Voor de gewone Bulgaar staat de democratie voor misdaad; Het ziekste volk van Europa

Bulgarije verpaupert in hoog tempo. Prijsstijgingen en inflatie volgen elkaar in hoog tempo op; de meest welgestelden emigreerden en lieten een rampgebied achter. In de hoofdstad Sofia, waar handelaars en bedelaars het straatbeeld bepalen, tiert de criminaliteit welig. De zesde regering sinds 1989 laat, tot ontsteltenis van velen, een restauratie zien van cruciale programmapunten van het communisme. Moet uitgerekend een 'rode bezem' het Bulgaars isolement opheffen?

Je ziet ze vaak op het Sveti Nedeljaplein in hartje Sofia, of op de Vitosja-boulevard, de belangrijkste winkelstraat in de Bulgaarse hoofdstad: bedelende bejaarden. Sommigen houden hun hand op, anderen maskeren het. Ze spelen achter een schoenendoos volkswijsjes op een fluit of een harmonika, de hele dag dezelfde simpele deuntjes. Anderen brengen een weegschaal mee, en een stoeltje, op die weegschaal kan de passant zich laten wegen, voor één lev, 2 cent

Niet alleen bejaarden bedelen. Kinderen bedelen achter een bord waarop hun ongeluk staat verwoord. Invaliden steken op straathoeken hun stomp omhoog, dag in dag uit. Zigeunervrouwen bedelen, met een baby op de arm. Hun kinderen lopen een eindje met je op, ze houden één hand op in het universele bedelgebaar en raken met de andere snel je schoen aan en brengen de vingers dan naar de mond: ik kus uw voet. Ze steken er lange verhalen bij af.

In Sofia zie je de modernste winkels. Luxe spullen, Westerse namen: Benetton, Lacoste, Sony, Philips, niets ontbreekt. In die winkels kun je een kanon afschieten: je zult er nooit iemand raken. Een televisietoestel kost twaalf gemiddelde maandlonen en een koelkast twaalf gemiddelde minimumlonen. Winkels gaan in snel tempo failliet: waar gisteren een slager zat, zit vandaag een autohandelaar en kun je morgen terecht voor textiel. Boekhandels hebben het niet gered: in heel Sofia is, met uitzondering van de gesubsidieerde Russische en een technische boekhandel, niet één boekenzaak meer te vinden en wordt wat er aan lectuur te koop is uitsluitend in de straathandel aangeboden.

Het overgrote deel van de handel speelt zich op straat af. In de parken van het centrum, waar het na de regen intens ruikt naar lindebloesem, staan overal de stalletjes met wat mensen thuis nog hadden liggen en nu proberen aan de man te brengen: schilderijen en ikonen, socialistische onderscheidingen, een bontjas. Op een brug bij het station houdt een man een week lang twee verfkwasten omhoog.

Armoedegrens

Bulgarije is verpauperd. Na de val van het socialisme is de industrieproduktie met 49,3 procent en de landbouwproduktie met 30 procent gedaald. Fabrieken en bedrijven hebben hun poorten gesloten: eind 1994 waren er 1,2 miljoen minder banen dan in 1989. De inflatiepercentages van de laatste vier jaar zijn 338, 80, 64 en 130. Het minimumloon is veertien keer zo hoog als in 1989 en het gemiddelde loon negen keer zo hoog. Maar de winkelprijzen zijn 37 keer zo hoog geworden en de reële inkomens zijn de helft van die van 1989. Het minimumloon bedraagt inmiddels 2450 leva per maand, minder dan veertig dollar - bij prijzen die voor industriële produkten vaak een Westers peil bereiken. Een kilo tomaten kost 48 leva, een liter melk 30, een kilo varkensvlees 225 leva en een kilo appelen 55 leva; wie, zoals een bejaarde of een werkloze, per dag zeventig leva te besteden heeft, kan zich niets permitteren. 73 procent van de bevolking leeft inmiddels onder de armoedegrens. Vierhonderdduizend Bulgaren zijn de afgelopen jaren geëmigreerd - de jongeren, de goed opgeleiden, de kansrijksten. De miljoenen kansarmen bleven achter. Van de minst kansarmen onder hen kwamen er velen in het criminele circuit terecht: de criminaliteit is explosief gegroeid en heeft “de omvang van een nationale ramp aangenomen”, zoals president Zjeljoe Zjelev het heeft uitgedrukt.

Het heeft dramatische gevolgen. Prof. Nikola Genov, auteur van een recent rapport over het welzijn in Bulgarije, rekende voor dat het land in 1989 op de 33ste plaats in de wereld stond waar het inkomens, gezondheidssituatie, onderwijs en dergelijke betreft. Nu is het afgezakt naar de zestigste plaats en het niveau van een ontwikkelingsland. En de vooruitzichten zijn somber: het onderwijsbudget - welgeteld 0,3 procent van het Bruto Binnenlands Produkt - neemt alleen maar af, de medische zorg is niet langer gratis en voor de meeste mensen onbetaalbaar, de ziekenhuizen lopen leeg omdat artsen worden onderbetaald en liever een privépraktijk stichten, de politie kan de criminaliteit niet de baas. Nog maar één op de 39 misdrijven wordt opgelost tegen vroeger de helft. Politiewoordvoerder Razoem Daskalov moet zuchtend toegeven dat van het aantal misdrijven van de georganiseerde misdaad “ongeveer nul procent wordt opgelost” en dat de wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld drugs “een totale chaos heerst”. Het aantal drugsverslaafden is in vijf jaar toegenomen van tweeduizend tot negentigduizend.

Niet alleen bejaarden en werklozen behoren tot de grote risicogroepen. Kinderen horen er ook toe. Het aantal schoolkinderen is de afgelopen jaren met zestien procent afgenomen: ze gaan vroeger werken. In een recent rapport werd de onthutsende conclusie bereikt dat dertig procent van de kinderen in Bulgarije ondervoed is.

Mintsjo Koralski is minister van sociale zaken in de regering van ex-communisten die begin dit jaar is aangetreden. Een atletische man met een vrolijke oogopslag. Nee, zegt hij, “ik presideer niet over een rampgebied, ik ben de leider van het reddingsteam”. Dat is hem, zegt hij zelf, wel toevertrouwd, want hij was vroeger alpinist en leider van een reddingsbrigade in de bergen. Hij geeft hoog op van de mogelijkheden in de toekomst: de trend is gekeerd, zegt hij, de inflatie is onder controle, de industrie groeit weer, de wisselkoers van de lev is al een half jaar stabiel en de verpaupering is gestopt: “Vorig jaar werden de Bulgaren dertig procent armer, dit jaar maar twee procent.”

Niettemin: een rampgebied, want ook Mintsjo Koralski moet toegeven dat de levensstandaard zo is gedaald dat elke hulp een druppel op de gloeiende plaat is. In anno zes van de markteconomie, om maar een voorbeeld te geven, is wel de gratis gezondheidszorg afgeschaft, maar bestaat er nog steeds geen gezondheidsverzekering - hoewel dat meer dan ooit nodig is. Koralski heeft géén beleid en slechts één hoop: dat de economie weer gaat groeien. Maar hij weet ook dat de vier procent groei die dit jaar wordt verwacht, neerkomt op een groei van het persoonlijke inkomen van de Bulgaar met slechts één procent, “en niemand merkt dat”. “Zelfs als vandaag al onze buitenlandse schulden worden kwijtgescholden, het embargo tegen Joegoslavië wordt opgeheven en we olie vinden zal het nog vier jaar duren voordat men iets van verbetering merkt.”

Geneesmiddelen

Lazar Petroenov en zijn vrouw Liliana, een gepensioneerde arts van 69 en een gepensioneerde bacteriologe van 66, zullen dat, denken ze, niet meer meemaken. We spraken hen drie jaar geleden al eens, toen ging het hun niet bepaald goed. Nu gaat het nog beduidend slechter. Toen redden ze het nog wel met hun pensioen van 570 leva. Nu krijgen ze elk 2700 leva, maar kunnen ze niet meer rondkomen. Aan verwarming zijn ze in de winter alleen al tweeduizend leva per maand kwijt, aan stroom driehonderd. Reizen, boeken, restaurants, muziek, de bioscoop, het kan allemaal niet meer. Vlees kan nog één keer per week, maar alleen kip. Kleding kopen ze niet, ze dragen af wat ze hebben. “Het is een leven van compromissen.” De auto is er nog, zegt Lazar Petroenov, maar die verkoop ik in september: “We willen nog één keer naar familie, in Varna.” Liliana moet elke week een injectie hebben tegen een allergie - dat kost haar achthonderd leva per maand.

We willen ons niet beklagen, zeggen Lazar en Liliana Petroenov, “we houden ons goede humeur en we hebben elkaar”. Ze komen er wel, met hun kalme waardigheid. Ze hebben nog geluk, vinden ze: aan huur zijn ze niets kwijt want het huis in de Shandor Petoffistraat is van hun. En ze behandelen zichzelf als ze ziek zijn, alleen de geneesmiddelen, die kosten veel geld. En ze hebben een zoon, die bijspringt. Drie jaar geleden was daarvan geen sprake, nu wel. Het stelt hen in staat dagelijks de krant te lezen, dat kost weliswaar 300 leva per maand, maar “de krant is belangrijker dan brood, we hebben vijftig jaar tussen muren geleefd. En als hij te duur wordt, dan laten we gewoon de melk weg”.

Soms worden ze boos: “Ons wordt verteld dat de prijzen dalen. Maar brood en melk worden alleen maar duurder. Welke prijzen dalen? Piano's worden goedkoper. Kameelzadels worden goedkoper.” De Bulgaren, zegt Lazar, worden het ziekste volk van Europa: bij tal van ziekten, zoals infarcten, voert dit land de Europese ranglijst aan. Boosheid ook over de bevoordeling van communisten door de nieuwe regering: “Van de strijders tegen het fascisme [de verzetsveteranen] is het pensioen net vervijfvoudigd. Terwijl we nooit een fascistische regering hebben gehad en we nooit bezet zijn geweest! Dat waren geen strijders tegen het fascisme, dat waren gewoon communistische terroristen.”

De misère is voor een belangrijk deel te wijten aan het isolement waarin Bulgarije zich een halve eeuw heeft bevonden. In 1989 viel het socialisme, maar er stond niemand klaar om de fakkel over te nemen. De anti-communisten van de Unie van Democratische Krachten (SDS) hebben zich de afgelopen zes jaar corrupt, amateuristisch en incompetent getoond en de communisten hebben zich nooit overgegeven. Beide krachten hebben elkaar in een funest evenwicht gehouden - met als resultaat politieke instabiliteit en zes regeringen in zes jaar. Geen van die regeringen heeft de tijd gehad voor enig coherent beleid. Ex-communisten en de SDS hebben zich er verder vooral toe beperkt elkaar te vuur en te zwaar te bestrijden: elke volgende regering heeft de maatregelen van de vorige teruggedraaid. Onder de huidige regering van de jonge Zjan Videnov, de glamour boy van de communistische nomenklatoera van vroeger, zijn dit jaar pas twee wetten tot stand gekomen: de rest van de maatregelen bestond uit het terugdraaien of aanpassen van wetten van de vorige regeringen.

Communisten

Het is met de sociale Talfahrt van de Bulgaren geen wonder dat de nostalgie naar het bescheiden, maar verzekerde levenspeil uit de tijd van het socialisme groot is. In december profiteerde de ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) van die nostalgie: ze kreeg een absolute meerderheid in het parlement. Sindsdien heeft het woord restavratsija een prominente plaats in het dagelijks spraakgebruik gekregen. Voor kritische Bulgaren bestaat er geen twijfel: de BSP werkt hard aan een restauratie van cruciale programmapunten van het communisme die na 1989 werden afgeschaft. Geen wonder dat niemand de BSP-leden bestempelt als socialisten of ex-communisten: iedereen heeft het over 'de communisten'. Hebben veel ministers in het kabinet van Videnov niet al vóór 1989 hun sporen verdiend in de toenmalige communistische regeringen? Zij bouwen, zo zei een lid van de oppositie onlangs “een ijzeren gordijn rond de hervormingen en de democratie”.

Dat gebeurt in hoog tempo. De nieuwe regering heeft inmiddels alle hoge en middelhoge ambtenaren ontslagen en versterkt nu de druk op de media: de directeuren van radio, televisie en het staatspersbureau BTA zijn in juni ontslagen. Maandenlang is touwgetrokken om een reeks amendementen op de landwet, om de boeren die hun land verkopen te dwingen dat eerst de staat aan te bieden - een aantasting van het privébezit en de principes van de vrije markt. Die slag verloren de communisten uiteindelijk dankzij het Hooggerechtshof. Maar de meeste slagen winnen ze.

Hoe de sfeer verandert blijkt uit de taal die de BSP hanteert. Een recent witboek over de staat van de natie heette een objectieve analyse te zijn, maar was in werkelijkheid een acte van beschuldiging tegen de SDS, opgesteld in ideologisch fors aangezet taalgebruik en vol propaganda in klassieke stijl. “Een boek, bestemd voor een partijvergadering eerder dan een officieel regeringsdocument”, zoals een oppositiekrant concludeerde. Het witboek ging geheel voorbij aan een halve eeuw communisme, alsof het leven in 1989 begon, en concludeerde dat “de jaren nadien het beeld vertoonden van repressie en revanchisme”.

Er zijn talrijke kleine en grote voorbeelden te geven van de restavratsija en van een sfeer die geleidelijk grimmiger wordt. De regering heeft zich bij voorbaat van winst in de gemeenteraadsverkiezingen van deze herfst verzekerd door de districten in voor de BSP gunstige zin te wijzigen. In een andere maatregel zijn gemeenten opgedeeld: kleinere gemeenten zijn makkelijker te controleren. De regering neemt duidelijk afstand tot Europa, want, zo zei premier Videnov in april, “de NAVO moet veranderen”. De filantroop Soros kreeg te horen dat zijn financiële hulp aan het Bulgaarse onderwijs “de nationale eer schenden”. In het SDS-blad Demokratsija heet het dat het langzamerhand riskant wordt die krant op het werk te lezen.

Lazar Petroenov bespeurt inmiddels “een rode bezem” die door de samenleving wordt gehaald. Een particuliere café-eigenaar verwacht elke dag een overheidscommissie die hem zijn zaak afpakt en anderen zeggen dat de angst groeit - niet meer de angst om een arrestatie, maar de angst om baan, of uitkering, of land dat niet wordt teruggegeven. De regering en president Zjelev kunnen het inmiddels zo slecht met elkaar vinden dat ze elkaar van leugens en laster beschuldigen. Toen Zjelev en Videnov in mei naar Moskou gingen voor de herdenking van het eind van de Tweede Wereldoorlog, namen ze verschillende vliegtuigen en liepen ze in Moskou met een boog om elkaar heen.

Reflexen

Janaki Stoilov is vice-voorzitter van de BSP en parlementariër, een vlotte dertiger met een open glimlach en een snel pak die door de partij dagelijks wordt ingezet om het nieuwe beleid toe te lichten. Hij wil niets weten van enige restavratsija, want “het verleden komt niet terug”. Natuurlijk, zegt hij, komen er binnen de BSP wel eens “oude reflexen” voor, maar die worden bestreden. Het belangrijkste, zegt hij, is dat we de staat versterken en de destabilisatie elimineren. Dat de BSP niet meer de oude communistische partij van vroeger is, blijkt volgens Stoilov “uit haar nieuwe naam en haar nieuwe programma”, die aantonen dat “we een moderne linkse socialistische partij zijn”. Dat de angst toeneemt wil Stoilov niet geloven, want “de mensen voelen zich relatief vrij”. “We hebben ook nooit gezegd dat er organisaties moeten worden verboden.” En die directeuren van radio, tv en BTA die vervangen zijn - ach, dat moest wel, zegt Stoilov, omdat “de programma's en de organisatie” van die media niet deugden: “Het algehele beeld van radio, televisie en BTA moet meer in overeenstemming zijn met het debat in de samenleving”, zegt hij, in wat wel kan worden beschouwd als een aardig voorbeeld van de oude reflexen die hij zegt te willen bestrijden.

Oude reflexen? Nee, zegt Bozjidara Dineva: het gaat om de macht, om de politieke en vooral om de economische macht. Bozjidara Dineva geeft dagelijks op de radio commentaar op de politieke ontwikkelingen. Dat wordt steeds moeilijker: de druk groeit. “Vrij voel ik me niet, niet meer zoals in 1990. De tijd van de compromissen is weer aangebroken.” Er doen zich, zegt ze, “beangstigende ontwikkelingen voor: je opereert in een kader dat niet duidelijk is omschreven”.

Ze is niet bang dat het socialisme terugkomt, zegt ze. Geen autoritaire staat, geen eenpartijstaat en geen censuur - want dat kan niet meer: “De mensen die de vrijheid hebben geproefd kunnen niet terug naar vroeger.” Maar het gaat de BSP er niet om weer een dictatuur te vestigen. “Waar het om gaat is de economische macht. Daar proberen ze zich meester van te maken, en dat lukt ook. Dit land moet nog beginnen met zijn privatisering. 95 procent van de industrie is nog in handen van de staat. Het zijn de communisten die die privatisering uitvoeren. Zij zorgen ervoor dat ze de sleutelfuncties in de economie in handen krijgen, en dan kunnen ze misschien verkiezingen verliezen, ze kunnen wèl het beleid dicteren.” Bozjidara Dineva omschrijft Bulgarije inmiddels niet langer als een parlementaire democratie. “Het is een democratie van de ministerraad: zij beslissen. Er is pluralisme in het parlement, maar boven dat parlement hangt de vuist van de ministerraad. En de communisten zijn niet alleen zeer zelfverzekerd, ze zijn ook goed getrainde demagogen: ze krijgen een groot deel van de verpauperde bevolking mee.”

Het is een onheilspellende ontwikkeling, zegt ook Ekaterina Mihailova, parlementslid van de SDS, een magere, strenge, bebrilde dame in het zwart. “De communisten werken weer aan de restauratie van landbouwcoöperaties. Ze plaatsen hun mensen in alle leidende posities in de ministeries en de bedrijven, ze vormen megastructuren in de economie die nog groter zijn dan de vroegere Kombinate in de DDR en die steeds meer een staat in de staat vormen.”

Anastasia Gantsjeva doceert Engels aan de universiteit, een jonge vrouw die iets van de wereld heeft gezien, die weet wat democratie en markteconomie betekenen, en die ook weet dat wat daarvoor in Bulgarije doorgaat, iets heel anders is. “De gewone Bulgaar is vijftig jaar geïsoleerd geweest. Hij wist in 1989 niet wat democratie en markteconomie betekenen, en hij weet het na zes jaar nog niet.”

Die gewone Bulgaar, zegt ze, is teleurgesteld, gedemoraliseerd en apathisch, hij kan niet meer rondkomen en hij heeft geen belangstelling meer voor de politiek en de samenleving. “Voor hem is de democratie de diefstal van corrupte politici die - van welke partij ze ook zijn - rijk worden, en voor hem betekent markteconomie dat alles geld kost: het ziekenhuis kost geld, het onderwijs kost geld, zelfs het gebruik van het toilet in een restaurant kost geld. Hij ziet dat prijzen niet langer worden gecontroleerd, dat de ene taxi vijf keer zo duur is als de andere en dat een doosje aspirines in de ene apotheek vijf keer zo duur is als in de volgende. Hij ziet dat rechters, de politie en de politici corrupt zijn en dat de criminelen in BMW's en Mercedessen rondrijden. Hij ziet hoe arrogant die nouveaux riches zich gedragen en hij ziet ook hoe de politie niet tegen hen durft op te treden.” Wat moet die gewone Bulgaar met de democratie en de markteconomie? Hij kan er niets mee beginnen. “Voor hem is democratie misdaad en voor hem staat markteconomie gelijk met beroofd worden”, zegt Anastasia Gantsjeva. En weet je, zegt ze erachter aan, “dat is het ergste van alles. Dat is veel erger dan arm zijn”.