Verdeeld Karachi meer en meer een stedelijke nachtmerrie

NEW DELHI, 8 JULI. Karachi is de laatste dagen meer dan ooit tot een bloedig slagveld gedegradeerd. De grootste partij van de stad heeft voor de derde achtereenvolgende week een staking voor het weekeinde uitgeroepen. Maar tegelijk beginnen morgen in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad vredesbesprekingen.

Erg gunstig zijn de voortekenen voor het overleg, dat aanvankelijk al donderdag zou beginnen, niet. Premier Benazir Bhutto omschreef de strijders van Karachi's Mohajir Qami Movement (MQM), met wier vertegenwoordigers ze morgen aan tafel schuift, onlangs als “met geweren zwaaiende ratten”. Op zijn beurt maakte de in ballingschap levende MQM-leider Altaf Hussain vanuit Londen Bhutto uit voor “een fascist als Hitler”.

Beide kanten wantrouwen elkaar tot in het diepst van hun hart. Bhutto heeft de MQM, die de Urdu-sprekende, oorspronkelijk uit India afkomstige moslims vertegenwoordigt, steeds afgeschilderd als terroristen die zorgden voor een almaar toenemende anarchie in Karachi. De MQM daarentegen stelt de regering zelf hiervoor verantwoordelijk omdat ze de laatste tijd allerlei groepjes zou hebben bewapend die tegen de MQM opereren. Bovendien zouden pogingen van de regering om de orde te herstellen eenzijdig tegen de MQM zijn gericht.

Wie er ook gelijk heeft, vaststaat dat Karachi een van de bloedigste periodes uit zijn geschiedenis beleeft. Alleen al in de maand juni kwamen er meer dan 350 mensen om het leven bij gewelddadigheden, terwijl het dodental sinds begin januari intussen is opgelopen tot boven de 1.000.

Ook de economische schade is aanzienlijk in een stad, die verreweg het belangrijkste economische centrum van het land is. Talrijke gebouwen en voertuigen zijn in vlammen opgegaan en de industriële produktie wordt regelmatig door stakingen verlamd. De koersen van de aandelen op de beurs van Karachi zijn gekelderd. Dankzij een maatregel van de regering om de communicatie van guerrillastrijders te bemoeilijken zijn er geen mobiele telefoondiensten meer beschikbaar, waar onder normale omstandigheden veel zakenmensen van gebruikmaakten.

Ook voor de regering is dit verlies van groot belang. Karachi is goed voor ongeveer eenderde van het Pakistaanse Bruto Nationaal Produkt en zelfs voor 60 procent van de belastinginkomsten. Sinds de dood van twee medewerkers van het Amerikaanse consulaat bij een terroristische aanslag in maart, lopen bovendien ook buitenlandse investeerders voorlopig niet warm voor Karachi. Veel Amerikanen weigeren zelfs voorlopig nog een voet in de stad te zetten.

De problemen in Karachi hebben verschillende dimensies. Ten eerste is er de rivaliteit tussen Bhutto's Pakistaanse Volkspartij (PPP) en de MQM. De PPP deelt op nationaal niveau de lakens uit maar ook in de provincie Sind, waar de familie Bhutto zelf vandaan komt. In Karachi, de hoofdstad van Sind, zijn de Mohajirs (vluchtelingen uit India) echter sterk in de meerderheid. De politieke macht is de MQM daar echter door de PPP een paar jaar geleden ontnomen. De partij zou de stabiliteit van het land ondermijnen. De MQM eist nu de vorming van een afzonderlijke provincie, waarin ze ongetwijfeld de macht zou kunnen winnen.

Sinds het ontslag van het MQM-stadsbestuur is de partij grotendeels in de illegaliteit gedreven, maar ze kan nog steeds op een grote aanhang rekenen. De partij beschikt verder over een grote schare bewapende aanhangers, die regelmatig in schiet- en moordpartijen zijn verwikkeld met talrijke andere al dan niet legale milities. Vorig weekeinde raakte een groep zwaar bewapende militante MQM-aanhangers slaags met para-militaire troepen van de regering in de noordelijke wijk Orangi, een bolwerk van de MQM. Woensdag verschoof het strijdtoneel naar het oostelijke Korangi, waarbij opnieuw zeker 12 mensen sneuvelden. Volgens lokale journalisten liggen er hier en daar zelfs lijken in de straten te rotten, waaraan de gieren zich te goed doen.

Behalve de MQM en de PPP, die vooral etnische Sindhi's vertegenwoordigt, is er nog een hele kaleidoscoop aan etnische en religieuze groepen. Er wonen ongeveer een miljoen Pathanen in de stad. Daarnaast hebben zich honderdduizenden Punjabi's, Baluchi's en illegale immigranten uit Bangladesh in de stad gevestigd. Soms lopen de scheidslijnen ook niet langs etnische, maar langs religieuze patronen. Sunnitische en shi'itische gewapende groepen, die laatsten soms gesteund door het buurland Iran, binden regelmatig de strijd met elkaar aan, terwijl er van tijd tot ook spanningen bestaan tussen de verschillende etnische groepen.

Een andere dimensie van de problemen in Karachi is de diepe kloof tussen het achterlijke platteland van Sind, waar feodale families als de Bhutto's de dienst uitmaken, en de relatief ontwikkelde stad Karachi. De mohajirs, de architecten van de groei van de stad als economische metropool, beschouwen zich in intellectueel en maatschappelijk opzicht verre superieur aan de massa's arme boeren in Sind. De oude elite, wier wortels op het platteland liggen, wensen de mohajirs echter niet voor vol aan te zien en de politieke macht met hen te delen.

Een derde dimensie van de chaos in de stad is de enorme bevolkingsgroei. Eind jaren veertig telde Karachi nog slechts enkele honderdduizenden inwoners, nu zijn dat er tussen de tien en twaalf miljoen. Niemand weet het precies, want om politieke redenen is er al in geen jaren een volkstelling gehouden.

De infrastructuur heeft bij lange na geen gelijke tred gehouden met deze aanwas. Daardoor is het rioleringssysteem zwaar overbelast en leven vooral de armen te midden van open riolen, komt er lang niet altijd water uit de kraan, verkeren de wegen in een beroerde staat en zijn langdurige stroomstoringen aan de orde van de dag. Van een zorgvuldige planning is geen sprake, nieuwe krottenwijken springen als onkruid uit de grond. Onderwereldfiguren doen in de chaos goede zaken.

Tot overmaat van ramp komen er, ondanks de grote onrust van de afgelopen jaren, nog steeds elk jaar een half miljoen nieuwe migranten uit alle hoeken van Pakistan en elders in de regio bij. Karachi heeft hun ondanks alles meer te bieden dan hun dorpen op het platteland, waar werkloosheid, verveling en diepe armoede hun lot zijn.

Voeg bij dit mengsel nog de kolossale hoeveelheden drugs en wapens die de stad door toedoen van de Pathaanse inwoners via Afghanistan bereiken, en het is duidelijk dat er in Karachi een buitengewoon explosieve cocktail bestaat. De vredesonderhandelingen in Islamabad zullen aan deze stedelijke nachtmerrie weinig kunnen veranderen.