Zomer breekt door op de Europese aandelenbeurzen

AMSTERDAM, 8 JULI. Wereldwijde koersstijgingen op zowel de aandelen- als de obligatiemarkten van ten minste 1,5 procent op één dag: de euforische taferelen op de internationale financiële markten waren gisteren het spiegeldbeeld van de gedenkwaardige vierde februari van vorig jaar. Toen zorgde een eerste, bescheiden Amerikaanse renteverhoging van 3 procent naar 3,25 procent voor een paniekgolf op de financiële markten die de rest van het jaar zou doorrollen.

Donderdag zorgde een eerste, bescheiden Amerikaanse renteverlaging van 6 procent naar 5,75 procent voor een mondiale juichstemming. In beide gevallen speelde de symboliek van de daad een veel grotere rol dan de werkelijke invloed op markt: de stap maakte de richting van de Amerikaanse monetaire politiek duidelijk.

Begin 1994 hield de handel zijn hart vast voor de verdere renteverhogingen die later ook daadwerkelijk zouden volgen. Gisteren verheugde de markt zich alvast op de Amerikaanse rentedalingen die wellicht in het verschiet liggen. Het resultaat: een record voor Wall Street en het Damrak, anderhalf procent erbij in Frankfurt en Parijs, bijna 2 procent in Londen en nog meer op de markten in het Verre Oosten.

Over de gehele linie ging gisteren in de OESO-landen de marktrente omlaag. Zelfs de dollar, die zou moeten lijden onder de lagere rente die dollarbezitters ontvangen, veerde op en kreeg extra momentum van listige steunaankopen door de centrale banken van de Verenigde Staten en Japan.

Hebben de VS, waar de aandelenkoersen al een halfjaar record na record breken, het voortouw genomen voor een Europese bull-market in aandelen? Dat hangt vooral af van de ontwikkelingen op de rentemarkt, waar de aandelenkoersen op dit moment goed naar luisteren. Hier vervaagt het spiegelbeeld met februari 1994. Destijds bleek vooral de obligatiemarkt schromelijk overgewaardeerd, en waren de paniekerige koersdalingen daar grotendeels een correctie op. Van een afkoeling van de Amerikaanse economie en een langdurig, traag herstel van de Europese bleek bij nader inzien geen sprake. Amerika stoomde door naar een groei van 4 procent, Europa herstelde snel en spectaculair van de recessie van 1993.

Nu blijkt de Amerikaanse economie te snel af te koelen, en zet het economisch herstel in Europa lang niet zo voorspoedig door als begin dit jaar voorzien. De renteverlaging in de VS is in feite een officiële bevestiging van de tekenen van een snelle afkoeling in de VS, die al twee maanden zichtbaar waren. De bezorgdheid voor inflatie neemt in het hoofdkantoor van de 'Fed' in Washington blijkbaar af. De zorg over een bescheiden recessie is er nu groter.

Handelaren wachten ook in Europa op een verdere verlaging van de rente, waarmee de Duitse Bundesbank misschien komende donderdag al een begin zou kunnen maken. Op de Duitse en Nederlandse geldmarkt gingen sommige handelaren daar gistermiddag al van uit, gezien de daling van de geldmarktrente in Amsterdam tot 3,93 procent - ver onder de beleningsrente van 4,1 procent van De Nederlandsche Bank.

Om de Europese aandelenkoersen verder op te stuwen zou volgens analisten naast de korte-termijnrente ook de rente voor de lange termijn verder omlaag moeten door een verdere koersstijging op de obligatiemarkt. Een lagere rente maakt aandelen een aantrekkelijker alternatief dan kasgeld of obligaties, en bovendien goedkoper te financieren. In de lange-termijnrente calculeren beleggers het risico in op toekomstige inflatie, die de waarde van de uitstaande gelden uitholt. Als er weinig kans is op een opleving van de inflatie in Europa, is er ruimte voor een daling van de kapitaalmarktrente. De inflatievooruitzichten hangen vooral af van het tempo van de economische groei.

Over de economische vooruitzichten verschillen de banken en effectenhuizen nogal van mening, maar de meeste analisten voorzien nog steeds dat de economische groei in de Europese landen rondom Duitsland gematigd blijft tot zo'n 2,5 procent. Dat is een gunstig obligatieklimaat, maar juist de Verenigde Staten kunnen roet in het eten gooien. Al bijna drie jaar bestaat er een 'koppeling' tussen de Europese en de Amerikaanse obligatiemarkt, waarbij de koersen in Europa, soms tegen de economische omstandigheden in, worden gedicteerd door de Amerikaanse.

De toekomst van de Europese aandelenkoersen is dus voor een deel indirect afhankelijk van de Amerikaanse rentemarkt en daarmee van de lotgevallen van de economie van de VS. Mocht de huidige Amerikaanse groeivertraging in de loop van het najaar omslaan in een nieuwe opleving van economische activiteit, dan kan de kapitaalmarktrente in Europa daar tegen die tijd ongunstig op reageren. Mocht Wall Street geen voortijdige hoogtevrees krijgen, dan lijken Europese aandelenbeleggers het vooralsnog vooral van deze zomer te moeten hebben.