Tips om uw gehoor stierlijk te vervelen

Kijk ik teveel met leraarsogen naar geleerde collega's? Het zal wel een beroepsdeformatie zijn, maar ik kan het niet laten slechte sprekers te betrappen op fouten van het soort dat we bij onze Leraren-In-Opleiding meedogenloos aan de kaak stellen. Bij gebrek aan echte geestelijke uitdagingen heb ik me dit voorjaar, tijdens het hoogtij van de lentecongressen, onledig gehouden met het optekenen van voordrachtsblunders. Ik stel ze in de vorm van negatieve adviezen vrijblijvend ter beschikking van iedereen die zijn optreden nog ongenietbaarder wil maken. Wansucces is verzekerd voor wie zich houdt aan deze raadgevingen:

- Kom nipt op tijd of net te laat. Niet alleen hebt u zo de voorzitter flink op stang gejaagd, maar ook het publiek, dat al ondeugend begon te hopen op een uurtje vrij, raakt behoorlijk gefrustreerd. Mompel bij wijze van halfslachtige verontschuldigingen iets over files en openbaar vervoer. U wilt tenslotte duidelijk maken dat u belangrijker dingen te doen hebt dan uw geestelijke paarlen voor deze zwijnen te gooien.

Door niet bijtijds aanwezig te zijn, kost het u geen moeite de volgende adviezen te volgen: - Zoek uw papieren pas ter plaatse uit. - Weet niet hoe de knoppen van verlichting en geluidsversterking werken. Blijf denken dat het publiek het uiterst aandoenlijk vindt als u blijft haspelen met de apparatuur. - Zeg aan het begin dat u zich maar gebrekkig hebt kunnen voorbereiden. U kunt uw minachting voor uw publiek niet duidelijker uitdrukken. - Lees voor. Een gelezen tekst klinkt per definitie onnatuurlijk. Daarom zijn inaugurele redes de iconen van de veronachtzaming van onderwijs aan de universiteiten. Ze zijn als artikelen geconcipieerd, niet als spreekteksten. U versterkt het vervreemdend effect nog door uw eigen leestekst niet tevoren door te nemen. Bij bepaalde - door uzelf geschreven! - passages legt u de nadruk verkeerd of verkracht u de zinsstructuur. U fronst de wenkbrauwen en vraagt zich met het publiek af wie deze onzin heeft opgeschreven. Deze onkunst is door sommige leden van de Tweede Kamer tot fabelachtige hoogte gebracht. - Begin uw eigenlijke voordracht met een solide zin vol zware woorden, zoals 'de ontologische status van de poëzie als anthropogene artefact is ook in het deconstructivisme een uiterst controversiële problematiek'. Het gehoor hoeft immers niet conform de regels van de antieke retorica eerst lekker te worden gemaakt. In plaats van de kinderachtige captatio benevolentiae toe te passen laat u meteen weten dat u niet wilt communiceren, maar epateren. - Geef volstrekt geen aanwijzing voor de opbouw en duur van uw betoog. - Verzeker aan het begin dat u het kort zult houden: een ervaren gehoor weet dan zeker dat het laat gaat worden. Vooral als u dit bericht combineert met het excuus van de gebrekkige voorbereiding is het einde zoek: de slecht voorbereide spreker is altijd te lang aan het woord. Hoe gelijk had de schrijver die een brief begon met: 'Neem me niet kwalijk dat deze brief wat lang is uitgevallen. Ik had weinig tijd.' - Moduleer niet, maar spreek op één toon. Gebruik één, hoog taalregister van formele taal. Het eens 'lekker zeggen' zou het publiek storen en het zit juist zo fijn met open ogen te slapen. - Doorspek uw tekst met archaïsmen als 'welnu', 'derhalve', 'immers' of modieuze uitdrukkingen van het type 'het kan niet zo zijn dat'. - Behalve met veel kreunende 'uh's' kunt u ook veel tijd vermorsen met de frequente interjectie 'mijnheer de voorzitter, dames en heren'. - Schuw voorbeelden, anekdotes, humor of persoonlijke ontboezemingen. - Schrijf de namen en termen die u gebruikt, niet op. - Zorg ook niet voor een uitreik, in het Angelsaksisch jargon wel hand-out genoemd. - Zeg om de paar zinnen dat het u helaas aan tijd ontbreekt om een bepaalde thematiek uit te diepen. Het publiek moet onder de indruk komen van de talloze dingen die u nog meer schijnt te weten. - Een andere vorm van mentale kwelling, die u zeker moet toepassen, is: haal autoriteiten aan die uw gehoor niet kent. U rondt deze vorm van geestelijke wreedheid af door de toevoeging 'zoals u allen weet'. - Kijk star naar uw tekst. Leun met twee armen op de katheder, zodat u uw publiek niet aankijkt. Uw gezicht heeft geen expressie en u vermijdt ieder gebaar. - Toon geen afbeeldingen. Plaatjes zijn goed voor kinderen. Comenius mag nog zo hard gezegd hebben “niets is in het begrip dat niet eerst in de waarneming was” (nihil est in intellectu quod non prius fuit in sensu), maar waarom zou een geleerde spreker zich iets van een schoolmeester uit de zeventiende eeuw aantrekken?

Ook als u zich verlaagt tot het tonen van illustraties, zijn er nog volop mogelijkheden uw publiek tot vertwijfeling te brengen: - Weet niet hoe de projectie-apparatuur werkt. Zo schiet dezelfde dia tot ergernis van de zaal voor de tiende keer voorbij. - Als u lichtbeelden vertoont, kunt u de toeschouwers tergen met onscherpe, onder- of overbelichte dia's. - Ga vlak tevoren niet even na in welke volgorde de dia's staan. Het nalaten van deze voorbereiding maakt menige voorstelling tot een verrassende vertoning zowel voor het publiek als voor uzelf: 'Hé, deze dia zit er ook bij...' - Controleer niet of de dia's in de goede stand in het magazijn staan. Denk dat het publiek het wel vermakelijk vindt plaatjes gekanteld, op de kop en in spiegelbeeld waar te nemen.

Sinds de universiteit lijdt onder de bedrijfsmetaforen, gebruikt menig academisch spreker hèt symbool van de zakelijke presentatie, de overheadprojector - door een conciërge in een fraaie volksetymologie stelselmatig overheidsprojector genoemd. Ook dit apparaat leent zich ervoor het publiek te martelen. De volgende adviezen wijzen de weg: - Zet meteen de overheadprojector aan zodat aller ogen worden verblind door een schitterend scherm. - Laat de overheadprojector voortdurend aanstaan: de constante ruis is heerlijk irritant. - Leg uw folies schots en scheef op de glasplaat. - Zet elke onbenulligheid op een sheet. Een platitude ziet er heel anders uit als zij wordt vergroot. Het publiek leest gretig met u mee: 'kinderen zijn jong'. - Lees precies voor wat uw publiek ook op het scherm ziet. Zo'n collectieve leesles brengt de zaal terug in de sfeer van 'aap-noot-mies'. - Maak - een andere tortuur - de letters op de transparanten een slagje kleiner dan leesbaar. Zo zorgt het simpel kopiëren van een getypte pagina voor welkome afleiding bij het publiek, dat voortdurend met de ogen zit te knijpen en zich afvraagt of het toch niet tijd is voor een nieuwe bril.

Op het einde, nadat u de beschikbare tijd fors hebt overschreden, zijn er nog enkele mogelijkheden om de droevige vertoning tot een passende anticlimax te brengen: - U hebt geen conclusie, sterke slotzin of andere uitsmijter. Opeens mompelt u: 'Ik geloof dat ik het hierbij maar laat, mijnheer de voorzitter'. Vergist u zich niet: het applaus dat opklatert, drukt minder waardering uit dan opluchting.

En toch blijf ik geloven in de meerwaarde van de persoonlijke voordracht, hoe vaak ook sprekers door hun erbarmelijke presentatie de thuisblijvers gelijk geven die zeggen: 'Ik lees het later wel na'. Voorwaarde is wel dat de geleerde vent achter de vorm gaat staan. Doceren is een echt vak. Hoezeer het wetenschappelijk onderwijs is losgeraakt van zijn eerste taak bewijst de Rijksuniversiteit Utrecht die prat gaat op haar pleonasme van 'onderwijsdocenten'.