de bevoorrechting van zwarten zal afdwingen.

Positieve discriminatie is even onontkoombaar als omstreden. Decennia lang waren de betere banen gereserveerd voor blanken. Zwarten eisen dat de ongelijkheden van het verleden worden rechtgezet. Kritici, waaronder de blanke politieke partijen, spreken van “omgekeerde discriminatie”, die bij overhaaste invoering zal leiden tot lagere kwaliteit, lagere produktie en emigratie van hoog opgeleide blanken. Zwarte belangengroepen, zoals het Black Management Forum (BMF), gaat het lang niet snel genoeg. Volgens hen blijft het nu bij etalage-werkzaamheden: bedrijven kopen zwarten om met topsalarissen en dure auto's om zo een politiek correct imago aan de buitenwereld te tonen. Zwarte “Uncle Toms” zouden intussen geen werkelijke bevoegdheden in machtsposities krijgen. Zo is positieve discriminatie van “voormalig achtergestelden”, zoals dat in het Zuidafrikaanse veranderingsjargon heet, het voorhoedegevecht geworden in “de tweede bevrijdingsstrijd”. Na de politiek wil de zwarte meerderheid nu ook de economie overnemen.

Semi-overheidsbedrijven als Eskom, de spoorwegen, de telefoondienst en de posterijen zijn als grote werkgevers in Zuid-Afrika vanouds instrumenten van discriminatie. Onder de Nationale Partij werden deze organisaties volgeladen met blanke Afrikaner mannen, die in ruil voor hun trouw bij de stembus een rotsvaste baan en een leven van zekerheden kregen. Nu loopt Eskom voorop in het proces van omkering. Het elektriciteitsbedrijf met 40.000 werknemers wil in het jaar tweeduizend de helft van alle posities in het midden en hoger kader vullen met zwarten. De plaatsen komen vrij via natuurlijk verloop en vervroegd pensioen van blanken. Op dit moment is slechts tien procent van de medewerkers in deze categorieën zwart - met een uitschieter aan de top, waar vier van de veertien directeuren zwart zijn.

“Natuurlijk is er weerstand”, zegt Bongani Khumalo. “Managers liggen permanent met mij in de clinch omdat ze nog blanken willen benoemen. Ze beroepen zich op de hoge normen die we moeten handhaven. Maar het is onzin dat iedere zwarte benoeming zou leiden tot lagere normen. Daarom moeten we eerst kiezen voor een zwarte Eskom-medewerker, als we die niet kunnen vinden voor een zwarte Zuidafrikaan, als die er niet is een blanke Eskom-medewerker en in het uiterste geval een blanke Zuidafrikaan. Ik wil bewijzen dat je voor iedere blanke een even goede zwarte kunt aannemen”.

Zo ontstaat onvermijdelijk een nieuwe bedreigde specie in de Zuidafrikaanse economie. Hij is jong, man en blank. In het opleidingscentrum van Eskom bestaat de cursus “leiderschapsontwikkeling” voor zestig procent uit zwarten. Een jaar geleden was 95 procent nog blank, zegt cursusleider Koos Nel. Hij heeft zich erbij neergelegd dat blanken pas op de plaats moeten maken. “Wij hebben te horen gekregen dat we de komende vijf jaar geen promotie zullen maken. Wij moeten onszelf in die tijd maar ontwikkelen, zoals Nelson Mandela op Robbeneiland deed. Voor veel blanke collega's is het frustrerend. Ze zijn opgehouden op lange termijn te denken: ze kopen geen auto of huis meer. Ik aanvaard dat er een periode zal zijn van minder kansen en lagere produktie, totdat zwarten hetzelfde niveau hebben als wij. Je moet op dit moment ongelijke dingen doen om gelijkheid te bereiken. Maar na vijf jaar wil ik weer concurrentie. Dan wil ik weer beoordeeld worden op mijn kwaliteiten”.

Over het scheve beeld van de arbeidsmarkt is iedereen het eens. De 15 procent blanken voeren 80 procent van het geschoolde werk uit. Zwarten, die 75 procent uitmaken van de beroepsbevolking van ruim dertien miljoen, doen 80 procent van het ongeschoolde werk. Het uitgangspunt verschilt daarmee wezenlijk van de positieve discriminatieprogramma's voor zwarten in de Verenigde Staten, die thans onder Republikeins vuur liggen. In de VS gaat het om speciale bevoorrechting van een minderheid, in Zuid-Afrika wil de meerderheid zo snel mogelijk economische gelijkheid.

Voorstanders van positieve discriminatie geloven dat wetgeving noodzakelijk voor een snelle overgang naar een rechtvaardiger arbeidsmarkt. Ze zijn sceptisch dat bedrijven zichzelf zullen veranderen. De initiatieven blijven volgens hen vaak steken in de aanstelling van een leger aan zwarte personeelswerkers en positieve-discriminatie-agenten, die geen werkelijke zeggenschap hebben in benoemingen.

“Het bedrijfsleven neemt het onderwerp niet serieus genoeg”, meent Simon Sibeko, die bij het mijnhuis Gencor verantwoordelijk is voor positieve discriminatie. Ook Gencor wil dat het management over vijf jaar voor de helft zwart is, veertig procent meer dan nu. “Men praat vooral over de definities. Iedereen in het mijnbedrijf wacht af wat de anderen doen. Intussen worden haastig wat zwarten aangesteld om indruk te maken op de buitenwereld. Je moet het bedrijfsleven met wetgeving vooruit duwen, want men heeft te veel belang bij het handhaven van de status quo”.

Het Black Management Forum (BMF), vertegenwoordiger van zwarte leidinggevenden, heeft de oprichting voorgesteld van een Affirmative Action Agency, dat bedrijven moet voorlichten en ondersteunen bij hun positieve-discriminatiebeleid. Met een wettelijk systeem van belonen en straffen wil het BMF de bedrijven op koers houden. Wie voldoende zwarten in dienst neemt, komt in aanmerking voor overheidscontracten. Bedrijven die geen vooruitgang kunnen tonen, komen op een zwarte lijst terecht en moeten mogelijk meer belasting betalen. Het BMF heeft de voorstellen vorig jaar voorgelegd aan de minister van arbeidszaken. De regering, toch al bezorgd over de hyper-gereguleerde economie, lijkt huiverig voor een al te drastische aanpak en heeft een nota toegezegd.

De kritiek op dit soort radicale voorstellen komt niet alleen uit het blanke bedrijfsleven, dat pleit voor een geleidelijk proces van betere opleiding voor zwarten en benoemingen op grond van kwaliteit. Khehla Shubane, een zwarte onderzoeker bij het Centrum voor Beleidsstudies, noemde onlangs in een studie (“Het verkeerde medicijn”) positieve discriminatie vooral voordelig voor een kleine, zwarte elite. Door zwarten als gediscrimineerde groep uit te zonderen, worden ook zwarte individuen voorgetrokken die het onder de apartheid niet zo slecht hebben gedaan. Een kleine groep zwarte managers wisselt soms meer dan eens per jaar van baan, gelokt door headhunters die van bedrijven de opdracht krijgen zo snel mogelijk zwarte topmensen te recruteren.

“Niet alle zwarten zijn even achtergesteld”, schreef Shubane. “Als raciale uitzonderingen verkeerd waren onder de apartheid, dan is het onbegrijpelijk waarom zij niet even verkeerd zouden zijn onder een democratische regering”. De positieve-discriminatieprofeten moeten volgens Shubane hun energie verleggen naar de zwarten die werkelijk hulp nodig hebben: de mensen zonder opleiding, de daklozen, de armen.

Positieve discriminatie herbergt in Zuid-Afrika een extra gevaar in zich: het kan de aarzelende toenadering tussen bevolkingsgroepen frustreren. Het introduceert ras als criterium in de concurrentie om een schaars goed - arbeid - terwijl het land juist probeert de trauma's van het denken in ras van zich af te schudden. Positieve discriminatie kan nieuwe verdeeldheid zaaien; en niet alleen tussen zwart en blank.

Gavin Pieterse ontmoet als positieve-discriminatiedeskundige bij de gemeente Kaapstad (17.000 ambtenaren, de grootste werkgever in de Kaap) grote weerstand onder de kleurlingen, de mensen van gemengd ras die hier in de meerderheid zijn. Van de Kaapse ambtenaren is 74 procent kleurling, 24 procent blank en slechts 2 procent zwart. “De cultuur van deze organisatie is een nachtmerrie”, zegt Pieterse. “Blanken zijn nooit gewend geweest dat een zwarte hen verantwoordelijk houdt voor hun werk. Kleurlingen zeggen openlijk tegen me: 'Hou de kaffers buiten de deur'. Zij zien positieve discriminatie als een zwarte invasie”.

Pieterse hekelt de fixatie op getallen, waarin het positieve-discriminatiebeleid van bedrijven vaak vervalt. Zonder een verandering van de hele bedrijfscultuur in Zuid-Afrika, die hij “macho, militaristisch, en gewelddadig” noemt, zal het niet lukken. Hij wil de positieve discriminatie ingebed zien in een verandering van rigide bureaucratische structuren, die moet leiden tot openheid, collegialiteit en dialoog op de werkvloer. “Als het systeem mensen niet steunt, kun je hen er niet gewoon in neerzetten. Als je mensen geen loopbaanbegeleiding geeft en ze isoleert, zoals nu met zwarten gebeurt, zal het nooit werken. Daarom is 95 procent van alle positieve discriminatieprogramma's in dit land gruwelijk mislukt”.

Pieterse heeft bij de gemeente Kaapstad een cruciale bevoegdheid, die veel van zijn collega's missen: hij kan benoemingen van leidinggevenden blokkeren. “Elke dag zeg ik wel een keer 'nee'. Vandaag wilde een blanke manager een blanke benoemen die de supervisie zou krijgen over alle stadions in zwarte townships. De man was nog nooit in een township geweest! Dan zeg ik: leid maar een zwarte op, die kent het gebied tenminste. Ze haten me erom. Maar als ze me niet zouden haten, zou ik mijn werk niet goed doen”.

    • Peter ter Horst