Verzet restauranthouders Gianni en Marco legt het corruptienetwerk van de straat bloot; De afpersing van alledag

Steekpenningen moet je in Milaan overal voor betalen, vertelde een wegens corruptie gearresteerde ingenieur: een bouwvergunning, een goed plaatsje op de markt, een verklaring van geen bezwaar van de gezondheidsdienst. Iedere poging tot een morele revolutie is gedoemd te mislukken zonder een ingrijpende hervorming van het overheidsapparaat. Hoe twee restauranthouders na verzet tegen afpersers de beerput van de straatcorruptie openden.

Helden voelen ze zich niet, Gianni en Marco. Wat schuchter schuiven ze aan een tafeltje in hun eigen restaurant. Een ongezellige zaal, vervaalde tafelkleedjes, de sfeer van de troosteloze periferie van Milaan. In de plaatselijke pers zijn ze een paar dagen lang bejubeld. De mannen die 'basta' zeiden tegen de aanhoudende corruptie. Tegen de gemeente-ambtenaren, de agenten, de inspecteurs die het blijven proberen, die hun hand blijven ophouden, alsof drie jaar smeergeld-onderzoek niets heeft veranderd, alsof er voor niets zo'n duizend mensen zijn gearresteerd. Maar Gianni en Marco zoeken geen plaats in de Geschiedenis. “We konden gewoon niet anders”, zegt Marco. “We hadden het geld niet. We konden zelfs de telefoon niet meer betalen. Ik moest kiezen: mijn schulden aflossen of steekpenningen betalen.” Gianni vult hem aan, nerveus trommelend met zijn vingers. “Als je de een geld geeft, moet je geld geven aan iedereen die komt vragen. Neen. Zo konden we niet doorgaan.”

Ruim een jaar geleden heeft dit tweetal het restaurant Porta Seguro gekocht. De plaats is niets bijzonders, langs een uitvalsweg, temidden van chaotisch neergezette gebouwen en veel cement. Maar in de buurt zijn wat kantoren met mensen die 's middags warm willen lunchen en bij mooi weer kan je buiten eten. Tenminste, dat was de bedoeling. “Dit restaurant bestaat al veertig jaar, 39 jaar hebben ze buiten gegeten, maar toen wij kwamen hebben ze ineens ontdekt dat het niet mocht, dat we geen vergunning daarvoor hadden”, vertelt Gianni bitter. “Kennelijk hadden ze weer een nieuwe prooi gevonden.”

Bezoeken aan de lokale gezondheidsdienst, die de vergunning moest afgeven, leverden niets op. De aanvraag bleef liggen, er ontbrak weer een papier, ambtenaren haalden hun schouders op. Gianni en Marco waren langzaam gek aan het worden, maar toen kwam ingenieur Rossi op de proppen. Hij werkte bij de regio, kende de juiste mensen en zou ervoor zorgen dat alles werd opgelost. Want zonder smeergeld werkt de bureaucratie niet. “Die man is wel dertig keer gratis komen eten, met zijn vrienden, met zijn ouders”, vertelt Gianni. Na een paar weken kwam de oplossing. Rossi vertelde dat vrienden van hem de zaak voor elkaar zouden krijgen, maar wel een tegenprestatie wilden. Een miljoen lire subito en contant (ongeveer duizend gulden), en later nog eens twee miljoen.

“Toen zijn we naar de politie gestapt”, zegt Gianni. Er werd precies zo'n valstrik opgezet als ruim drie jaar geleden, toen de eigenaar van een schoonmaakbedrijf een stapeltje getekende bankbiljetten overhandigde aan een socialistische functionaris in Milaan en daarmee het grote smeergeld-onderzoek Schone Handen in gang zette. Tien briefjes van honderdduizend, ondertekend door officier van justitie Giovanna Ichino. Begin mei kwam de grote dag.

“Het was waanzinnig”, zegt Gianni. “We hadden toevallig tien dagen daarvoor eindelijk onze vergunning gekregen. Die Rossi had niet eens geïnformeerd, hij wist niet dat alles vanzelf was opgelost. We zaten buiten aan een tafeltje en toen heb ik hem het stapeltje gegeven. Er zat niet eens een envelop omheen.” Rossi stak het geld in zijn zak en wilde weggaan, maar bij het hek werd hij aangehouden door agenten in burger. Papieren. Of hij maar wilde meekomen. Leedvermaak hebben Gianni en Marco niet. “Zo'n arrestatie is was niet leuk om te zien”, zegt Marco. “De politie was erg discreet, maar toch. De tevredenheid kwam pas later.”

Rossi is omgedoopt tot de kamikazepiloot van de steekpenningen. Al de arrestaties van de afgelopen jaren van corrupte politici en ondernemers hadden hem kennelijk niet van gedachten doen veranderen. In de gevangenis is hij gaan praten, met naam en toenaam. De verbazing over zijn optreden begrijpt hij niet helemaal. In een van zijn schaarse contacten met journalisten heeft hij gezegd: “Natuurlijk wordt er nog steeds betaald. Overal. Voor alles.”

Buikriem

De smeergeldschandalen hebben veel veranderd in Italië. De geldstroom naar politieke partijen is grotendeels droog komen te liggen. Een van de zichtbare bewijzen daarvan is dat alle partijen de buikriem hebben moeten aansnoeren. De partijen hebben hun greep moeten loslaten op de staatsbedrijven. De strakke banden die decennia lang hebben bestaan tussen politici en topmanagers in de publieke sector worden langzaamaan doorgesneden. Maar op een lager niveau is er veel minder veranderd. “We hebben eerst de top aangepakt en daarna is er bijna geen tijd geweest om ons ook bezig te houden met de kleinere misstanden”, zegt Gerardo D'Ambrosio, de plaatsvervangend leider van de Milanese smeergeldgroep.

Antonio Di Pietro, gangmaker achter de smeergeld-onderzoeken, heeft hier in het verleden vaak voor gewaarschuwd. We hebben de corruptie binnen de politiek aangepakt, zei hij. Daarna is de corruptie bij grote bedrijven blootgelegd, maar we zijn helemaal nog niet toegekomen aan de fijnmazige corruptienetwerken op het niveau van de gewone ambtenaar. Als die niet wordt uitgebannen, waarschuwde Di Pietro, komt er weinig terecht van een morele revolutie.

In de inmiddels al weer ter ziele gegane krant Il Telegiornale schreef Di Pietro een commentaar op de lotgevallen van Gianni en Marco. “Dit is het bewijs dat ondanks de acties van Schone Handen, de slechte gewoontes binnen de overheidsadministratie helemaal nog niet zijn uitgeroeid. Het is zorgwekkend te constateren dat dergelijk gedrag nog voorkomt in Milaan, waar de magistratuur heeft bewezen met energie en vasthoudendheid te willen optreden tegen de schuldigen. Dan kan je je indenken wat er gebeurt in andere delen van Italië. We moeten notie nemen van het feit dat er nog steeds steekpenningen worden betaald, ook al gaat het om kleine bedragen. Het laat zien hoe dat bijna een gewoonte is geworden.”

Marco en Gianni zijn er niet helemaal van overtuigd of het goed is geweest dat ze tegen die gewoonte zijn ingegaan. “We stonden met onze rug tegen de muur”, vertelt Gianni, “maar we zijn wel een beetje bang geworden.” Hij vertelt dat hij gemengde reacties heeft ontvangen. Sommigen bellen op of komen langs om hen te complimenteren. “Daar zitten collega's bij die ergens anders een restaurant hebben. Dan zeggen ze dat ze dat eigenlijk ook hadden moeten doen”, zegt Marco schamper. “Maar ze durven niet, ze zijn bang voor de gevolgen.”

Anderen zeggen, soms in dreigende woorden, dat ze lastposten zijn, probleemzoekers. “Mensen die op de markt staan hebben tegen ons gezegd dat ze 100.000 lire moeten geven aan de vigile”, een soort gemeente-agent, die ook moet controleren of alle vergunningen in orde zijn, vult Gianni hem aan. “Veel mensen zeggen dat ze voordeel hadden bij dit systeem en dat wij het voor iedereen moeilijker hebben gemaakt. Italië heeft een vreselijke bureaucratie, zelfs in Zaïre doen ze alles sneller. Veel winkeliers betalen liever 300.000 lire aan een vigile dan maanden te moeten wachten op de vergunning door de bureaucratie.”

Steekpenningen hebben vooral op lager overheidsniveau een grote 'smeer'-functie. In Milaan moet je overal voor betalen, heeft de gearresteerde ingenieur Rossi verteld. Voor een bouwvergunning, voor een goed plaatsje op de markt, voor een verklaring van geen bezwaar van de gezondheidsdienst. Soms gaat het daarbij om toestemming voor zaken die niet in de haak zijn, die ingaan tegen de wet. Andere keren is het geld het enige wat ambtenaren in beweging kan krijgen. Daarom is iedere poging tot een morele revolutie, waar Antonio Di Pietro zich zo sterk voor heeft gemaakt, gedoemd te mislukken zonder een ingrijpende hervorming van het overheidsapparaat.

“Het systeem van de steekpenningen is ook gebaseerd op de barokke structuur van de bureaucratie: teveel vergunningen, teveel administratieve handelingen. Ik help je als je me betaalt, ik werk je tegen als je het niet doet.” zegt Francesco Rutelli, de burgemeester van Rome. “Het tegengaan van de bureaucratie is overal het eerste wapen tegen de corruptie.”

Winkelsluiting

Hoe diep-geworteld oude corruptiepatronen zijn, blijkt uit de schandalen rondom de vigili die de afgelopen maanden aan het licht zijn gekomen. Een vigile, een gemeente-agent die vaak te herkennen is aan een witte helm, heeft vele taken. Hij of zij regelt het verkeer, deelt boetes uit aan foutparkeerders en bepaalt wie moet worden weggesleept, vraagt de straatverkopers naar hun papieren, kijkt of de regels voor laden en lossen worden gevolgd, controleert de winkelsluiting en nog duizenden andere dingen meer. Een vigile kan je maar beter te vriend houden. Iedereen weet dat, en de vigili weten dat anderen dat weten.

“Aan de vigili heeft altijd een luchtje gehangen”, zegt Sergio, een barman die een glaasje ijsthee uitschenkt in een Milanese bar. “Ze hebben de macht een boete te geven en om een boete ongedaan te maken. Daarom durft niemand aangifte te doen als er een over de schreef gaat. Vroeger hadden ze altijd een zak bij zich om de 'cadeautjes' in mee te nemen. Nu parkeren ze de auto op de hoek en gaat alles in de kofferbak. En natuurlijk doet een vrouw van een vigile nooit zelf boodschappen. Dat doet haar man, in uniform.”

Dat laatste wil overigens wel eens verkeerd aflopen. Op een recente zaterdagavond liep Daniele Magni, de commandant van de vigili in Pavia, in een Milanese supermarkt boodschappen te doen met zijn vrouw. Zijn vrouw had haar karretje volgeladen en rekende keurig af, maar hij zelf liep met voor ongeveer honderd gulden aan boodschappen de kassa voorbij, de winkel uit. Een overijverige bewaker hield Magni tegen en pakte hem in een soort dubbele nelson toen de commandant bezwaar maakte. “Het is allemaal een vergissing”, verdedigde Magni zich later tegen zijn collega's.

Rome en Milaan steken elkaar naar de kroon in de schandalen rondom vigili. In Milaan wordt een rechtszaak voorbereid tegen dertig agenten. Tegen een royale vergoeding zorgden zij ervoor de beste plaatsen op markten en beurzen terecht kwamen bij hun 'klanten'. Officieel worden die plaatsen toegewezen via loting, maar er bleken veel manieren te zijn om het lot te sturen. Voor het eerst in een smeergeldonderzoek wordt de verdachten hierbij lidmaatschap van een misdadige organisatie ten laste gelegd. De agenten en hun handlangers hadden volgens het openbaar ministerie een soort bende gevormd. De agenten kregen geld, de handelaars waren verzekerd van een goed plaatsje, en wie erbuiten viel durfde niet te protesteren of begon te sparen voor een mooi cadeau. “Niemand had er belang bij te gaan praten of deze wantoestand aan te klagen”, zegt het linkse gemeenteraadslid Nando Dalla Chiesa, vice-voorzitter van een onderzoekscommissie die door de gemeente is ingesteld. Volgens de voorzitter van die commissie, Riccardo De Corato, senator voor de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, is dit schandaal een erfenis van 25 jaar socialistisch gemeentebestuur. De meeste vigili zijn nog benoemd onder de socialisten. Het opzetje met de straat- en beurshandelaars was een van de manieren om stemmen te werven, met in het achterhoofd dat wie op straat verkoopt, met zeer veel mensen in contact komt.

In Rome is het schandaal gevarieerder. De aanzet is gegeven door burgemeester Rutelli, eind 1993 gekozen als kandidaat van een centrum-linkse alliantie. Rutelli heeft de zieltogende interne controlecommissies binnen het gemeente-apparaat nieuw leven ingeblazen. Uit hun onlangs verschenen rapport blijkt dat overal rotte plekken zitten, maar de vigili spannen de kroon. In een drukke winkelwijk hebben de agenten zich systematisch schuldig gemaakt aan afpersing. Een paar van hen wierpen zich ook op als geldschieters, tegen een woekerrente. Anderen vertellen suggestief glimlachend tegen automobilisten die ze aanhouden, dat ze een bon van honderd of van vierhonderd gulden kunnen geven.

Toen het deksel eenmaal een klein stukje was opgelicht, kwam een reeks andere schandalen naar buiten. Drie agenten die een illegale buitenlandse vrouw aanhouden en weer laten lopen in ruil voor seks. Diefstal van in beslag genomen gestolen goederen. Diefstal van computers van kantoor. Valse politieverklaringen van ongelukken om verzekeringspremies op te strijken.

Ook sommige winkeliers gaan praten. Vincenzo Alfonsi, secretaris van de winkeliersvereniging Confesercenti, heeft een lange lijst met 'incidenten' publiek gemaakt. Het mooiste voorbeeld: de agent die bij de visboer regelmatig de verste vis laat inpakken, iets lekkers als zeebaars of goudmakreel, naar het restaurant iets verderop gaat om het te laten klaarmaken, en alles daarna laat thuisbezorgen.

Het Romeinse gemeentebestuur is nu de operatie 'Schone Fluitjes' begonnen. De betrapte agenten zijn ontslagen, geschorst of beboet. Verder is er een rotatieschema opgesteld, om te voorkomen dat agenten in verleiding worden gebracht om koning te gaan spelen in hun wijk. Volgens winkeliers Alfonsi zou het ook heel wat helpen als na werktijd de kofferbakken van de agenten werden gecontroleerd. Maar die schoonmaakactie verloopt niet zonder slag of stoot. De commandanten worden bang voor hun eigen mensen. Bij een commandant zijn de banden van de auto doorgesneden, een ander krijgt telefoontjes waarin anonieme bellers voorspellen dat het slecht met hem zal aflopen.

Burgemeester Rutelli blijft optimistisch. De boodschap van die interne onderzoeken is volgens hem niet dat alles verrot is, maar dat eerlijkheid loont. “Iedereen realiseert zich dat het beter is een systeem met duidelijke en rechtvaardige regels te hebben dan een jungle.”

Muntjes

De zaak van Gianni en Marco, de schandalen rondom de vigili in Milaan en Rome hebben opnieuw laten zien hoe moeilijk het is oude gewoontes uit te roeien. “We moeten ons er rekenschap van geven dat we slechts een paar doelen hebben geraakt, maar in het land bestaat een mate van illegaal gedrag die niet in één, twee of vijf jaar binnen de perken kan worden gebracht”, zegt Francesco Saverio Borrelli, het hoofd van de Milanese smeergeldgroep.

Toen duidelijk werd hoe schaamteloos politici zich hebben verrijkt in het oude bestel, kende de volkswoede geen grenzen. De socialistische leider Bettino Craxi werd met muntjes bekogeld. Een kamerlid van de protestpartij Lega Nord zwaaide in de vergaderzaal met een strop. De christen-democratische oud-premier Giulio Andreotti is in recordtijd van de meest-geliefde tot een van de meest gehate politici geworden. Nu blijkt dat het karwei niet af is met het van hun voetstuk halen van de oude leiders. Italië moet zichzelf tegen het licht houden, en dat gaat een stuk langzamer en met veel meer moeite.

Het smeergeldonderzoek Schone Handen “was een plechtig en symbolisch breukpunt, een zuivering, een soort zoenoffer”, schrijft Ferdinando Adornato, kamerlid voor de Progressieve fractie. “We hebben de zondebokken van een ziek systeem in handen gekregen. Om ze te kunnen pakken hebben we een oogje dicht gedaan over de gebruikte methodes. Maar het verleden gaat niet in een dag voorbij. Je kan afzonderlijke mensen berechten. Maar je kan niet de gewoontes, het karakter, de slechte kanten van een heel volk voor de rechtbank slepen. Er bestaat geen Di Pietro die in een paar maanden de Italianen kan veranderen.”

    • Marc Leijendekker